Helft van de Belgen wil 's nachts sneller rijden

De helft van de automobilisten wil 's nachts sneller kunnen rijden op de Belgische autosnelwegen. Dat blijkt uit een rondvraag van mobiliteitsorganisatie VAB bij 2.000 Belgische bestuurders. Over het aanpassen van de maximumsnelheid naargelang de weersomstandigheden is er meer eensgezindheid.

De VAB bevroeg 1.000 Nederlandstalige en 1.000 Franstalige automobilisten over de plannen van minister van Mobiliteit Galant (MR) om de maximumsnelheid op onze autosnelwegen aan te passen. Ze laat momenteel nog onderzoeken of een variabele snelheid op autosnelwegen een invloed heeft op de verkeersveiligheid.

In de bevraging van VAB is er alvast geen grote eensgezindheid over het verhogen van de maximumsnelheid 's nachts. Ongeveer de helft van de ondervraagde bestuurders wil 's nachts sneller kunnen rijden dan 120 km per uur.

Het draagvlak hiervoor is groter bij de Nederlandstaligen (57 procent) dan bij de Franstaligen (40 procent). De grootste voorstanders zijn mannen (69 procent), dertigers (62 procent), automobilisten die meer dan 15.000 km per jaar rijden (68 procent) en automobilisten die in de voorbije drie jaar een snelheidsboete kregen (62 procent).

Wel trager rijden bij slecht weer

Over een ander idee van minister Galant is meer eensgezindheid: 8 op de 10 automobilisten zouden het een goed idee vinden om de maximumsnelheid te verlagen tot 110 km per uur als het regent.

"We zien dat 8 op de 10 automobilisten voor een aangepaste snelheid in functie van het weer zijn, bijvoorbeeld in het geval van regen of gladde wegen. Dan zouden de maximumsnelheid lager liggen, op 110 km/u. De grootste voorstanders vinden we bij de 50-plussers: daar is 9 op de 10 voor", aldus Joni Junes van VAB.

Belangrijk is volgens VAB vooral dat wie het verkeer nu als "(zeer) onveilig" bestempelt, zich veiliger zou voelen wanneer er variabele snelheden zouden gelden in plaats van de normale limiet van 120 km/u. De ondervraagden vinden wel dat de huidige variabele snelheidsborden niet goed functioneren. Zo vindt slechts 30 procent dat de aangegeven snelheid meestal correct is en meent 17 procent dat de aangegeven snelheid meestal te laag is.