Breivik wint proces voor onmenselijke behandeling tegen Noorse staat

Een Noorse rechtbank heeft beslist dat het strenge gevangenisregime van massamoordenaar Anders Behring Breivik in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Breivik was naar de rechter gestapt omdat hij vond dat zijn detentievoorwaarden een inbreuk vormen op artikel 3 van het mensenrechtenverdrag: het verbod op foltering. Hij klaagde onder meer het feit aan dat hij al sinds vijf jaar in afzondering zit in de gevangenis, en slechts beperkt contact heeft met andere mensen.

De rechtbank in Oslo gaf hem op dat punt gelijk. De rechter motiveerde de uitspraak door te verwijzen naar "de duur van de isolatie, een gebrekkige motivering, begrensde mogelijkheden om een klacht in te dienen en onvoldoende compenserende maatregelen".

Briefwisseling blijft beperkt

Wat de controle op zijn correspondentie betreft, kreeg de massamoordenaar dan weer ongelijk. Breivik had aangeklaagd dat die maatregel inging tegen artikel 8 van het mensenrechtenverdrag dat het recht op privacy garandeert. Hij eiste een opheffing van de restricties op zijn binnen- en buitengaande post, om hem de mogelijkheid te geven om met sympathisanten te communiceren. De gevangenisautoriteiten hadden die mogelijkheid om veiligheidsredenen afgewezen.

De 37-jarige Breivik, die openlijk met de nazi's sympathiseert, had op 22 juli 2011 in zijn "strijd tegen het multiculturalisme" een bom van 950 kilo laten ontploffen aan het kantoor in Oslo waar de diensten van de toenmalige premier Jens Stoltenberg gevestigd waren. Er vielen acht doden. Vervolgens schoot hij op het eiland Utoya, 30 kilometer verderop, 69 mensen dood die deelnamen aan een jeugdkamp van de Arbeiderspartij. Hij werd in 2012 tot 21 jaar cel veroordeeld.