Onze politici blijven ruziemaken - Carl Devos

Eén maand na de aanslagen zijn onze politici bezig met ruziemaken. Heeft u al een plan gezien? Een evenwichtige visie over hoe we dit fundamenteel aanpakken?
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Carl Devos doceert politieke wetenschappen aan de universiteit van Gent en becommentarieert regelmatig de politieke actualiteit voor deredactie.be.

Waar staan we, een maand na 22/3? Niet ver. Niet waar we hadden moeten staan. Misschien niet eens waar we stonden. Een maand na 22/3 lijken we teruggeslagen. Niet enkel omdat we ondanks alle eendrachtsverklaringen de voorbije weken nalieten vooruitgang te boeken. Ook omdat 22/3 als een gapende wonde het broze weefselherstel verder uiteen scheurt.

Ons was altijd al Wij en Zij, na 22/3 des te meer. Het schiet al decennia niet op, onze multiculturele samenleving, 22/3 zorgt voor nog meer vertraging.

Niet enkel de politiek sukkelt met 22/3. De verhalen van de slachtoffers van Parijs in november 2015 staan me meer voor de geest dan die van 22/3. Alsof ze beter verteld werden. De slachtoffers van 22/3 lijken anoniemer, meer statistiek, op die ene overlever na, die na het verlies van een been rechtop zijn redder begroet.

Het lijkt alsof Parijzenaren zich met meer grandeur in verdriet verenigden. Uiteraard was de schaal van het drama er groter en harder, maar er is misschien vooral een kwalitatief verschil. Waren onze slachtoffers internationaler dan we aankunnen? Is onze hoofdstad internationaler dan we aankunnen?

Aanschouw de mars tegen terreur: 7000 deelnemers was inderdaad weinig. Neen, aantallen zeggen weinig, maar de verklaring ervan des te meer: ‘het momentum’ was, zo klonk, verstreken. Minder dan een maand na de aanslagen. Minder dan een maand.

Niemand weet goed hoe ermee om te gaan. Ook de politiek niet. Zeker de politiek niet. Daar bouwen ze meer muren dan bruggen. Ons rouwplein werd vertrappeld, meer door ruziënde burgemeesters dan door enkele onbeschofte hooligans. Nog voor de laatste slachtoffers geborgen en geïdentificeerd waren, drong het gekibbel al door de protocollaire plechtstatigheid.

Niets in dit land houdt het incidentisme tegen, zelfs geen brute oorlogsdaad. Alsof we incidenten nodig hebben om na de schokgolf snel houvast te vinden.

Twee dagen na de moorden had de Vlaamse regering een email niet gezien en was ze daarom afwezig op de nationale herdenking aan het Paleis der Natiën. Om even verderop in stilte haar eigen, Vlaamse ceremonie te houden.

Op 24 maart spraken sommigen al schande. Twee dagen na de moorden. Twee dagen, terwijl enkele kilometers verderop het bloed nog van de muren werd geschuurd. Sindsdien is het niet gestopt.

De eerste helft van deze week overheerst een semantische polemiek over significantie. Bijna leek een nieuw incident in de maak, over ministers die een Europese topvergadering over de veiligheid van metro’s hadden gemist. Maar feiten doofden de steekvlam, en van ontslag was weer (even) geen sprake.

Wat zijn ze vooral met zichzelf bezig, de beroepspolitici. Klein, klein kleuterland. Als nu eens de helft van die politieke energie in de aanpak van het probleem, in plaats van in de aanpak van elkaar, geïnvesteerd zou worden ...

Discussie?

Uiteraard moet de politiek zichzelf niet uitschakelen en de nooit geloofwaardige belofte van eendracht verlaten, maar het is ook best mogelijk om stevig met elkaar inhoudelijke te debatteren. Dan schiet dat tenminste op. Het probleem is blijkbaar te complex en gevoelig, we dansen rond de hete brij en verliezen onszelf in afgeleide disputen. Institutionele complexiteit en politieke verdeeldheid lijken fundamentele discussies in de weg te staan. En onze onkunde om die te voeren.

Er is veel kritiek mogelijk op de verlengde, harde noodtoestand en de manier waarop de Fransen het aanpakken. Maar in hun aanpak zit meer lef en doortasting dan in die Belgische kletspolitiek. Welk beleidsantwoord is er bij ons na 22/3 eigenlijk gekomen? Sommige daders zijn gevat: dat is zeer belangrijk, maar courant, accuut veiligheidsbeleid. Hoe cruciaal ook, voor veiligheid en het rechtvaardigheidsgevoel: symptoombestrijding.

Oorzaken?

Welke oorzaken werden aangepakt? Welk systeemfalen? Er is een parlementaire onderzoekscommissie, de komende maanden ongetwijfeld ook het podium voor wat politieke afrekening. Een hoop maatregelen waren al na Parijs in de tijdelijke kamercommissie terreur gebald, onder leiding van Koen Metsu (N-VA). We zijn druk doende over de volledige heropstart van de nationale luchthaven en het metroverkeer. Met ons bekrast imago en de economische schade die we daardoor lijden.

En politici met ruziemaken. Heeft u al een plan gezien? Een evenwichtige visie over hoe we dit fundamenteel aanpakken? De brandweermannen hebben hun werk gedaan, het is tijd voor architecten om de verbouwingen uit te tekenen.

Teleurstelling, verwarring, twijfel is mijn deel. En dat van velen. Uw dienaar gaf de voorbije maand verschillende lezingen, voor honderden luisteraars. Geenszins representief voor De Vlaming, die geen uren spendeert aan een vertelling door een Wetstraatpoliticoloog. Maar in de vele vragen na de lezingen kwamen ze naar boven, in de geborgenheid van parochiezalen: die onrust en ontgoocheling. Rechtstreeks uit wat gerust een significant deel van de Vlaamse grondstroom mag genoemd worden.

Dat deel kijkt samen met nieuwere Belgen naar leiders, op zoek naar leiderschap. Die leiders kijken om zich heen, nerveuzer dan voordien. Een maand na 22/3 staan we nog nergens. In de Wetstraat willen ze zoals elders snel over naar de orde van de dag. Dat zou hét ultieme verzet tegen terreur zijn. Maar misschien gewoon ook omdat ze niet beter kunnen?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.