De vloek van Osama, vijf jaar later - Rudi Vranckx

De sjeik is dood, leve de kalief. Vijf jaar na "We got him!" zet de vloek van Osama zich voort. Als een ziekte die verder woekert. Een virus dat zich aanpast en permanent muteert. Een tegengif lijkt nog niet gevonden.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Rudi Vranckx is journalist bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in conflictjournalistiek. Hij actualiseert zijn boek "Oorlog om de geesten" met de "Lessen na Brussel". Uitgegeven door Borgerhoff & Lamberigts.

2 mei 2011, 'Geronimo EKIA'. Die boodschap krijgen president Obama en toenmalig staatssecretaris Hillary Clinton live. Het is codetaal voor 'enemy killed in action'. Na een korte stilte spreekt de Amerikaanse president eindelijk de woorden uit: 'We hebben hem.'

Hiermee komt een einde aan de langste en duurste mensenjacht uit de geschiedenis. Osama Bin Laden, de leider van Al Qaeda en de bezieler van de aanslag van 9/11 is dood. Op Times Square in New York barst een volksfeest los. De sjeik is dood, maar is de oorlog wel voorbij? Is de ziekte van de gewelddadige extremistische jihad voorgoed bedwongen?

Ik verneem het nieuws van zijn dood in Jemen tijdens een bezoek aan z'n persoonlijke lijfwacht uit z'n Afghaanse oorlogstijd. Abu Jandal is z'n naam. Hij zucht: "Als moslims betreuren we z'n dood. Maar het is een goed teken. Er zullen nog honderden Osama's in z'n plaats komen." Wat later verschijnen de berichten op jihadwebsites: sjeik Osama is dood, maar z'n dood zal gewroken worden. Ik stel me met enige vrees de vraag: vijf jaar later misschien?

Extremistische organisaties hebben iets met symbooldata. Al Qaeda als wereldwijde terreurorganisatie lijkt overvleugeld door Islamitische Staat. Al Qaeda heeft dus iets te bewijzen, anders zijn ze verworden tot een reliek uit het verleden. Osama Bin Laden is dood en de meeste Al Qaeda-leiders werden een na een uitgeschakeld door de drone-oorlog die de Verenigde Staten onophoudelijk blijven voeren overal ter wereld.

Maar maakt dat iets uit? Zolang steeds nieuwe generaties jihadi's aanslagen plegen, blijft de vloek van Osama voortwoekeren. De sjeik is dood, leve de kalief nu.

Van Arabische lente tot het kalifaat

De lente van 2011 is de hoogtijd van de zogenaamde Arabische Lente. In Tunesie, Egypte, Jemen en ook Libië worden de dictators van de macht verdreven. Moslimbroeders betogen en strijden zij aan zij met studenten die vrijheid en rechtvaardigheid, een beter leven eisen.

Diep verscholen ergens in een safehouse in de bergen van Pakistan doet Zawahiri een oproep. Dit is een kans voor de jihad, die zal zegevieren. Zawahiri is aangeduid als opvolger van Osama, maar lijkt machteloos, een dinosaurus uit een ander tijdperk. Zijn oproep kan onmogelijk ernstig genomen worden door een nieuwe generatie die vrijheid wil, geen sharia. Het waren de woorden van een oude man in de marge van de geschiedenis. Zo dacht iedereen, ook ik.

Maar het Arabisch Ontwaken, een betere naam dan Arabische Lente, is een proces van lange adem. Vergelijk het met de Franse revolutie, na opstand komt repressie, dictatuur, en opnieuw terreur. De volksopstanden zijn almaar brutaler en gewelddadiger geworden naarmate de dictators meer geweld gebruikten tegen hun eigen volk om zich aan de macht vast te klampen.

Kaddhafi laat zijn eigen volk bombarderen en in Syrië ontaardt de opstand in een echte burgeroorlog waar alle regionale grootmachten zich in mengen. Geweld en chaos regeren en voor goedbedoelde slogans is geen plaats meer.

