Zolang de metro rijdt, gaat het prima ... - Ellen Maerevoet

Ellen Maerevoet zat op 22 maart in een metro die onmiddellijk na de aanslagen bruusk moest stoppen. Ze vluchtte te voet door de koker. Nu, bijna een maand later, schrijft ze opnieuw op wat ze voelt en denkt.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ellen Maerevoet is eindredacteur en cultuurjournalist bij deredactie.be. Ze woont in Jette.

Het is bijna 22 april, dus is het al bijna een maand geleden, de aanslagen op Zaventem en in metrostation Maalbeek in Brussel, maar voor mij lijkt het -zoals het cliché het wil- echt alsof het gisteren was. Nog geen dag zijn de aanslagen en de nasleep ervan uit het nieuws geweest. Het nieuws: dat is mijn job. En Brussel: dat is mijn stad. Geen wonder dus dat die gebeurtenis mijn leven nog steeds lijkt te bepalen.

Vrij snel al na de aanslagen zijn de reacties van veel Brusselaars getekend door hoop, moed, veerkracht, positiviteit. Ook in mijn eigen Brusselse vriendenkring, merk ik dat. Elkaar opzoeken, samen simpele dingen doen: eten, drinken, praten, lachen. Het helpt om "het" te verwerken. Zonder onze ogen te sluiten voor wat er misgelopen is, recent en al lang geleden. Maar uitbundig en Bourgondisch leven, dat is nu eenmaal iets waar de Brusselaar nogal goed in is.

Opnieuw in de metro

Maar voor mij hoeft buitenkomen en mij opnieuw met de metro door de stad verplaatsen niet meteen. Mijn huis, mijn veilige nest, daar voel ik me even het best, terwijl ik van nature nogal uithuizig ben.

Pas een week na de aanslagen stap ik weer de metro op. Een geplande activiteit waarvoor ik op een bepaald uur halverwege mijn reisroute afspreek met een vriendin en haar kinderen. Overdreven, vind ik zelf, maar ik voel dat het die eerste keer op deze manier moet. En het werkt: omdat ik op een bepaald uur ergens moet zijn, kan ik mijn plan niet meer annuleren. Bestemming is de geïmproviseerde herdenkingsplek aan de Beurs. De (internationale) pers is er een week na datum weggetrokken. De verstilde, ingetogen sfeer die er hangt, helpt om even tot rust te komen.

Een maand na de aanslagen is het voor mij nog geen evidentie om weer ongedwongen en ontspannen te leven in onze hoofdstad. Dat de metro tijdens de paasvakantie nog niet rijdt na 18 uur 's avonds en dat er minder verkeer is, geeft me het perfecte excuus om de auto te nemen om naar het werk te gaan.

Maar tegelijkertijd maakt het het moeilijker om nadien de draad weer op te pikken. Ik neem de metro opnieuw, maar met lichte tegenzin, omdat het moet en omdat ik het ook echt wil. Afleiding zoek ik door naar muziek te luisteren. Zolang de metro rijdt, gaat het prima, maar blijft hij iets te lang stilstaan, in een station of -erger nog- in een tunnel, dan bekruipt dat beklemmende gevoel van die gitzwarte dinsdagochtend me weer.

Het is een gevoel dat me wel vaker overvalt, angst zou ik het niet noemen, eerder een gevoel van ongemak, een overdreven alertheid voor wie weet wat..., gespannen zenuwen,... Terwijl je het onvermijdelijke toch nooit kan vermijden.

Een hoofd vol vragen

Vlak na de aanslagen schrijf ik dat ik "niet wil toegeven aan het ultieme doel van terreur: angst zaaien, mensen doen twijfelen aan alles wat essentieel is, de samenleving uit haar hengsels halen". Maar dat is moeilijker dan verwacht.

