"Niet lichamelijk gewond, maar litteken zal lang zichtbaar zijn"

Een arts die 's morgens al vroeg is vertrokken naar de luchthaven van Zaventem, op weg naar een congres. Hij heeft nog tijd voor ontbijt, maar terwijl hij aan zijn koffie nipt en de krant doorneemt, wordt hij opgeschrikt door "een behoorlijke knal, zo een die je niet kent". Lees zijn (bewerkt) relaas van een bewogen dag die voor altijd een litteken zal nalaten.

Na de eerste knal beginnen mensen te lopen en te strompelen. Er klinkt geroep. Ik besef dat er iets ernstigs gebeurt, een bom, maar maak nog geen aanstalten om weg te lopen. 10, 15 seconden na de eerste knal volgt er een tweede, veel heviger ontploffing. Scherven en brokstukken vliegen in het rond. Ik word niet geraakt, maar val wel bijna om.

Er ontstaat een dichte mist die naar buskruit ruikt, met daarin een hoop rondzwevend materiaal. Je kunt er nauwelijks doorkijken. De paniek is nu totaal, mensen lopen weg, sommigen strompelen en trekken geliefden, kennissen en kinderen mee.

Overal liggen nu brokstukken op de grond, en glas. Plafondtegels zijn losgekomen of hangen nog amper vast. Ik hoor mensen kermen en kreunen en om hulp roepen. Er is ook hysterisch geroep.

Slachtoffers evacueren op trolleys

Ik wil gaan helpen, maar wat als er een derde ontploffing volgt? Traag en behoedzaam stap ik naar een jonge man die ligt te kermen. Zijn beide benen vertonen ernstige breuken, zijn lichaam zit vol kleine wondjes. Hij ziet grauw, ook van de as en het stof, en heeft duidelijk veel pijn. Soms roept hij het uit.

Stilaan wordt de zichtbaarheid beter en verschijnen militairen en veiligheidsmensen. Ik zie nu ook verschillende andere mensen op de grond liggen, sommigen bewegen niet. Ik verman mij en besluit rond te kijken of er mensen zijn die ABC nodig hebben -A van ademhaling verzekeren, B van bloedingen stelpen, en C van circulatie op gang houden, het hart dus.

Een dame van het luchtvaartpersoneel ligt in een plas bloed. Duidelijk nog in leven, maar met een oppervlakkige ademhaling. Daarnaast een verkrampte jonge man, wiens been op twee plaatsen gebroken is. Hij heeft veel pijn en dreigt het bewustzijn te verliezen.

Ondertussen zijn er nog meer militairen en politie, maar ook de eerste civiele hulpverleners en brandweerlui. De mist is helemaal opgetrokken, de schade is enorm, een cirkel van misschien 30 meter waar het plafond naar beneden is gekomen. We krijgen opdracht om de slachtoffers te verplaatsen richting A terminal. Een zware taak, want er zijn nog geen brancards. We zetten de slachtoffers dus een voor een op een trolley.

Hoe geraak je weg uit een luchthaven die oorlogsgebied is?

Mijn handen en mouwen hangen vol bloed, ook bloed en ellende op mijn broek en schoenen, wat had ik verwacht. Ik zie dat ik nog weinig kan doen, er zijn ondertussen zoveel militairen, politie in uniform en in burger, veiligheidsmensen, brandweer en hulpverleners dat ik beter het werk aan hen over laat.

Opeens worden we opgeschrikt door een hoge stem en dan verschillende stemmen die aan iedereen vragen om naar buiten te lopen. Nog een bom, is mijn eerste gedachte, en dat blijkt later ook zo. Gelukkig was iedereen geëvacueerd.

Ik loop met anderen mee naar buiten, verdwaasd en diep onder de indruk. Eenmaal buiten is er een drukte van jewelste, maar de chaos is beperkt. Mensen trekken alleen of in groep, met of zonder bagage weg van het luchthavengebouw.

Maar hoe geraak je weg van een luchthaven die oorlogsgebied is en bezet? Alles is afgesloten, er is geen toegang tot de plaats waar ik ben. Ik stap ik naar het ronde punt onder de brug waar een enorme drukte heerst. Hier worden ook de licht gewonden verzorgd. Intussen worden de sirenes nog heftiger, er komt nog meer politie en de weg naar de luchthaven wordt volledig afgesloten. Via een omweg stap ik naar het centrum van Zaventem, waar ik word opgepikt door mijn zoon.

Ik ben niet lichamelijk gewond, maar de kras op mijn ziel zal veel tijd nodig hebben om te genezen en het litteken zal altijd zichtbaar blijven.