Een netwerk met meer dan 1.000 spionnen

"La Dame Blanche" was het grootste spionagenetwerk van de Eerste Wereldoorlog. Het was zeer sterk georganiseerd en kon door de Duitse bezetter nooit worden opgerold. Op het hoogtepunt telde het meer dan 1.000 medewerkers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het weer actief onder de naam "Clarence".

100 jaar geleden wordt in Luik Dieudonné Lambrecht gefusilleerd. In 1882 was hij geboren in de Luikse wijk Thier-à-Liège. Van thuis uit krijgt hij een streng katholieke opvoeding mee.

Hij werkt een korte tijd bij de drukkerij Demarteau en binnen de administratie. Uiteindelijk neemt hij samen met zijn schoonbroer een fabriekje over waar onder meer wapens worden gefabriceerd.

Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, Dieudonné is dan 32, vertrekt de industrieel naar Nederland om zich aan te sluiten bij het Belgisch leger.

In Maastricht komt hij in contact met commandant Goldschmit van het War Office, een Engelse inlichtingendienst. Die vraagt aan Dieudonné om in de provincie Luik en bij uitbreiding in Wallonië een inlichtingennetwerk op te starten.

Dieudonné aanvaardt de opdracht en is daarmee één van de eerste leiders van een inlichtingennetwerk in ons land. Hij rekruteert zijn agenten voornamelijk onder het spoorwegpersoneel en bij mensen die naast de spoorweg wonen.

Van op hun werkplek of van uit de huiskamer houden ze de Duitse treinen in het oog. Ze noteren wanneer de treinen passeren, in welke richting die rijden, het aantal wagons, het wapentuig en eventueel welke Duitse eenheden naar het front reizen.

Duitse kanonnen op een spoorwegwagon, klaar om te vertrekken vanuit een Duits stadje naar het front

Andere agenten houden de Duitse troepenbewegingen op het land in het oog. Via koeriers en “passeurs” komen die inlichtingen dan in Maastricht terecht.

Af en toe reist Dieudonné zelf naar Maastricht. Als handelsreiziger krijgt hij relatief gemakkelijk een “Passierschein” en mag hij de grens met Nederland over. De gecodeerde informatie, met onzichtbare inkt op flinterdun zijdepapier genoteerd, verstopt hij in de knopen van zijn jas.

In Nederland wordt de inkt met een chemisch product weer zichtbaar gemaakt. Omdat de War Office niet met de nodige financiële middelen over de brug komt en Dieudonné bijgevolg zijn mensen uit eigen zak moet betalen, stapt hij over naar een andere Britse inlichtingendienst, de Great Headquarters.

Het netwerk-Lambrecht is vanaf 1915 operationeel en levert puik werk. Dankzij de informatie vanuit Luik weten de geallieerden precies welke Duitse troepenmacht onderweg is naar de Champagnestreek en wat later naar Verdun.

Informatie die van cruciaal belang zal zijn bij het verloop van de veldslag daar. Een verwittigd mens is er twee waard.

De Duitsers laten een observatieballon op in de buurt van Verdun. Dankzij de inlichtingen van het netwerk van Lambrecht wisten de Geallieerden dat de Duitsers daar een aanval voorbereidden.

De Duitsers zien dit niet graag gebeuren en zetten een netwerk van contraspionage op poten. Eén van die contraspionnen is de Nederlandse cafébaas Nicolas Keurvers.

Door een onvoorzichtigheid krijgt Keurvers belangrijke gegevens in handen die uiteindelijk zullen leiden tot de arrestatie van Dieudonné Lambrecht en een aantal van zijn agenten.

Op 12 april 1916 veroordeelt de militaire rechtbank Dieudonné ter dood op beschuldiging van spionage. Een gratieverzoek wordt hem geweigerd, de Duitsers vergeven hem Verdun niet.

6 dagen later, in de vroege ochtend van 18 april 1916, staat hij in het bastion La Chartreuse in Luik voor het vuurpeloton. Tijdens de Grote Oorlog zullen daar in totaal 48 mensen gefusilleerd worden.
 

Dieudonné Lambrecht en een fragment uit zijn afscheidsbrief aan zijn vrouw

De geboorte van 'La Dame Blanche

De activiteiten van het netwerk stoppen niet na het verdwijnen van de leider. Dieudonné’s neef Walthère Dewé neemt het commando over.

Walthère Dewé wordt op 16 juli 1880 in de buurt van de Citadelle in Luik geboren. In 1904 behaalt hij met onderscheiding het diploma van burgerlijk mijnbouwingenieur. Een jaar later gaat hij aan de slag bij de Regie van Telefoon en Telegraaf.

Dewé wordt bijgestaan door twee goede vrienden, de Luikse hoogleraar elektrotechniek Herman Chauvin en de Jezuïet Jean Desonay. Zij hebben geleerd uit de fouten van Dieudonné Lambrecht.

In tegenstelling tot het netwerk van die laatste waar iedereen echt iedereen kende, bouwen zij een sterk gecompartimenteerd netwerk uit, volgens een militair model.

