Jambon ontkent dat hij wilde stigmatiseren

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) ontkent dat hij met zijn uitspraak dat "een significant deel van de moslims danste na de aanslagen" wilde stigmatiseren en dat "een significant deel" niet betekent dat het gaat om honderden moslims.

"Ik heb geen uitspraken over dansen gedaan", zegt Jambon tegen de Franstalige omroep RTBF. "Ik heb uitspraken gedaan over feiten die mij meegedeeld zijn in de Nationale Veiligheidsraad en ik denk dat in een democratie het goed is om feiten bij naam te noemen en dat dit het debat bevordert. Er zijn weinig uitspraken waar mensen in onze democratie geen kritiek op hebben."

De minister neemt met andere woorden niets terug van zijn uitspraak. Hij blijft erbij dat het probleem moet worden benoemd om het te kunnen oplossen.

"Significant betekent dat het een zeker draagvlak heeft, in dit geval voor een fenomeen dat we absoluut niet willen: terrorisme, IS, gewelddadig extremisme." Jambon stelt  "dat dat een breder draagvlak heeft dan bij de terroristen alleen".

"Als je ziet dat er steunbetuigingen zijn in onze maatschappij, dan is dat voor mij significant. Dat gaat niet over een percentage of aantallen maar over een fenomeen."

Voor een goed begrip geven we hier de betekenis van het woord "significant" volgens Van Dale: 1. veelbetekenend, 2. verantwoorde conclusies toelatend.

Dat er gefeest zou zijn, heeft Jambon dus vernomen in de Nationale Veiligheidsraad. Formeel heeft het federaal parket op 22 maart, de dag van de aanslagen, één proces-verbaal opgemaakt over dergelijke feiten. Dat proces-verbaal werd opgemaakt toen zes mensen werden opgepakt nadat er meldingen waren binnengekomen mensen die aan het vieren waren. Maar bij gebrek aan voldoende aanwijzingen moesten zij worden vrijgelaten. Jambon zegt in de reactie aan VRT Nieuws dat het ook niet zeker is dat er van alle feiten pv's zijn opgemaakt. 

Dus formeel is er geen bewijs, maar "ik moet niets bewijzen", houdt Jambon vol, zich beroepend op de informatie uit de Nationale Veiligheidsraad. 

"Het is een aaneenknoping van feiten", stelt Jambon evenwel. "Bij de arrestatie van Salah Abdeslam hebben we ook gezien dat er mensen met stenen en flessen gooiden naar de ordetroepen. Dat zijn allemaal varianten van hetzelfde fenomeen waarvan ik denk dat we het niet mogen ontkennen en waarmee we iets moeten doen", verdedigt Jambon zich. "Het gaat hier niet om de meerderheid van de moslims - dat heb ik nooit gezegd - maar het gaat om een kleine minderheid, en die kan voor grote problemen zorgen."

De kritiek dat hij zou stigmatiseren doet Jambon af als onwaar: "Ik wil niet stigmatiseren, integendeel. Hoe vaak heb ik het goed menende en grootste deel van de moslimgemeenschap al de hand gereikt, waarmee we samen dit probleem moeten oplossen? Ik kan dat iedere keer herhalen, maar ondertussen moet je de problemen durven te benoemen. Ik denk dat dat ook verantwoordelijk gedrag is."

Hiermee reageert hij op de kritiek van Groen-voorzitter Meyrem Almaci, die weliswaar ook het probleem wil benoemen, maar tegelijk vond dat de uitspraak van Jambon de moslimgemeenschap stigmatiseerde, een minister van Binnenlandse Zaken onwaardig, aldus Almaci.

Niet de eerste keer

Jambon deed zijn omstreden uitspraak in een interview dat afgelopen weekend gepubliceerd werd in de krant De Standaard. Daarna zwelde de kritiek aan. Nochtans is het niet de eerste keer dat de minister van Binnenlandse Zaken dergelijke uitspraken heeft gedaan. 

Eind vorige maand, tijdens een Nederlands symposium over terrorisme, zei Jambon al dat er op "de dag van de aanslagen in de luchthaven en in Brussel in de metro, er in bepaalde wijken in Brussel straatfeesten waren". "Geen rouwplechtigheden, straatfeesten", zei hij nadrukkelijk. 

In dezelfde toespraak nuanceerde hoe toen ook wel al dat het "gelukkig niet heelder bevolkingsgemeenschappen zijn die staan te dansen na aanslagen, maar het fenomeen bestaat wel."

De hele toespraak waarin hij dit zei, is te bekijken op YouTube. De uitspraak over de straatfeesten doet hij 19 minuten en 16 seconden ver in de toespraak. De nuancering doet hij eerder, na 18 minuten en 25 seconden.