Paasopstand 1916: de stichtingsmythe van Ierland

Bij de Paasopstand riep een handvol radicalen honderd jaar geleden de Ierse onafhankelijkheid uit, maar de Britse repressie was snel en meedogenloos. De opstand was een ondoordacht en roekeloos avontuur, amper gesteund door de bevolking. Maar amper zes jaar later werd Ierland wel een vrijstaat.

In 2006 reisde ik naar de Ierse westkust voor een historische reportage voor Ter Zake over de korte, maar zeer hevige en bloedige Ierse burgeroorlog (1922-1923).

De aanleiding was een film van de Britse regisseur Ken Loach, The Wind That Shakes The Barley, en mijn gesprekspartner was (de ondertussen enkele jaren geleden overleden) Dan Keating.

Dan was toen 104 jaar oud, en hij had in de Burgeroorlog gevochten in de rangen van het Iers Republikeins Leger IRA. Dan was in 2006 nog even radicaal als in de jaren twintig.

Hij vond dat de leiding van de IRA zichzelf met de Britten gecompromitteerd had, en dat de strijd voor een verenigd Ierland onverminderd moest worden voortgezet.

Toen ik hem vroeg wat voor hem het sleutelmoment was uit de Ierse geschiedenis, antwoordde hij zonder aarzelen: “1916.” Hij was toen 12, en de Paasopstand was het begin van zijn politieke engagement.

Ierse opstandelingen achter een barricade

Een roekeloos militair avontuur

In vergelijking met het drama dat zich toen op het wereldtoneel afspeelde, was de Paasopstand maar klein bier.

Naar schatting 1600 rebellen namen actief deel aan de opstand, terwijl op dat moment zo’n kwart miljoen van hun landgenoten bij het Britse leger vochten in Vlaanderen en Frankrijk.

Dat verklaarde ook waarom de opstand bij de inwoners van Dublin, zo niet op onverschilligheid dan wel op openlijke vijandigheid kon rekenen.

Bovendien was de opstand een ondoordacht en roekeloos militair avontuur dat bij voorbaat tot mislukken gedoemd was. De rebellen hadden gehoopt op Duitse logistieke steun, maar die bleef uit.

Zonder Duitse steun maakten de opstandelingen geen schijn van kans. Alleen in Dublin, en dan nog vooral in de buurt van het postkantoor en het gerechtsgebouw, werd gevochten.

De opstanden in Galway en Wexford waren al voorbij voor ze goed en wel begonnen waren, die in Cork en Donegal kwamen niet eens van de grond.

Plattegrond van Dublin met de verschillende locaties waar gevochten werd

Overweldigende Britse overmacht

Het begon op Paasmaandag 24 april, toen leden van de nationalistische Irish Volunteers, onder leiding van onderwijzer Patrick Pearse, samen met de kleinere en Marxistische Irish Citizen Army van de charismatische James Connolly openbare gebouwen in Dublin bezetten.

Hun hoofdkwartier was het General Post Office, het hoofdpostkantoor in de huidige O’Connell Street (toen Sackville Street), in het centrum van de hoofdstad.

Ze hesen er de Republikeinse vlag, en vanaf de trappen las Pearse, aangestaard door verbijsterde voorbijgangers, een onafhankelijkheidsverklaring voor.

De rebellen namen ook de Four Courts in, het gerechtsgebouw op de oever van de rivier Liffey, fabrieken en distilleerderijen, of groeven zich in in het park van St Stephen’s Green. Dublin Castle, het zenuwcentrum van de Britse overheersing in Ierland, konden de rebellen niet veroveren.

De eerste slachtoffers waren burgers die probeerden de barricades te bestormen, en door de opstandelingen onder vuur werden genomen.

Barricade van het Britse leger in Dublin

De Britse militaire overheid was even verbaasd en verrast over het initiatief als de inwoners van Dublin. Haar allereerste reacties verliepen geïmproviseerd en ongecoördineerd.

Het zevende bataljon van de Sherwood Foresters, dat in allerijl naar het centrum van de stad werd gestuurd, werd door een handvol sluipschutters onder vuur genomen. Er vielen tientallen doden.

Maar de dagen daarna lieten de Britten duizenden soldaten aanvoeren uit Groot-Brittannië en het garnizoen van Belfast. De 1600 rebellen bezweken, zoals te verwachten was, onder de overweldigende militaire overmacht.

Geïmproviseerd pantservoertuig van het Britse leger in de straten van Dublin

De leiders van de opstand moesten het brandende postkantoor ontvluchten.

James Connelly werd op een berrie in veiligheid gebracht naar de belendende Moore Street.

