Waar is Europa? - Hendrik Vos

Terroristen leggen grillige parcours af met hun geld, hun wapens en hun nagemaakte identiteitspapieren. De aanslag in het ene land is voorbereid in een ander land. Bommen en kalasjnikovs komen van elders. Handlangers nemen de vlucht naar alweer een nieuwe plek. Langer dan een paar uur duurt het nooit met onze open grenzen.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Hendrik Vos is een Belgisch politicoloog. Vos is verbonden aan de Universiteit Gent, waar hij ook directeur is van het Centrum voor EU-studies.

Het is haast onmogelijk om de Europese binnengrenzen voor terroristen te sluiten. Het vraagt in elk geval eindeloos veel meer controles dan de filterblokkades van vandaag op snelwegen, hier en daar. Die veroorzaken lange wachtrijen, veel tijd- en geldverlies voor vrachtwagens en ellende voor grensarbeiders. Maar wie in Syrië gestreden heeft, schuift niet keurig en geduldig in die file aan. Die raakt op andere manieren het land wel in of uit.

Wie de grenzen wil sluiten om terroristen buiten te houden, heeft prikkeldraad nodig rondom heel het grondgebied, vier meter hoog en met stroom erop. Wachttorens uiteraard, elke vijftig meter, dag en nacht bemand. Zoeklichten ook, en best nog mijnen, om te verhinderen dat er kuilen en tunnels komen in de bossen en de velden. En ook dan zal een terrorist met een strak plan en Google Satellite nog wel de mazen vinden in het net.

Het is simpelweg geen optie om in het Europa van vandaag de binnengrenzen weer op te richten, achtentwintig burchten te creëren en tienduizenden kilometers draad te spannen. Een fatsoenlijke bewaking is onbetaalbaar, de prijs voor de economie is veel te hoog, net als de miserie voor de reizigers.

In Europa kennen we geen grenzen meer, en laten we daar vooral niet om treuren. Onze welvaart en tewerkstelling zijn goeddeels gebaseerd op handel, en dan vooral met onze buren. Door het neerhalen van de slagbomen kregen we meer vrijheid en welvaart, een open samenleving en economische groei. Vooruitgang dus.

Maar helaas en onvermijdelijk maken ook terroristen daar gebruik van. Terreur kent geen grenzen. In groot contrast daarmee staan de inlichtingendiensten. Die kennen wel nog grenzen: ieder land heeft vandaag zijn eigen geheime dienst, met zijn eigen personeel, zijn eigen computers, zijn eigen codes en zijn eigen methodes.

Dit is uiteraard hoogst inefficiënt. Puzzelstukken liggen verspreid over achtentwintig hoofdsteden. Er gebeurt dubbel werk, en tegelijk zijn er vast ook grote gaten. Informatie is versnipperd en versplinterd, niemand heeft een totaalzicht, uitwisseling gebeurt in het beste geval met mondjesmaat en met vertraging.

Een Europese FBI

En dan gaan de blikken naar Europa: waarom bouwt Europa geen gezamenlijke FBI uit? Na de eengemaakte markt, de eengemaakte munt en zoveel andere eengemaakte zaken, waarom geen eengemaakte inlichtingendienst?

Zover zijn we klaarblijkelijk nog niet. Maar het stelselmatig uitwisselen van informatie tussen de nationale inlichtingendiensten zou alvast een goed begin zijn. En dat staat op de agenda, zo leren ons de Europese teksten.

Drie citaten:

  • “Een betere uitwisseling van informatie tussen alle inlichtingendiensten van de Unie is noodzakelijk. De lidstaten zullen met onmiddellijke ingang alle nuttige gegevens inzake terrorisme delen.”
  • “De Europese Raad onderstreept het belang van efficiëntere samenwerking op het gebied van inlichtingen, en roept de lidstaten op de mechanismen voor samenwerking te verbeteren.”
  • “De EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken vragen om de oprichting van een specifiek platform om multilaterale uitwisseling van informatie in real time te versnellen."

Het klinkt geruststellend: Europa is er dus mee bezig. Tot we er de data bij halen. Het eerste citaat dateert uit 2001, onmiddellijk na de aanslagen van 9-11 in New York en Washington. Het tweede komt uit een verklaring uit 2004, toen Al Qaeda toesloeg in Madrid. Het laatste citaat is een paar dagen oud. Veel verder raakten de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken niet, toen ze vorige donderdag inderhaast bijeen kwamen om te reageren op wat er in Brussel is gebeurd.