Van links naar rechts: Jean Desonay, Walthère Dewé en Herman Chauvin

De medewerkers van La Dame Blanche krijgen allemaal een militaire graad. België wordt verdeeld in vier sectoren met één leider per sector.

Elke sector is een bataljon bestaande uit verschillende compagnies, die op hun beurt verdeeld zijn in 4 pelotons, waarvan er 3 instaan voor het verzamelen van de informatie. Het andere peloton haalt die informatie op en deponeert die in brievenbussen van een compagnie.

Van daar gaat de informatie naar het bataljon en vervolgens naar het hoofdkwartier van La Dame Blanche. De Britten organiseren het overbrengen van de informatie naar Nederland.

Ze doen daarvoor een beroep op de koeriers van het netwerk ORAM, een organisatie van de Belgische ingenieur Victor Moreau.

Bericht in cijfercode met instructies vanuit Londen aan de leiding van 'La Dame Blanche' van begin oktober 1918, onderaan een transcriptie van het bericht

Dewé en zijn secondanten Chauvin en de Desonay zijn enkel bekend bij de vier sectorleiders. De meeste medewerkers kennen de andere agenten dus niet, belangrijk in geval van arrestatie.

Bovendien werken de meesten onder een schuilnaam en de schuilnamen worden voortdurend veranderd.

Een aparte afdeling van 'La Dame Blanche' houdt ook de Duitse geheime politie in de gaten. Ze heeft ook contacten in de gevangenissen en weet zo, als iemand aangehouden wordt, welke informatie hij bij zich had en eventueel heeft prijsgegeven.

De bank Nagelmackers is bereid het nieuwe netwerk via een lening financieel te steunen. Op 22 juni 1916 is “La Dame Blanche” operationeel.

Identiteitskaart van Jean Deflandre, een van de talloze schuilnamen die Walthère Dewez gebruikte

Dewé, zelf een ambtenaar bij de Regie van Telefoon en Telegraaf, rekruteert zijn medewerkers onder meer binnen de R.T.T., maar ook bij de academici van de universiteit Luik en zelfs in religieuze milieus.

Zo'n tiende van de leden zijn priesters, en drie op 10 van de agenten zijn vrouwen.

'La Dame Blanche'  kan uiteindelijk beroep doen op meer dan 1000 medewerkers. Het is daarmee het grootste Belgische netwerk van de Eerste Wereldoorlog, gevolgd door de netwerken Brésil en Bordeaux.

In totaal zullen zo’n 7000 Belgen actief zijn binnen het verzet of de verschillende inlichtingendiensten. La Dame Blanche verzamelt inlichtingen in heel België, het noorden van Frankrijk en het Groothertogdom Luxemburg.

Het Duitse executie-oord op La Chartreuse in Luik. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden hier in totaal 48 mensen gefusilleerd.

Een tiental keren worden leden van La Dame Blanche door de Duitsers ontmaskerd, maar door de strakke organisatie wordt het netwerk nooit in zijn geheel opgerold en blijft de schade klein.

Vaak is het bewijsmateriaal zo beperkt dat de Duitsers de aangehoudenen niet kunnen veroordelen.

Zo wordt ook een van de leiders, de Jezuïet Jean Desonay opgepakt, maar de Duitsers hebben onvoldoende bewijsmateriaal om hem te veroordelen en laten hem dan wel naar Duitsland deporteren. Na de oorlog keert hij ongedeerd terug.

Alles samen worden maar twee medewerkers van 'La Dame Blanche' gefusilleerd. Gezien de omvang van de organisatie en de grote hoeveelheid informatie die ze leverde is dat zeer weinig.

 

De Saint-Maurice kapel in Thier à Liège, gebouwd na de Tweede Wereldoorlog ter nagedachtenis van Walthère Dewé. Vooraan een beeld van 'La Dame Blanche'.

Volgens een Duitse legende dook het spook van 'De Witte Dame' op als het einde naderde van de Hohenzollern ( de dynastie van de Duitse keizer Willem II)

Bij het einde van de oorlog telde het netwerk 1084 officiële leden. Zij kregen allen een officiële erkenning van het Britse War Office. In België bleef de erkenning beperkt, omdat de organisatie voor een 'vreemde mogendheid' had gewerkt.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werden de banden tussen de Britten en de organisatie weer aangeknoopt. Walthère Dewé en zijn collega's bouwden een nieuw netwerk uit onder de naam 'Clarence'.

Dewé overleefde het deze keer niet. Op 14 januari 1944 werd hij in de Kroonlaan in Elsene neergeschoten door een Duitse Luftwaffe officier, nadat bij een aanhouding door de Duitse Feldpolizei was ontsnapt.

Dewé werkte ook toen onder een schuilnaam, Muraille. De Duitsers hebben nooit geweten dat zij een kopstuk van het verzet hadden neergeschoten.

Gedenkplaat voor Walthère Dewé in Elsene, op de plaats waar hij werd neergeschoten

lees ook