De Bolle: "Identificatie moet 100 procent zeker zijn"

Alles wordt in het werk gesteld om de identificatie van de slachtoffers van de aanslagen in Brussel en Zaventem zo snel mogelijk rond te krijgen, maar dat is niet gemakkelijk en men moet 100 procent zeker zijn. Dat heeft de commissaris-generaal van de federale politie, Catherine De Bolle, vandaag gezegd op een persconferentie.
Commissaris-generaal De Bolle (archieffoto).

"De vaststellingen op de plaatsen van de feiten verlopen in extreem moeilijke omstandigheden", zei De Bolle. "De menselijke resten van de slachtoffers in de luchthaven van Zaventem werden overgebracht naar de universiteit van Leuven, die van het metrostation van Maalbeek naar het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek. De leden van het DVI-team (Disaster Victim Identification) voeren daar hun werk uit."

De Bolle zei te begrijpen dat de nabestaanden zo snel mogelijk duidelijkheid willen of dat sommigen de vraag stellen waarom het zolang moet duren. "Maar het DVI-team werkt volgens internationale regels. Daarbij is een van de belangrijkste principes dat de identificatie honderd procent moet vaststaan. Daarom werken de leden van DVI niet enkel op basis van een visuele vergelijking, maar moet dit wetenschappelijk bewezen worden. Hierbij worden onder andere vingerafdrukken, DNA en andere informatie vergeleken. Ook wordt informatie ingewonnen over bijvoorbeeld juwelen en kledij. Het is van het allergrootste belang dat we hier geen enkele vergissing bij begaan", zo zei De Bolle.

Voor buitenlandse slachtoffers werd een beroep gedaan op Interpol. "We doen er alles aan om dit werk zo vlug mogelijk te realiseren om antwoord te kunnen bieden aan de nabestaanden."

"Enkele" overledenen geïdentificeerd

Volgens cijfers van minister van Volksgezondheid Maggie De Block zijn er van de overleden slachtoffers "enkele" geïdentificeerd.

151 gewonden liggen er in verschillende ziekenhuizen, van wie er tien niet geïdentificeerd zijn.