Maar uiteindelijk moest Patrick Pearse, de man die nog enkele dagen daarvoor met veel bravoure de onafhankelijkheidsverklaring had voorgelezen, zich overgeven aan de Britse brigadegeneraal Lowe.

Het uitgebrande General Post Office, enkele dagen het hoofdkwartier van de opstandelingen

Veel Ierse nationalisten vonden de opstand onversneden dwaasheid. Ongelijk hadden ze niet.

De Britse oorlogsmachine had de opstand in bloed gesmoord, en even leek het erop dat ze de Ierse onafhankelijkheidsstrijd een genadeslag had toegediend.

Tot het Britse legercommando besliste om de leiders van de opstand voor de krijgsraad te dagen en ze ter dood te veroordelen.Veertien stierven voor het vuurpeloton in de gevangenis Kilmainham Gaol in Dublin.

De socialist James Connelly, zwaar gewond tijdens de belegering van het postkantoor, moest eerst op een stoel worden vastgebonden omdat hij niet meer rechtop kon staan.

Sir Roger Casement werd in augustus in Londen opgehangen, een zestiende werd geëxecuteerd in Cork.

Collage met de 16 geëxecuteerde leiders van de Paasopstand

"Een verschrikkelijke schoonheid"

De geëxecuteerden werden snel martelaren voor de Ierse zaak.

De Ieren smullen van hun verhalen. De Don Quichotes van de Paasopstand, de naïeve hemelbestormers die een storm van lood en vuur over Dublin hadden afgeroepen, werden op slag nationale helden.

Het postkantoor in O’Connell Street, de Four Courts en Kilmainham Gaol werden een schrijn waar de aanhangers van de onafhankelijkheid hun martelaren kwamen eren.

Ierlands nationale dichter, William Butler Yeats, die aanvankelijk weinig sympathie koesterde voor de opstandelingen, schreef zijn hymne “Easter 1916”, waarvan de regel “a terrible beauty was born”, sindsdien elke Ier op de lippen bestorven ligt.

Herdenking in 1925 van de slachtoffers van de opstand in 1925, in de Kilmainham Gaol, de gevangenis waar de meeste executies plaatsvonden

Symbool

Pasen 1916 werd een dramatisch symbool voor de Ierse identiteit.

Vóór het land onafhankelijk werd, zou er nog veel bloed vloeien, en de eenheid waar de opstandelingen naar streefden, is op dit moment, in 2016, nog altijd niet bereikt.

Zes graafschappen (Noord-Ierland) zijn nog steeds in Britse handen, en het ziet er vooralsnog niet naar uit dat daar snel verandering in komt.

Maar in 1918 boekte Sinn Féin, de politieke vleugel van de IRA wel een reusachtige verkiezingsoverwinning: het veroverde maar liefst 73 van de 105 Ierse zetels in het Britse Lagerhuis.

Geheel in overeenstemming met de partijmanifest weigerden de verkozenen hun zetels in te nemen in wat zij een infaam en imperialistisch instituut vonden.

Verkiezingspropaganda in 1918: " Als je echt een Ierse republiek wil, stem voor Sinn Féin"

Het postgebouw van toen, de General Post Office in O’Connell Street, is nog altijd in gebruik. Wie voor het gebouw gaat staan, kan de vele honderden inslagen zien die de kogels in de gevel hebben gemaakt.

De Paasopstand bracht de Ierse onafhankelijkheid geen stap dichterbij, maar studenten van de Ierse geschiedenis kunnen niet voorbij aan de symbolische betekenis van de opstand en aan de rol die het gebeuren speelt in de nationale verbeelding.

De “verschrikkelijke schoonheid” van 1916 blijft al honderd jaar het politieke landschap beheersen, en sommigen vrezen (anderen hopen) dat de herdenking de Republikeinse sentimenten in Noord-Ierland weer kan doen opflakkeren.

Enkele weken geleden nog bracht een splintergroep van de IRA in Belfast een autobom tot ontploffing, waarbij een cipier om het leven kwam.

De Noord-Ierse politie waarschuwt ervoor dat extremistische Republikeinen in de aanloop naar de herdenking van de Paasopstand nog meer bomaanslagen willen plegen tegen pro-Britse doelwitten.

Britse militairen voeren een opstandeling af

De Britse propaganda speelde de Duitse steun die de opstandelingen hadden gekregen, sterk uit. Aan het westelijk front probeerde het Duitse leger Ierse soldaten te overtuigen om te deserteren.

Op het bord linksonder: " Ieren ! Zwaar oproer in Ierland, Engelse geweren vuren op uw vrouwen en kinderen!"

'Verontwaardigde' Ierse soldaten springen uit de loopgraven om de borden weg te halen.(uit de Times History of the War, volume 8)

 

lees ook