Centrale dienst Terrorisme kan het werk niet aan: "Zwakke schakel in systeem"

De Centrale dienst Terrorisme van de federale politie kan de grote informatiestroom niet verwerken. Dat staat te lezen in een nieuw rapport van de toezichthouders Comités P en I. De dienst speelt nochtans een cruciale rol in de strijd tegen terreur, maar heeft een te beperkte capaciteit. De problemen bij de dienst werden in het verleden overigens al vaker aangekaart.

Bij de dienst "Terro" komt alle informatie over terreur binnen die de recherchediensten van de politie op het terrein inwinnen. Het is dan de bedoeling dat Terro die informatie verzamelt, controleert op de betrouwbaarheid en uiteindelijk gefilterd doorstuurt naar het OCAD, het analyseorgaan voor de dreiging.

"Maar die afdeling heeft een te beperkte capaciteit en kan de informatiestroom niet verwerken", zegt Lars Bové, journalist bij de krant De Tijd, die het rapport van de toezichthouders kon inkijken. "De informatie wordt dus klakkeloos doorgestuurd naar het antiterreurorgaan. Dat is een probleem."

Zo zou er informatie over een van de daders van de aanslagen op Zaventem niet zijn doorgestroomd. "Sinds Turkije heeft gewaarschuwd voor één van de zelfmoordterroristen op Zaventem, lijkt die informatie wel maandenlang te zijn gebleven bij die centrale afdeling. Als je die verschillende signalen naast elkaar legt, moet je beseffen dat er meer aan de hand is dan de fout van enkele personen", analyseert Bové.

Hij reageert daarmee op minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) die gisteren sprak over de blunder van "één persoon binnen het politieapparaat". "De hele centrale afdeling moet versterkt worden en efficiënter werken", aldus Bové in "Bonus" op Radio 1.

Problemen al langer gekend

De voorbije maanden en jaren zijn al vaker dergelijke tekortkomingen bij de Centrale dienst Terrorisme aangekaart, in verschillende rapporten. "Zo bleek na de aanslagen van Parijs dat de databank van de afdeling een jaar lang had platgelegen. Uit een eerder rapport bleek ook dat slechts één iemand zich halftijds bezighoudt met het screenen van sociale media op radicalisering", weet journalist Lars Bové.

Het nieuwe rapport van de Comités P en I ging normaal gezien dinsdagochtend achter gesloten deuren worden besproken in het Parlement. Maar die vergadering werd uitgesteld omdat de aanslagen even voordien hadden plaatsgevonden.

Ministers van Justitie Koen Geens (CD&V) en van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) laten VRT Nieuws weten dat ze op de hoogte zijn van de vastgestelde problemen, maar dat ze nu niet gaan reageren. "Dit zal ten gepasten tijde en in de gepaste kanalen besproken worden", klinkt het.

"Tot nu blijven het altijd kritieken op papier, in rapporten. Ik hoor bij andere veiligheidsdiensten dat die centrale afdeling echt wel een zwakke schakel is. Wanneer dat de gevolgen heeft zoals we die deze week kennen, moeten we ons echt de vraag stellen of we daar niet grondig en snel moeten ingrijpen", besluit Lars Bové.