Onze waarden verdedigen, hoe kan dat? - Frank Gerits

Het is makkelijk om te zeggen dat we na de aanslagen onze waarden moeten verdedigen. We zullen eerst diep in het eigen hart moeten kijken. En begrijpen hoe die "anderen" naar ons kijken.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Frank Gerits is als research fellow verbonden aan de International Studies Group van de University of the Free State in Zuid-Afrika en is wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven.

De aanslagen hebben ons diep geraakt in onze waarden. Wat nu? In de binnen- en buitenlandse pers zijn sinds de aanslagen van 22 maart twee antwoorden op deze vraag geformuleerd. Aan de ene kant zijn er zij die oproepen tot zelfreflectie, verbondenheid en meer aandacht voor jongeren die zich buitengesloten voelen. Anderen menen dat introspectie onnodig is. Mia Doornaert bijvoorbeeld stelde in De Standaard dat Brussel niet “onze schuld” is, maar dat er een brede globale gemeenschap is die “niet begrijpt of aanvaardt dat de islam de maatschappij niet domineert“.

Een assertief antwoord op terreur vraagt echter een doorgedreven analyse van de manier waarop wij naar onszelf kijken.

De aanslagen in de hoofdstad van de Europese Unie werden door premier Charles Michel beschreven als een aanval op onze waarden. Die universele waarden die het Europese project en onze burgerzin schragen – vrije meningsuiting, democratie en gelijkheid – zijn evenwel constant in beweging.

Net zoals IS met een geperverteerde versie van de islam de eerste de beste boef kan aanzetten om tot actie over te gaan, zo ook heeft het Europese project, in oorsprong, een donkere kant die op het continent vergeten is, maar buiten de grenzen van de EU weerklank vindt. Een antwoord formuleren op de vraag waarom “zij” “ons” haten ligt begraven in de geschiedenis van de Europese eenmaking.

Wie de oproep om onze waarden te verdedigen volgt, voelt zich al snel hulpeloos. Het is immers moeilijk om buiten de perceptie te treden die we hebben van onszelf. “Wij”, Europeanen, willen de open samenleving verdedigen vanuit de overtuiging dat die waarden iedereen ten goede komen zonder onderscheid op basis van huidskleur, taal of godsdienst.

De vluchtelingenstroom van de laatste maanden, maar evengoed de instorting van de Oost-Europese communistische regimes in 1990 bewijzen dit: mensen willen deel uitmaken van het Europese project waarin vrije mening en gelijkheid centraal staan. Wie kan daar nu tegen zijn?

Het koloniale verleden

Het antwoord op die vraag ligt besloten in het koloniale verleden. Na de Tweede Wereldoorlog werd het kolonialisme immers gerechtvaardigd door te verwijzen naar de paternalistische inspanningen om de levensstandaard van koloniale volkeren te verhogen. In Congo werden wegen aangelegd, in Kenia scholen gebouwd. Afrikanen en Aziaten waren tweederangsburgers zonder politieke vrijheden, maar met economische rechten.

Intellectuelen buiten Europa, maar ook de nationalistische leiders die zich begonnen te roeren hadden daar veel kritiek op: beloftes over economische vooruitgang en gelijkheid werden immers niet ingelost. Bovendien had het Europese integratieproces, dat met het verdrag van Rome in 1957 uit de startblokken schoot, ook tot doel het voormalige imperium blijvend te binden aan Europa.

De vandaag vergeten notie van “Eurafrika”, de zogenaamd “natuurlijke” band tussen Afrika en Europa, was springlevend in de naoorlogse jaren. De archieven van Buitenlandse Zaken in Brussel tonen hoe België actief meewerkte aan een institutionele structuur die van Afrika een blijvende Europese invloedssfeer moest maken. Het aandringen op een oplossing in Libië – waar IS voet aan de grond krijgt – is daar een hedendaagse echo van.

Vergeten kolonisatie

De dekolonisatiegolf van de jaren 1960 veranderde de Europese zelfperceptie: het kolonialisme werd uit de geschiedenis van de EU weggeschreven. Bovendien werd de zogezegde ‘mislukking’ om de koloniale onderdanen te moderniseren alsook hun opstandigheid verklaard als een symptoom van raciale of religieuze verschillen.

“De ander”, de niet-blanke, de niet-Europeaan werd daardoor, bijna onbewust, uitgesloten van de open samenleving. Het is die ervaring die in veel niet-Europese delen van de wereld is blijven hangen.

Als we de Europese “universele waarden” in stand willen houden, moeten we daarom niet enkel de geperverteerde versie van de islam een halt toeroepen en IS vernietigen in Syrië. De donkere, niet-inclusieve kant van het Europese project moet eveneens het hoofd geboden worden.

Hoe we “de ander” opnieuw kunnen toelaten en hoe we ervoor zorgen dat “de ander” zich ook aanvaard voelt blijft een extreem moeilijke kwestie. Hoe leggen we uit dat het bannen van de hoofddoek voortvloeit uit onze gehechtheid aan neutraliteit in de openbare ruimte en niet in het verlengde ligt van onze paternalistische-koloniale houding? Zonder het kolonialisme zou het islamradicalisme veel minder politieke tractie hebben.

Antikoloniale beeldtaal

Velen buiten Europa hebben een haat-liefdeverhouding met het continent. Ik werd op de markt van Accra in Ghana ten huwelijk gevraagd omdat op die manier een visum te verkrijgen valt, maar ik kreeg in één adem ook te horen hoe verdorven het continent in moreel opzicht is.

Bovendien is de nationale identiteit, die gevormd wordt via de televisie en in de klaslokalen in het Midden-Oosten en Afrika, gebouwd op verhalen over de overwinning op de koloniale overheerser.

Die beeldtaal wordt daarom ook handig gerecycleerd. De antikoloniale retoriek sluit aan bij de belevingswereld van de gewone man en vrouw. In Iran, bijvoorbeeld, zijn de Amerikanen in de eerste plaats ‘imperialisten’, geen godslasteraars. Daesh, oftewel IS, heeft een organisatie gebouwd op verwrongen theologische redeneringen, maar de politieke doelstelling is postkoloniale emancipatie.

In de propaganda van IS, zo schrijft historicus James Renton, wordt benadrukt dat het kalifaat het onrecht van het Sykes-Picot-akkoord ongedaan zal maken. Die overeenkomst deelde het Midden-Oosten in 1916 op in een Franse en Britse invloedssfeer.

Begrijpen waarom iemand radicaliseert is een moeilijke taak. Radicale empathie lijkt evenwel, hoe frustrerend ook, het enige antwoord.

De wil om ook de aanslagen buiten de westerse wereld en de bommen in Syrië te zien als een laffe aanval op onze eigen waarden.

De wil om te begrijpen waarom anderen een negatieve invulling geven aan de Europese waarden die wij omarmen.

De wil om moslims te zien als onderdeel van de Europese geschiedenis die tot het uiteenvallen van het Portugese rijk in de jaren 1970 een expliciet globale dimensie had.

Een hele opgave.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen