N-VA wil procedure buitenlandse adoptie hervormen

De N-VA wil de adoptieprocedure voor kinderen uit het buitenland hervormen. Wie een kind uit het buitenland wil adopteren, moet nu twee onderzoeken ondergaan: één door een Vlaamse instelling en één door een federale instelling. "Nutteloos dubbel werk", stellen N-VA-Kamerleden Kristien Van Vaerenbergh en An Capoen. De twee instellingen komen bovendien vaak tot tegenstrijdige conclusies waardoor soms schrijnende toestanden ontstaan.
GODONG / BSIP

Vandaag moeten twee instanties hun akkoord geven voor een buitenlandse adoptie: eerst onderzoekt de Vlaamse Centrale Autoriteit (VCA) de adoptiemogelijkheid zelf, daarna voert de Federale Centrale Autoriteit (FCA) een bijkomend onderzoek naar eventuele kinderontvoering. Ook aan Franstalige zijde geldt trouwens een tweevoudige procedure.

Maar volgens Van Vaerenbergh en Capoen leidt de huidige werkwijze vaak tot schrijnende toestanden, bijvoorbeeld wanneer de ene instantie de adoptie al heeft goedgekeurd en de andere ze daarna verwerpt. Voor het land van herkomst is het kind dan al juridisch geadopteerd door een Vlaams gezin maar mag het kind België toch niet binnen.

Dat is momenteel het geval voor 16 weeskinderen in Oeganda. De kandidaat-adoptieouders kregen het fiat voor adoptie van de Vlaamse instantie VCA maar de federale instelling FCA oordeelde dat de adoptie niet kan doorgaan omdat er sprake is van kinderhandel.

De N-VA heeft nu een wetsvoorstel klaar dat duidelijkheid moet scheppen tussen de respectieve bevoegdheden van de FCA en de VCA. Zo worden tegenstrijdige beslissingen vermeden en zal er geen dubbel werk meer gebeuren, aldus de partij.