"Gerechtelijke opvolging El Bakraoui's was ordentelijk"

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) heeft in de Kamer de opvolging van de twee terreurbroers Ibrahim en Khalid El Bakraoui door de gerechtelijke diensten verdedigd. Die beiden zijn volgens hem op een corrrecte manier gevolgd na hun voorwaardelijke vrijlating.

Ibrahim en Khalid El Bakraoui waren zware misdadigers en waren beiden veroordeeld wegens gewelddadige feiten. Toch is de link met moslimextremisme en terrorisme pas laat gelegd.

Geens merkte op dat de gerechtelijke en politionele diensten onder "immense druk" werken, zowel van de bevolking als van de politici. Hij gaf een overzicht van de samenwerking tussen de Franse en Belgische diensten na de aanslagen in Parijs op 13 november 2015.

Die samenwerking heeft op 15 maart de politie op het spoor gezet van het onderduikadres in de Driesstraat in Vorst, waar de terrorist Mohamed Belkaïd werd doodgeschoten. Daar werden naast wapens en munitie ook verbanden gevonden met Amine Choukri en Salah Abdeslam die op 18 maart in Molenbeek werden opgepakt. De diensten hebben ook correct vastgesteld dat de terrorist Najim Laachraoui en Soufiane Kayal in feite dezelfde persoon was en hetzelfde geldt voor Belkaïd en Samir Bouzid.

"Niet volmaakt, wel ordentelijk"

Geens bevestigde dat Ibrahim El Bakraoui -die zichzelf opblies in Zaventem- in 2011 tot tien jaar cel was veroordeeld wegens een gewapende overval. Na een aantal aanvragen werd hij in oktober 2014 in voorlopige vrijheid gesteld en nadien heeft hij "redelijk goed meegewerkt" met de justitieambtenaar die hem volgens regelmatige afspraken moest opvolgen.

Vanaf juni 2015 daagde Ibrahim El Bakraoui echter niet meer op voor zijn afspraken, ondanks herhaalde uitnodigingen. Dat kon ook niet, want toen zat hij in Turkije. Begin juli meldde de justitieambtenaar de afwezigheid aan de rechtbank die daarop de invrijheidstelling introk en een nationaal opsporingsbericht uitvaardigde. 

Zijn broer Khalid El Bakraoui -de dader van de aanslag in de metro in Maalbeek- was in 2011 tot vijf jaar cel veroordeeld wegens een gewapende overval. Geens merkte in zijn geval op dat Khalid vier van de vijf jaar van zijn straf heeft uitgezeten. Ondanks een negatief advies werd Khalid in 2014 voorwaardelijk vrijgelaten. Eén keer, in mei vorig jaar, heeft hij een voorwaarde geschonden en zat hij drie dagen in de cel, vooraleer hij opnieuw werd vrijgelaten.

Na de aanslagen in Parijs werd hij echter verdacht van betrokkenheid en is hij verdwenen, waarna een internationaal aanhoudingsbevel tegen hem werd uitgevaardigd. In januari van dit jaar gebeurde dat ook voor zijn broer Ibrahim, maar dan vooral omdat die werd beschouwd als een spoor naar Khalid.

Minister Geens maakt zich sterk dat de gerechtelijke opvolging en ook de beslissing om de verdachten opnieuw op te sporen op een normale en ordentelijke manier zijn verlopen en dat hij geenszins kritiek heeft op de diensten van justitie en reclassering. Wel gaf hij toe dat niemand "volmaakt" is en dat hij verder wil onderzoeken of er fouten zijn gemaakt en of er niet meer transparantie kan komen. Weliswaar was de bevestiging door Turkije van een risico van terreur inzake Ibrahim slechts laat doorgespeeld, toch had men hier uit de arrestatie van die man zo dicht bij de Syrische grens conclusies kunnen trekken, aldus Geens.

"Abdeslam wil niet meer spreken na aanslagen"

Minister Geens heeft op een vraag vanuit de Kamercommissie geantwoord dat de vrijdag gevangen genomen Salah Abdeslam na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek niet meer wil praten met zijn ondervragers. De voorbije dagen was gezegd dat Salah voor de aanslagen slechts één uur lang ondervraagd was en dan nog enkel over zijn betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs en dus niet over de netwerken in Brussel.