FACT CHECK: feestende moslims na de aanslagen?

De uitspraken van minister van Binnenlandse Zaken Jambon (N-VA) over dansende moslims en straatfeesten naar aanleiding van de aanslagen in Brussel blijven de gemoederen verhitten. De hamvraag blijft natuurlijk of er moslims zijn die de aanslagen publiek hebben verheerlijkt.

In een interview afgelopen zaterdag in De Standaard vertelde Jan Jambon dat “een significant deel van de moslimgemeenschap danste naar aanleiding van de aanslagen”. Eerder had Jambon op een symposium van het Centrum Informatie en Documentatie Israël al gezegd dat er “op de dag van de aanslagen in bepaalde wijken in Brussel straatfeesten waren”. Daar nuanceerde hij zijn uitspraak wel door te zeggen dat “gelukkig niet de volledige gemeenschap staat te dansen” en dat we “nog intensiever moeten samenwerken met het deel van de moslimgemeenschap dat onze fundamentele waarden wel aanvaardt”.

Nationale Veiligheidsraad ingelicht

Verschillende politici, uit meerderheid en oppositie, hebben ondertussen kritisch gereageerd op de uitspraken van Jambon. Maar premier Michel bevestigde zondag aan persagentschap Belga “dat er wel degelijk steunbetuigingen aan de daders van de aanslagen geweest zijn”. De premier verwijst daarbij naar de Nationale Veiligheidsraad, die over de steunbetuigingen werd ingelicht. Volgens Michel ging het wel om een kleine minderheid. In “Het Journaal” wilde minister Jambon geen verdere details geven: “Het is een getuigenis die we gekregen hebben in de Nationale Veiligheidsraad, de vraag hoeveel, waar en wanneer is niet relevant.”

Drie incidenten

Ondertussen heeft het Brusselse parket wel meer informatie gegeven over mogelijke dossiers van mensen die de aanslagen zouden gevierd hebben. Zo zijn er in de avond van 22 maart zes mensen opgepakt die in Neder-over-Heembeek op straat stonden en volgens omstaanders de aanslagen aan het vieren waren. De personen werden verhoord, maar uit niets bleek dat men de aanslagen ook effectief aan het vieren was. De zes werden vrijgelaten en het dossier is ondertussen geseponeerd wegens een gebrek aan voldoende aanwijzingen.

Nog in Brussel hebben twee leerlingen van een atheneum in Laken enkele uitspraken gedaan waaruit bleek dat ze de aanslagen goedkeuren. Hoewel de leerlingen al snel beweerden dat het om een grap ging, heeft de school toch een tuchtprocedure gestart en ook de politie en het parket ingelicht. Het parket reageerde toen dat “er zeer voorzichtig [moet] worden omgegaan met het interpreteren van verdachte uitspraken of gedragingen”.

Een laatste - bevestigd - incident gebeurde in Brugge. In een supermarkt en in een bankkantoor vierde een man de aanslagen door te applaudisseren, enkele vreugdedansjes te doen en te roepen dat “jullie er zelf om gevraagd hebben”. Hij was trouwens niet aan zijn proefstuk toe, eerder had de man al gedreigd om brand te stichten in een winkel die het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo verkocht. Hiervoor werd de man aangehouden en even later voorwaardelijk vrijgelaten. Door het verheerlijken van de aanslagen in Brussel heeft hij die voorwaarden geschonden en is hij opnieuw opgesloten.

Wat betekent significant?

De Brusselse straatfeesten waar Jambon eind maart naar verwees, kunnen dus niet bevestigd worden door het parket. Dan blijft er natuurlijk nog de uitspraak over “een significant deel van de moslimgemeenschap” dat zou hebben gedanst. Want voorlopig is er alleen in Brugge sprake van een geradicaliseerde moslim die de aanslagen al dansend heeft gevierd.

De discussie lijkt zich dus vooral toe te spitsen op het woord “significant”. Jan Jambon, die bij zijn uitspraken blijft, verduidelijkte vandaag dat significant niet betekent dat het over honderden moslims gaat. Volgens de minister betekent significant dat het een zeker draagvlak heeft, breder dan bij de terroristen alleen. Ook partijgenoot Siegfried Bracke reageert gelijkaardig. Op Twitter schrijft de Kamervoorzitter vandaag dat “significant” niet over aantallen gaat, maar betekent “dat het iets betekent” en “ook één geval al problematisch is”.