"Ambtenaar die nek uitsteekt, belandt onder de hakbijl"

Wie bij de Vlaamse overheid corruptie meldt of meer transparantie vraagt, wordt volgens Elke Wambacq -diensthoofd bij de Vlaamse overheid- zacht en onzacht tegengewerkt. Dat meldt ze aan De Tijd. Minister van Bestuurszaken Liesbeth Homans (N-VA) benadrukt aan dezelfde krant dat spreekrecht ook voor ambtenaren een belangrijk recht is, "maar dat spreekrecht is niet absoluut".

Volgens Elke Wambacq, diensthoofd bij het Vlaams Instituut voor Natuur en Bos Onderzoek (INBO), wordt het ambtenaren erg moeilijk gemaakt om problemen aan de kaak te stellen. In een vlijmscherp opiniestuk in De Tijd klaagt ze aan dat wie grote of kleine onregelmatigheden aanhaalt zacht en onzacht wordt tegengewerkt. "Jong en oud, op alle niveaus die kritiek durven geven op de gang van zaken, worden erop aangesproken of het werken lastig gemaakt."

Wambacq heeft dat naar eigen zeggen voor het eerst aan den lijve ondervonden toen ze samen met enkele collega's een boek aan het schrijven was over de overheid. "Een positief boek met de blik op de toekomst, dat tegelijk de moeilijke dingen durft te benoemen", noemt ze het zelf. "Toen we ons manuscript lieten lezen door politici, kabinetsmedewerkers en topambtenaren volgde steevast de raad om toch een aantal dingen minder expliciet en scherp te benoemen."

De ambtenaren hebben doorgezet, het boek toch gepubliceerd en volgens Wambacq de gevolgen zowel mentaal als fysiek ondervonden. "De ene werd plots bij het huisvuil gezet en in de overheidsstructuur letterlijk overbodig gemaakt. De andere kreeg bij een gesprek onder vier ogen de mededeling dat het gedaan moest zijn met de rebel uit te hangen."

In het boek hadden ze het over structuren en methodes die niet werken, maar ook over zwaardere zaken als corruptie. "Niet alleen de bewuste corruptie die soms opduikt in de media, maar ook onbewuste corruptie, als het geld van de belastingbetaler niet transparant wordt besteed", zegt ze. "Wie dat ter sprake brengt, riskeert met de nek onder de hakbijl te belanden", zegt ze daarover. "We hebben oog in oog gestaan met echte machtsstructuren."

Ze komt nu met haar verhaal naar buiten, omdat ze de ambtenarij over enkele maanden verlaat. "Ik heb niet veel meer te verliezen."

Homans: "Spreekrecht is geen absoluut recht"

Minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) heeft in De Tijd gereageerd op de uithalen van Wambacq. "De vrijheid van meningsuiting in het algemeen en het spreekrecht van de personeelsleden van de Vlaamse overheid in het bijzonder is een belangrijk democratisch recht", benadrukt ze. "Het is wel geen absoluut recht. Er zijn uitzonderingen zoals feiten die betrekking houden met de financiële belangen van de overheid. Geen enkel recht is onbegrensd. Er is voor de ambtenaren ook een loyauteitsplicht."

Er is voor Homans wel een grote "maar". Bij grote onregelmatigheden geldt volgens haar wel degelijk een spreekplicht. " In dat geval moet hij een functionele chef daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen. Indien hij op basis van een gegronde reden vermoedt of vaststelt dat een functionele chef hem zal verbieden of verhinderen om misdrijven bekend te maken, moet hij rechtstreeks de procureur op de hoogte brengen."

Van Massenhove: "Cultuurverandering nodig"

Frank Van Massenhove, voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid herkent de problemen die Wambacq aanhaalt in De Tijd. Volgens hem toont het vooral aan dat er dringend nood is aan een cultuur- en mentaliteitsverandering bij de overheid en bij uitbreiding bij grote bedrijven.

Zowel de Vlaamse als de federale overheid heeft volgens Van Massenhove nood aan een ander soort management. "Niet het soort narcistische bazen die zichzelf belangrijk vinden en overal zelf aanwezig willen, ook niet bazen die zelf verbaasd zijn dat ze op die topfunctie zitten en constant vrezen dat er aan de poten van hun stoel gezaagd wordt, maar bazen die echt participatief werken en hun mensen kansen geven om de dienstverlening te verbeteren".

Maar daarvoor is volgens Van Massenhove een grote cultuurverandering nodig, waarbij men ook vanuit de top van de ambtenarij erkent dat mens zelf niet alles beter weet en men toelaat dat mensen met "nieuwe en desnoods absurde ideeën" op de proppen komen.