Geen beleid om belangenvermenging te vermijden bij aanstelling gerechtsdeskundigen

De voorzitters van de vrederechters en de politierechters voeren geen beleid om belangenvermenging bij het aanstellen van deskundigen te voorkomen. Ook hebben ze geen procedures om belangenvermenging bij het aanstellen te identificeren en beheren. Wel is een positieve evolutie merkbaar. Dat blijkt uit een audit die de verenigde advies- en onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor Justitie (HRJ) uitvoerde.

Aanleiding voor de audit is een reeks klachten over de mogelijke partijdigheid van gerechtelijke deskundigen. Ook moet op 1 december 2016 het nationaal register van gerechtsdeskundigen van start gaan, en kunnen alleen nog deskundigen uit het register aangesteld worden. De audit, op vraag van de minister van Justitie, werd uitgevoerd bij de voorzitters van de vrederechters en politierechters om zo een zo groot mogelijk aantal entiteiten te bereiken.

De HRJ besluit dat de voorzitters "geen beleid voeren om belangenvermenging bij het aanstellen van deskundigen te voorkomen". Volgens de HRJ is "in een beperkt aantal gevallen een positieve evolutie merkbaar en is een beleid in voorbereiding dat tot voorbeeld kan strekken". De HRJ zegt ook dat het ontbreekt aan "eigen processen om belangenvermenging bij het aanstellen van deskundigen te identificeren en beheren". Ook hier zou een "evolutie" merkbaar zijn.

De HRJ schuift een aantal aanbevelingen naar voren, zowel voor de voorzitters als voor de beleidsmakers. Voor die laatsten beveelt de HRJ aan om tijdig te zorgen voor "concrete en bruikbare informatie over de inhoud, de toegang tot en de werking van het nationaal register zelf, en over de specifieke taken en verantwoordelijkheden van de verschillende korpschefs binnen de rechterlijke organisatie".

"Vermijden dat nationaal register lege doos wordt"

Naar het nationaal register voerde de HRJ overigens ook een risicoanalyse uit. Doel was risico's te bepalen die een goede werking en gebruik van het register kunnen belemmeren of bemoeilijken, en aanbevelingen te doen.

De HRJ besluit dat aanpassingen en inspanningen nodig zullen zijn om ervoor te zorgen dat het register van bij de start optimaal kan functioneren, cruciaal om te vermijden dat het een "lege doos" wordt.

De HRJ is een grondwettelijke instelling die de werking van de Belgische justitie moet verbeteren. Zo voert ze externe controle uit, via audits, bijzondere onderzoeken en de behandeling van klachten.