Kwart ondernemers mijdt Brussels Airport

Sinds de aanslagen van 22 maart vermijdt 1 op de 4 Vlaamse ondernemers reizen via Brussels Airport. Dat blijkt uit een enquête van de werkgeversorganisatie Voka bij 645 bedrijfsleiders waarover De Morgen, Het Laatste Nieuws en De Tijd schrijven. Vooral de strenge controles schrikken af.

Voka hield een enquête bij zijn leden om de impact van de terreur op het economische weefsel in ons land te meten. Opvallend cijfer daarin is dat een op de vier ondervraagden aangeeft Brussels Airport te vermijden voor zakenreizen. Belangrijkste reden zijn de verstrengde veiligheidscontroles, die veel tijd in beslag nemen.

"Een kwart vermijdt Brussels Airport en zoekt alternatieven", zegt Hans Maertens, topman naar Voka in "De ochtend". "15 procent probeert vergaderingen over de landsgrenzen te organiseren via conference call of andere moderne communicatiemiddelen. Nog eens 6 procent wijkt uit naar kleinere luchthavens zoals Oostende of Eindhoven. De overige 5 procent neemt de wagen of de trein, voor beurzen in de buurlanden bijvoorbeeld."

35 procent van de Vlaamse ondernemers zegt ook dat hun buitenlandse zakenpartners België links laten liggen. Zakenreizigers maken 40 procent uit van het klantenbestand van Brussels Airport.

"Bedrijven steeds wendbaarder en weerbaarder in het zoeken naar oplossingen"

Een kwart van de leden geeft in de enquête aan dat ze rechtstreeks schade ondervinden door de terreuraanslagen. Dat vertaalt zich in omzet- en klantenverlies, in extra investeringen in veiligheid voor sommigen, en ook in problemen om niet alleen personen maar ook goederen op het juiste ogenblik op het juiste moment te krijgen.

"De schade is eigenlijk groter dan we dachten, niet alleen in de Brusselse regio, en ook niet alleen in de sectoren die je zou verwachten, horeca en toerisme. Veel bedrijven die op export gericht zijn, die veel buitenlandse klanten of leveranciers hebben, horen daar ook bij. Eigenlijk komen de internationale handelsrelaties onder druk te staan", zegt Hans Maertens.

"We zien dus wel veel impact, maar tegelijk zien we ook dat onze bedrijven steeds wendbaarder en weerbaarder worden in het zoeken naar alternatieven. De schade is dus niet definitief. We moedigen de handelaars aan om zelf antwoorden te zoeken voor hun klanten, de regering moet ook een strak beleid voeren en sterk communiceren. We moeten onze rug rechten, ook in het buitenland aangeven dat we geen failed state zijn, maar een investeringsland, een van de primussen in Europa om handel mee te drijven."