"Ik zal mijn woorden niet terugnemen"

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) blijft achter zijn uitspraken van afgelopen weekend staan. Jambon had toen gezegd dat een "significant deel van de moslimgemeenschap danste na de aanslagen". Morgen moet de minister in de Kamer tekst en uitleg geven bij die uitspraken, maar daar zal hij zijn woorden niet terugnemen. Dat heeft Jambon duidelijk gesteld in "Terzake".

Jambon benadrukte dat zijn uitspraken van afgelopen weekend op feiten zijn gebaseerd. "Wanneer je een probleem wil oplossen moet je eerst de feiten onder ogen zien. Het zijn niet alleen die feestvierders, maar het past in iets wat we al vaker gezien hebben. We hebben gezien hoe mensen flessen en stenen gooiden toen Salah Abdeslam werd opgepakt en we hebben gezien hoelang Abdeslam kon onderduiken, daar moet dus steun zijn. We zien ook leerkrachten die getuigen over enkele leerlingen in hun klas."

Kamerleden zoals Veli Yüksel (CD&V) eisen alvast dat Jambon zijn uitspraken morgen hardmaakt. "Een factcheck is nodig, want anders gaat het om stigmatisering", aldus Yüksel op Twitter. "Een factcheck kan ik niet geven, maar dat is absoluut geen probleem", reageerde Jambon vanavond. "Ik heb informatie uit de Nationale Veiligheidsraad waar dit thema is behandeld. Ik heb daarnaast als minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid mijn contacten met de politie. Er is iets aan de hand."

Nochtans zit minister van Justitie Koen Geens (CD&V) ook in die Veiligheidsraad, en hij had het over een "foutje" van Jambon. Het parket van Brussel liet op zijn beurt weten dat het geen enkel dossier heeft over feestjes na de aanslagen.  "De eerste minister heeft bevestigd dat het thema werd besproken in de Veiligheidsraad en hij zit die raad voor", ging Jambon in de verdediging. "Dus we zijn al met twee. Wat het parket van Brussel betreft, dat niet in de Veiligheidsraad zit, werd gezegd dat er geen processen-verbaal werden opgesteld. Ik heb het echter nooit over pv's gehad."

De commotie is vooral ontstaan rond het woord "significant". Want door het over een "significant deel van de moslimgemeenschap" te hebben, werd Jambons uitspraak door velen als "stigmatiserend" beschouwd. "Een "significant" deel wil zeggen "betekenisvol". Ik heb nooit gezegd dat het een meerderheid van de moslims is, maar nu het nog een betekenisvol fenomeen is dat we onder controle kunnen krijgen, moeten we het hoofd niet in het zand steken", besloot Jambon.