De race om de afgevaardigden

De strijd om de presidentiële nominatie is dit jaar ongemeen spannend, zowel bij de Democraten als bij de Republikeinen. Hieronder een stand van zaken. Wie heeft nog hoeveel afgevaardigden nodig om een meerderheid te halen op de partijconventies?

In een normaal verkiezingsjaar is rond half april de strijd om de nominaties meestal al gestreden en is het duidelijk welke kandidaten het tegen elkaar zullen opnemen bij de presidentsverkiezingen in november. Maar dit jaar is dat helemaal anders.

Bij de Democraten ligt Hillary Clinton nog altijd op kop, maar Bernie Sanders zit haar op de hielen en is niet van plan de strijd te staken voor de conventie van de partij in juli. Clinton krijgt voorlopig de steun van de meeste van de 712 "superdelegates", partijkopstukken die zelf kunnen bepalen voor wie ze stemmen, maar dat kan veranderen als Sanders erin zou slagen in de overblijvende voorverkiezingen meer afgevaardigden dan Clinton aan zijn kant te krijgen.

Bij de Republikeinen is het nog ingewikkelder. Donald Trump ligt hier op kop, maar Ted Cruz en John Kasich willen de handdoek niet in de ring gooien. Daardoor stijgt de kans dat Trump niet aan de 1.237 afgevaardigden geraakt die nodig zijn om de nominatie onbetwist binnen te halen.

In dat geval krijgen we een "open" conventie bij de Republikeinen, waarbij de afgevaardigden vanaf de tweede of de derde ronde niet meer gebonden zijn om te stemmen voor de kandidaat aan wie ze door de kiezers toegewezen zijn. De partijtop, die niet erg opgezet is met Trump noch Cruz, kan in dat geval zelfs een andere kandidaat naar voor schuiven die niet heeft deelgenomen aan de voorverkiezingen.