Ombudsdienst voor financiële geschillen ontvangt recordaantal klachten

De ombudsdienst in financiële geschillen, Ombudsfin, heeft vorig jaar een recordaantal van 3.375 klachten ontvangen, een stijging met 28,8 procent ten opzichte van 2014. Het overgrote deel van de klachten, 3.049, werd ingediend door consumenten, de overige 326 door financiële instellingen. "De stijging van het aantal klachten is vooral te wijten aan de grotere naamsbekendheid van Ombudsfin en niet zozeer aan slechtere dienstverlening", zegt ombudsman Françoise Sweerts.

Van de consumentenklachten werden er 733 ontvankelijk verklaard, een stijging van 33 procent ten opzichte van vorig jaar. Om ontvankelijk beschouwd te worden, moet de klacht binnen de bevoegdheden van Ombudsfin vallen, maar moet ze ook eerst al aan de betrokken financiële instellingen zijn voorgelegd. In 362 dossiers, bijna de helft van de ontvankelijke dossiers, achtte Ombudsfin de klacht gegrond. Voor 96,4 procent van die gegronde klachten werd in overleg met de financiële instellingen een oplossing gevonden.

De meeste consumentenklachten betroffen betalingen en betaalrekeningen. Die vertegenwoordigen 35,61 procent van de dossiers. Het gaat daarbij vooral om frauduleuze verrichtingen na diefstal of verlies van bankkaarten, problemen bij geldafhalingen en het beëindigen van de klantenrelaties door de bank.

Ook bij klachten over hypothecaire en consumentenkredieten werd vorig jaar een stijging opgetekend. Bij die laatste gaat het vooral om klachten over de registratie bij de Centrale voor kredieten aan particulieren (CKP), de instantie die alle kredieten en eventuele wanbetalingen registreert en die kredietgevers moeten raadplegen vóór ze een krediet toekennen. Het aantal klachten met betrekking tot beleggingen namen afgelopen jaar dan weer met 17 procent af.

Van de klachten van ondernemingen werden er 142 ontvankelijk verklaard, een stijging met maar liefst 57,8 procent. De meeste dossiers gaan daarbij over "funding loss", de vergoeding die door de kredietgever gevraagd wordt bij een vervroegde terugbetaling van een investeringskrediet. In slechts 18 procent van de 101 dossiers daarover werd een akkoord bereikt.