Hoe moet het voort met de noodlottige centrale?

Vandaag is het precies 30 jaar geleden dat een van de grootste accidenten plaatsvond in de geschiedenis van de civiele nucleaire industrie. Op 26 april 1986, niet lang na middernacht, vond een sterke explosie plaats in de reactorkern van de nieuwe reactoreenheid n°4 van de centrale van Tsjernobyl. Hierbij werd het reactordeksel en het dak van het reactorgebouw van de RBMK-eenheid weggeblazen. De gevolgen van dit accident zijn wel bekend, maar het loont ook de moeite om even stil te staan bij de vele analyses naar de oorzaken van dit accident en hoe het nu voort moet met de noodlottige centrale in Oekraïne.

De auteur is nucleair ingenieur en werkt in de nucleaire sector. Als medewerker bij de Universiteit Gent heeft hij in het kader van 30 jaar ongeval in Tsjernobyl de centrale bezocht. Hij schrijft dit opiniestuk als medewerker van UGent en op basis van zijn bevindingen tijdens zijn bezoek.

De getroffen reactor van het type RBMK, oftewel Reaktor Bolsjoj Mosjtsjnosty Kanalny, is een uniek ontwerp dat gegroeid is uit het Russische Plutonium-productieprogramma. Dit type reactoren werd alleen in de toenmalige Sovjet-Unie gebouwd, naast de reactoren die we kennen in België. De naam kan vrij worden vertaald naar "hoogvermogenreactor met buizen".

Het ontwerp kwam tegemoet aan de ambitieuze plannen van de Sovjetplanners om op korte tijd een groot elektrisch vermogen uit te rollen op plaatsen met beperkte grondstoffen voor energieproductie, terwijl er toch gewerkt kon worden met relatief makkelijk verkrijgbare constructiematerialen, zoals grafiet, beton en stalen drukbuizen.

De Sovjetindustrie zocht namelijk naar alternatieven voor de grote gesmede vaten, zoals gebruikt voor de reactoren van het type dat gebouwd werd in Doel en Tihange.

Ik wil hier niet verkeerdelijk de indruk scheppen dat de Sovjetingenieurs inleverden op de veiligheid door een andere ontwerpsaanpak te hanteren. Wie het RBMK-ontwerp in detail analyseert, zal zien dat er effectief een overkoepelend en resistent gebouw voorzien was om radioactieve lozingen op te vangen tijdens accidenten.

Maar dit gebouw was niet voorzien op een ongeval zoals in de nacht van 26 april 1986. Een snelle vermogensstijging in de kern smolt de brandstof in de kern, wat in dit geval leidde tot een snelle en brutale drukopbouw onder het reactordeksel, een uiterst belangrijke barrière tegen radioactieve lozingen voor dit type reactoren.

Reactor rekent op correct functioneren van operatoren

De snelle vermogensstijging werd door de operatoren uitgelokt door de reactor in een onstabiele toestand te brengen door een reeks van niet-toegelaten handelingen. De verantwoordelijkheid van het accident werd dan ook in eerste instantie bij de operatoren en het management van de centrale geplaatst.

Gezien officiële publicaties van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) het gebrek van een vragende houding bij de operatoren aantonen, is dit enerzijds terecht. Anderzijds tonen latere publicaties aan dat ook het ontwerp van de RBMK-reactor aanzienlijk bijdroeg tot het falen.

De RBMK-reactor is een ingewikkelde machine die héél erg rekent op het correct functioneren van de operatoren. Om een sprekend voorbeeld te geven, er zijn maar liefst 211 controle-elementen die één voor één bediend en opgevolgd moeten worden.

Bij andere reactorontwerpen mogen er dan ook wel ongeveer 100 controle-elementen zijn, deze worden efficiënt bediend en opgevolgd in slechts een handvol groepen.

Tsjernobyl heeft nog tot 2000 elektriciteit geproduceerd

Ondanks de significante ontwerpwijzigingen die na het ongeval aangebracht werden aan dit type reactoren, werd er internationaal toch druk uitgeoefend om de resterende reactoren op de site van Tsjernobyl te sluiten.

Want mocht u het niet weten, de drie andere reactoren van de centrale van Tsjernobyl hebben nog tot het jaar 2000 elektriciteit geproduceerd. Gezien de publieke perceptie ten opzichte van deze reactoren was de vraag tot sluiting een begrijpelijke reactie.

Deze sluiting had echter ook belangrijke economische gevolgen, omdat er geen provisies waren opgebouwd. Er moest dus geld worden vrijgemaakt voor een veilige verwijdering en opslag van de nucleaire brandstof, terwijl de centrale ook veilig ontmanteld moest worden. Tegelijkertijd moest er ook rekening worden gehouden met een zwaar beschadigde reactor die continu aandacht vraagt.

Het spreekt voor zich dat dit niet evident is voor een land dat getroffen wordt door de financiële crisis, politieke instabiliteit en oorlog. Gelukkig financiert de internationale gemeenschap verschillende projecten die moeten bijdragen tot een veilig beheer en verwerking van het radioactieve afval geproduceerd tijdens de afbraakwerken.

Originele sarcofaag is bouwvallige structuur

Het hoogtepunt van deze reeks internationale projecten is het “New Safe Confinement”-gebouw. Een gigantische stalen boog met werktuigen en bijhorende gebouwen die zal worden opgetrokken boven de haastig gebouwde sarcofaag. De originele sarcofaag werd kort na het ongeval opgetrokken om verdere verspreiding van radioactief stof te vermijden en de werknemers op de site te beschermen.

De bouw ervan was allesbehalve evident met het hoge stralingsniveau dat er toen aanwezig was. Maar nu, 30 jaar later, is het een bouwvallige structuur geworden die al een verstevigingsoefening heeft gekend.

Om het probleem permanent op te lossen, wordt er dus voor een ambitieus project gekozen dat werktuigen voorziet om de initiële sarcofaag en de noodlottige reactor in een veiligere toestand te brengen.

De internationale gemeenschap financiert echter alleen de constructie van dit soort installaties. Daarna wordt het overgedragen aan de Oekraïense overheid, die de uitbatingskosten op zich neemt. Zulke uitbatingskosten zijn natuurlijk ook niet verwaarloosbaar, wat er toe leidt dat vele van de nieuwe installaties niet operationeel zijn.

Ook de uitbatingskosten voor het “New Safe Containment” mogen niet worden onderschat. Deze installatie voorziet namelijk ventilatie, verwarming en luchtvochtigheidscontrole voor een gigantisch gebouw.

Toerisme in de exclusiezone

Intussen heeft de Oekraïense overheid wel een bron van inkomsten gevonden met het toerisme in de exclusiezone rond de verwoeste reactor. Er blijkt een steeds groeiende interesse te zijn om dit unieke gebied te bezoeken. Gezien de opgelopen dosis voor één dag in die zone maximaal enkele μSv is, wat zich vertaald in een verhoogde kans met zo’n 0,00001% om een fatale kanker op te lopen, zijn de gezondheidsrisico’s hiervan ook zo goed als verwaarloosbaar.

Laten we vooral hopen dat de Oekraïense overheid deze inkomstenbron goed aanwendt voor een veilig beheer van de reactor en de exclusiezone. Maar als de observaties op het terrein een indicator zijn, dan doen deze echter anders vermoeden.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen