"Grootschalige gesubsidieerde biomassacentrales niet duurzaam"

Volgens Fedustria, de federatie van de hout- en meubelindustrie, zijn grootschalige gesubsidieerde biomassacentrale niet duurzaam. De Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) zegt in een reactie op de discussie over grote biomassacentrales daarentegen dat biomassa de meest efficiënte manier is om in Vlaanderen duurzame energie op te wekken.
Houtpellets voor een biomassacentrale in de haven van Gent.

Volgens Fedustria zijn de grootschalige centrales niet rendabel, zelfs met subsidies, en verbranden ze hout waar anders meubels van gemaakt zouden kunnen worden.

De verbranding geeft een grote directe uitstoot van het broeikasgas CO2, en die kan pas op lagere termijn goedgemaakt worden door het aanplanten van nieuwe bossen, zegt Fedustria. Ook is het transport over grote afstanden van het materiaal dat verband wordt, ver van milieuvriendelijk.

Door de subsidiëring van dergelijke centrales komt er druk op de houtmarkt, wat dan weer de traditionele houtsectoren onder druk zet, zegt Filip De Jaeger van Fedustria.  

Biomassacentrales leveren vandaag 48 procent van de hernieuwbare energie in Vlaanderen. Tegen 2020 moet 13 procent van onze energie hernieuwbaar zijn.

"Met het oog op die doelstellingen is biomassa het meest efficiënt", zegt Francies Van Gijzeghem van de Organisatie voor Duurzame Energie. "Die technologie vervangen door windenergie zou tegen 2020 een verviervoudiging betekenen van het aantal windmolens", argumenteert de ODE-specialist. De ODE is de koepelorganisatie voor duurzame energie in Vlaanderen.

Biomassacentrales leveren niet alleen groene stroom, ze leveren ook groene warmte. "Het is een mature techniek." De sector pleit wel voor kleinschaligheid en de inzet van lokale biomassa. De duurzaamheid van de centrale in Gent is volgens ODE gegarandeerd door verschillende instanties die er controles op uitvoeren.