Voor mij is 22 maart nog heel dichtbij. De vragen spoken door mijn hoofd. Antwoorden blijven voorlopig uit. Hoe is dit ongestoord zo dichtbij kunnen komen? Hoe moet het nu voort in deze stad? Wat staat er ons nog te wachten? Wat gaan wij er samen aan doen?

Of gaat de kloof tussen al die verschillende gemeenschappen alleen maar dieper worden? Meer solidariteit of meer haat? De beelden van protesterende hooligans en ruziënde politici maken me intriest, maar ook woedend en opstandig. Na een maand zie of hoor ik nog geen begin van een oplossing.

Intussen heeft de hele wereld wel een mening over Brussel. Termen als "hell hole" en "failed state" worden in de internationale media veelvuldig gebruikt. Mijn vrienden en ik steigeren: wij wonen, leven en werken hier en over het algemeen lukt dat aardig, ook na 22 maart nog, dank u.

En wat de praktische zaken betreft, heeft de Brusselaar het de afgelopen weken toch vooral zelf mogen uitzoeken. Hoe geraak ik 's ochtends vroeg of 's avonds laat van punt A naar punt B, bijvoorbeeld. Gelukkig maar dat Brusselaars "plantrekkers" zijn. Als het meestal al niet perfect geregeld is, lukt het ook beter om in crisissituaties inventief te zijn.

Soldaten

Dreigingsniveau 3, "de dreiging is ernstig en waarschijnlijk", daar leven we nu al maanden mee. Militairen in het straatbeeld zouden een mogelijk onveiligheidsgevoel moeten verdrijven, maar mij laten ze vooral achter met een dubbel gevoel. 22 maart was de dag waarop ik voor het eerst blij was om militairen te zien die hun hand naar mij uitstaken toen ik samen met vele anderen veilig terug in metrostation Kunst-Wet geraakt was.

Maar nu? Dat ze nog steeds massaal rondlopen in de stad en in de metro staan wil toch zeggen dat we ons nog altijd een beetje zorgen moeten maken?

Toch geniet ik ook opnieuw echt van mijn stad: een verjaardagsfeest in de Vaartkapoen, in het hart van Molenbeek. Met de fiets naar het centrum om een terrasje te doen. Op restaurant. Een straatmuzikante vol overtuiging bezig zien. De zon op mijn gezicht. Als een toerist in het midden van de Grote Markt gaan staan. Het leven is een geschenk waar we elke dag veel bewuster zouden moeten bij stilstaan, altijd en overal, maar zeker ook hier, na 22 maart 2016.

Dat het voor de meeste Brusselaars al weer business as usual is, geloof ik niet. Er is wel degelijk een wonde geslagen, er is voor en na 22 maart. Zelf hunker ik ernaar om afstand te nemen van alle gebeurtenissen van de afgelopen weken en maanden. De actualiteit en het feit dat je hier woont, verhinderen dat vaak.

En tegelijk ben ik verslaafd aan nieuwe informatie, wil ik meer uitleg over hoe dit is kunnen gebeuren, blijf ik op zoek naar verklaringen. Je probeert ermee te leren leven, stap voor stap, zonder al te hoge verwachtingen.

Joie de vivre zal de bovenhand weer nemen

Ondanks alles leeft Brussel, nu misschien even iets ingetogener, maar de joie de vivre van deze bijzondere stad zal het opnieuw overnemen, geen twijfel mogelijk. Zeker nu het lente is en de agenda langzaam vol loopt met culturele en andere activiteiten. Op 23 april, één dag na de eerste maand, neemt choreografe Anne Teresa De Keersmaeker tijdens de Dag van de Dans met haar "Slow walk" de stad langzaam opnieuw in, samen met iedereen die daar zin in heeft.

Vanuit de 5 hoeken van Brussel loopt de tocht gedurende vijf uur naar de Grote Markt. Het is een project dat al langer gepland was, maar dat nu symbolischer wordt dan ooit: al die Brusselaars die samen hun eigen pad opnieuw vol overtuiging bewandelen.