Een lijst met tien actiepunten werd vrijgegeven, grotendeels herhaling van wat vijftien jaar geleden ook al werd gezegd. En na Madrid. En na Londen. En na Charlie Hebdo. En na de Bataclan. We kunnen vermoeden dat de meeste van de actiepunten ook nu weer niet, slechts gedeeltelijk of met veel vertraging zullen worden uitgevoerd. En we kunnen ook vrezen dat ze bij de volgende aanslag, in Den Haag, Berlijn of Kopenhagen, nog eens herhaald zullen worden.

Minuut stilte

De Europese reactie op een aanslag kent een vast patroon: er komt een verklaring van de Europese leiders dat ze geschokt zijn en ontzet. Er vallen woorden als ‘afschuwelijk’ en ‘laf’. De dag nadien wordt er een minuut stilte georganiseerd en iedereen kijkt bedrukt en officieel terneergeslagen. De gedachten zijn bij de slachtoffers.

Aansluitend is er een vergadering die altijd weer begint met de woorden: “We zijn vastberaden om te reageren.” Ten slotte volgt de verklaring met de actiepunten, en dan, ineens, zakt alles als een pudding in elkaar. De uitvoering komt er niet. Gedaan met alle vastberadenheid.

Het gaat niet alleen over het uitwisselen van gegevens tussen inlichtingendiensten. Het gaat ook over het in kaart brengen van terrorismefinanciering, over de controle op wapenhandel of over de gezamenlijke strijd tegen documentfraude. Aan voorstellen of ideeën van de Europese instellingen is er geen gebrek en af en toe is er wel een doorbraak in een deeldomein.

Na veel gepalaver en met veel vertraging kwam er intussen wel een Europees aanhoudingsmandaat en vermoedelijk wordt er vandaag meer informatie gedeeld dan ooit tevoren. Maar nog altijd veel te weinig.

Want als het er echt op aankomt, dan zijn er de afzonderlijke lidstaten die dan toch niet voluit willen meewerken. Omdat ze strategische data van hun geheime diensten liever niet doorgeven aan andere landen. Omdat ze elkaar nog bespioneren. Omdat ze traditioneel wat lakser zijn tegenover wapenhandel. Omdat ze hun banken de armslag willen geven om goede zaken te doen met eigenaardig volk uit verre landen.

Iedereen heeft wel een geschikte reden om het nog apart te regelen. Die nationale reflex kan perfect worden uitgelegd, gepast verklaard en historisch gekaderd.

Ze geldt ook voor de landsverdediging. Vandaag hebben we in Europa ongeveer achtentwintig landmachtjes, achtentwintig zeemachtjes, achtentwintig luchtmachtjes en achtentwintig muziekkapellen. Uiteraard is dat hoogst inefficiënt. Maar haast geen enkele lidstaat is bereid om volop mee te werken aan een gemeenschappelijke defensie.

Rook uit de metro

Het gevolg is een tragische spreidstand. Op allerlei vlakken hebben we ons grensoverschrijdend georganiseerd. Terecht, want geen van de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw kan op dit kleine continent worden aangepakt met achtentwintig afgesloten marktjes en gemeenschappen, elk afzonderlijk georganiseerd.

Maar op sommige cruciale terreinen is de neiging bij nationale overheden om vast te klampen aan de eigen soevereiniteit nog altijd heel erg groot. Europa is maar gedeeltelijk eengemaakt, en dat heeft dramatische gevolgen.

Het verhinderen van meedogenloze terreur is in alle omstandigheden gruwelijk moeilijk. Maar in verspreide slagorde is het nog eindeloos veel gecompliceerder dan gezamenlijk.

De verantwoordelijkheid is verpletterend, en ze ligt niet zozeer bij de Europese instellingen, maar in de hoofdsteden die de samenwerking slechts lippendienst bewijzen en doen alsof ze het elk apart wel onder controle kunnen houden. Tot er straks weer rook komt uit de metro, er op de grond weer scherven glas liggen, de trommelvliezen gescheurd zijn na alweer een harde klap, er weer gegil klinkt in de steden, en de krant weer vol staat met namen met een kruisje erbij.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.