Aantal leefloners in ons land hoger dan ooit

Het aantal Belgen met een leefloon lag nooit hoger dan vorig jaar. In 2015 kregen OCMW's maandelijks 115.137 mensen over de vloer. Eén op drie is een jongere tussen 18 en 24 jaar. Door de afschaffing van de wachtuitkeringen voor schoolverlaters kan deze groep enkel nog aankloppen bij het OCMW.

De groep Belgen met een leefloon is sinds de invoering van de leefloonwet in 2002 nooit sneller gegroeid De stijging tekent zich bovendien af in de drie gewesten.

In 2015 zijn maandelijks gemiddeld 115.137 mensen gaan aankloppen bij het OCMW. Dat zijn er 12,4 procent meer dan in 2014. Wat opvalt, is het zorgwekkend groot aandeel jongeren met een leefloon. Maar liefst één op drie leefloners is een jongere tussen 18 en 24 jaar, zo blijkt uit cijfers van de overheid. Het aandeel schoolverlaters in deze groep is bijzonder problematisch.

Van wachtuitkering naar OCMW

De verklaring voor de sterke toename van het aantal leefloners is niet enkel te zoeken in de gevolgen van de economische crisis. Het grote aandeel jongeren onder de leefloners is te wijten aan de hervormde werkloosheidsregeling.

De regering Di Rupo heeft immers het systeem van de wachtuitkeringen afgeschaft. Schoolverlaters hebben niet langer automatisch recht op stempelgeld. In het nieuwe systeem zijn er voorwaarden verbonden aan hun zogenoemde "inschakelingsuitkering". In tussentijd kunnen jongeren met een diploma maar -voorlopig- zonder werkervaring enkel bij het OCMW terecht.

Minder werklozen, of niet?

Er is een duidelijk verband tussen het stijgend aantal leefloners en de daling van het aantal werklozen. Volgens cijfers van de RVA staat het aantal werklozen op het laagste peil in 24 jaar. Tegenover 2014 waren er vorig jaar bijna 62.500 minder werklozen.

Belangrijke nuance is dat ruim 19.100 schoolverlaters niet meer in deze statistiek worden meegeteld. Zij kunnen geen aanspraak meer maken op stempelgeld. Een groot deel van hen moet na de schoolloopbaan, door hun gebrek aan werkervaring, meteen gaan aankloppen bij het OCMW.

De zogenoemde besparing op het aantal uitgekeerde werkloosheidsuitkering is niet meer of minder dan een verschuiving van de uitgaven. Het zijn nu de gemeenten die via de OCMW's meer leeflonen uitkeren dat ooit tevoren, terwijl de federale kas "bespaart" op de werkloosheidsuitkeringen.

Wat de cijfers nog minder rooskleurig maakt: volgens de RVA heeft amper 13,2% van de schoolverlaters binnen de 6 maanden na afstuderen werk gevonden. Van 45% is simpelweg niet geweten hoe ze er professioneel voorstaan. Ze worden in elk geval niet meer begeleid in de zoektocht naar werk, en kunnen niet gaan stempelen.

Enkele cijfers

  • 30,7 procent van de leefloners is een jongere tussen 18 en 24 jaar
  • Het aantal leefloners is het sterkst gestegen in het Waals gewest (+ 16,5 procent). In Brussel (8,6 procent) en het Vlaams gewest (9,4 procent) is de stijging gelijkaardig.
  • In 2015 hebben 29.155 mensen hun recht op een inschakelingsuitkering (= het stempelgeld als schoolverlater) verloren
  • Vorig jaar is de werkloosheid met 9,9 procent gedaald. Er zijn ongeveer 62.500 werklozen minder dan in 2014. 23.394 daarvan zijn jongeren. Zij zijn uit deze statistiek verdwenen, maar kloppen grotendeels aan bij het OCMW. Zij worden nu meegeteld als leefloner.