Water tussen Colombiaanse regering en FARC nog te diep

Gisteren, 23 maart 2016, had een historische dag kunnen worden in Colombia, maar de deadline voor een vredesakkoord tussen de overheid en de FARC-rebellen is zoals verwacht niet gehaald. Over een aantal onderdelen van het akkoord liggen de standpunten nog te ver uiteen.

De vredesonderhandelingen tussen de Colombiaanse overheid en de FARC-guerrilla lopen al sinds november 2012. In september vorig jaar meldden de partijen een doorbraak over een belangrijk onderdeel van de onderhandelingen, de gerechtelijke vervolging van alle betrokken partijen.

Er volgde meteen ook een officiële deadline, tegen 23 maart wilden overheid en rebellen een definitief akkoord sluiten; én een historische handdruk tussen president Juan Manuel Santos en rebellenleider "Timochenko" (foto onderaan). Even leek het alsof vrede in Colombia eindelijk nabij was.

De voorbije weken werd echter duidelijk dat die deadline niet gehaald zou worden. Over een aantal onderdelen van de gesprekken liggen de standpunten van beide partijen nog te ver uiteen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de ontwapening van de rebellen: in welke omstandigheden ontwapenen ze en binnen welke termijn?

Ook over de goedkeuring van het definitieve akkoord door de Colombiaanse bevolking is nog geen overeenstemming bereikt tussen de onderhandelaars.

"Tegen einde van het jaar"

Een nieuwe datum hebben de onderhandelaars niet afgesproken. Beide partijen hebben wel gezegd dat ze ernaar streven om tegen het einde van het jaar een akkoord te bereiken.

Ondanks de verschillende standpunten, blijven de FARC zich naar eigen zeggen engageren om een vredevolle oplossing te vinden voor het conflict, dat nu al meer dan vijftig jaar aanhoudt. "2016 zal het jaar van het einde van de oorlog zijn", twitterde FARC-hoofdonderhandelaar Iván Márquez.

Humberto de la Calle, de hoofdonderhandelaar van de Colombiaanse regering, noemde het dan weer zinloos om snel snel een slecht akkoord in elkaar te steken.

Bij het decennialange conflict vielen naar schatting meer dan 220.000 doden. Miljoenen anderen sloegen op de vlucht.