In Libië betwisten na de dood van Kaddhafi twee, soms drie regeringen elkaar de macht. Tientallen milities leven op voet van oorlog. De rijkelijk gevulde wapenvoorraden van de kolonel worden geplunderd en de wapens verspreiden zich over de hele regio.

Modern wapentuig voor een goede prijs. Ook Belgische geweren, ooit geleverd aan Libië, zijn erg gegeerd en zijn nu terug te vinden tot op het slagveld van Syrië. Dat land wordt het echte zwarte gat. Hoe harder de repressie van een regime, hoe gewelddadiger de opstand wordt.

Syrië wordt de plek waar de gewelddadige jihad zich opnieuw kan uitvinden, gedijen en tot een nooit geziene bloei komen. Naast Al Nusra, de plaatselijke vleugel van Al Qaeda, groeit er iets dat nog meer angst inboezemt, ISIL, ISIS, IS, steeds nieuwe namen die getuigen van een groeiende ambitie. DAESH, een scheldwoord, is de naam die de Arabieren er smalend aan geven. Want voor alle duidelijkheid, de grote meerderheid van de Arabieren en moslims wil dit soort perversie niet.

29 juni 2014. Breaking news, overal ter wereld. De jihadistische terreurgroep ISIS kondigt aan dat ze vanaf nu een staat omvat, een kalifaat. Weg met de Islamitische Staat van Irak en Syrië, zoals de organisatie tot dan toe heette: het kalifaat van de Islamitische Staat overstijgt immers de seculiere staatsgrenzen.

Na Syrië heeft IS zijn macht ook uitgebreid in grote delen van Irak. Moslims overal ter wereld krijgen te horen dat ze trouw moeten zweren aan de zelfverklaarde kalief Aboe Bakr Al-Baghdadi – of kalief Ibrahim, zoals hij zich nu noemt.

 

Waar komt IS eigenlijk vandaan? Het zijn de erfgenamen van Al Qaeda in Irak, de terreurbende van Al Zarqawi die op de gruwelijkste manier, onthoofdingen inbegrepen, strijd leverde tegen de Amerikanen na de invasie in Irak in 2003.

Ook Al Qaeda vond hun praktijken van extreem geweld, ook tegenover andere moslims, zelfs naar zijn standaarden te wreedaardig. Intussen hebben ze hun naam veranderd in ISI, en nu dus IS. Militair verslagen door de Amerikaanse troepen en de soenni-stammen in 2007-2008 vonden ze echter een nieuwe vrijhaven in Syrië, waar ze machtiger dan ooit werden.

Erger dan Al Qaeda?

De dood van Osama bracht dus geen genadeslag toe aan het extremistische jihadgeweld. Wel integendeel. De ideologie is blijven voortwoekeren, in haar meest gewelddadige extreme vorm. Osama was een symboolfiguur, een held voor sommigen, een moedjahied-strijder van de jihad.

Maar je had in de schaduw ideologen die vorig decennium al via het internet de boodschap van extreem geweld verspreidden. De dood van Osama heeft dat niet kunnen uitroeien. Het zijn hun geschriften die zich nog steeds vermenigvuldigen op allerlei haatsites.

Via duizenden twitteraccounts, sociale media als Facebook, whatsapp, snapchat...worden de geesten bewerkt zoals nooit tevoren. Nog steeds wordt een ideologie van 1300 jaar geleden verspreid met de modernste communicatiemiddelen. De strijders gebruiken de openheid en zwakke plekken van een moderne geglobaliseerde samenleving.

In de tijd van Osama kon de lokroep van de strijd enkele tientallen jongeren uit België, honderden uit het Westen of een paar duizend strijders uit de islamitische wereld lokken naar Afghanistan of Irak. Nu is dat een veelvoud. De taal die ze spreken is die van de 'gaming' en jihadi-cool, geen saaie Arabische speeches van sjeik Osama, maar scheldpartijen en copy-paste 'islam for dummies'.

Dynamische propaganda en o zo efficiënt. In 2014 schat de CIA het aantal IS-strijders op 20.000 tot 31.500 in Irak en Syrië, veel meer dan het getal van 10.000 dat ze voordien noemde. Overal ter wereld proberen veiligheidsdiensten en media de werkelijke slagkracht van IS in te schatten; het levert cijfers op die variëren van enkele tienduizenden tot zelfs honderdduizend. Sterk uiteenlopende cijfers dus, en niet allemaal even betrouwbaar, maar ze tonen één ding aan: IS wordt meer en meer een volwaardig leger waar rekening mee gehouden moet worden.

België neemt daarbij een betreurenswaardige koppositie in. Met zo'n 500 strijders is het de grootste westerse leverancier van jihadi's in verhouding tot ons bevolkingsaantal.

Het vorige decennium, het tijdperk van Osama, werd gekenmerkt door aanslagen geïnspireerd door de jihad van India, Pakistan, Afghanistan, Irak, tot Marokko. Ook het Westen werd niet gespaard met de bommen in Madrid en Londen.

Met de dood van Osama en door de Arabische opstanden leek dit even voorbij. Ook die hoop is vervlogen. Geweld is opnieuw dagelijkse kost in Irak en Syrië. In Jemen, de frontlinie tussen Iran en Saoedi-Arabië, tussen soenni en sjia, woedt een burgeroorlog. Aanslagen zaaien angst van Beiroet, Tunis tot Ankara.

En het jihaduniversum waaiert uit. Boko Haram in Nigeria sluit zich aan bij het Kalifaat, al Shabaab in Somalië en verzetsbewegingen in Mali, Niger en de Maghreb behoren tot hun universum. In drie jaar tijd zijn bij aanslagen in 21 landen 2446 mensen vermoord door IS. En dat is nog zonder de individuele moorden gerekend.

Al Qaeda is vervangen door IS en het Kalifaat als keurmerk voor de terreur. Met de aanslagen in Parijs en Brussel is de jihad trouwens opnieuw thuisgekomen. De angst wordt in de hoofden gezaaid. De jihadi's tonen dat ze kunnen toeslaan eender waar, eender wanneer. Sjeik Osama is vervangen als held door kalief Al Bagdadi, of dichter bij huis door Jihadi John en zelfs Abaoud uit Molenbeek. Het lijkt wel of de wortels van geweld en haat dieper reiken dan ooit tevoren.

Nieuwe vragen

Vijf jaar na de dood van Osama Bin Laden zijn de vragen die wij ons moeten stellen indringender dan ooit. Het is niet meer alleen "Wat is er fout in de Arabische Wereld/islam?" Maar ook "Wat loopt er fout in een deel van onze eigen samenleving?"

Militaire overwinningen boeken in Irak of Syrië volstaat niet. Duizenden jihadstrijders zijn het slagveld daar al ontvlucht om zich te nestelen in de chaos van Libië, het front van de nabije toekomst. Ook het verdwijnen van kalief Al Bagdadi zal niet het einde betekenen van de strijd.

Een ideologie versla je niet alleen met militair geweld of gesneuvelde leiders. Waar chaos heerst, kunnen terreurorganisaties zich nestelen. Ook nieuwe dictaturen in het zadel helpen is maar kortetermijndenken. En zolang frustratie de geest van de jongeren kan vergiftigen bij ons, is de voedingsbodem al gelegd voor een nieuwe generatie jihadi's.

Geronimo is vijf jaar dood, maar de vloek van Osama zet zich voort. Als een ziekte die verder woekert. Een virus dat zich aanpast en permanent muteert. Een tegengif lijkt nog niet gevonden.

Er wacht ons dus maar een taak. Blijven strijden op alle fronten, militair, politie, inlichtingen, media, onderwijs, samenleving... We moeten de problemen durven benoemen en oplossingen zoeken.

Want zoveel is duidelijk, de wereld is de voorbije vijf jaar geen veiliger plek geworden. Daarbij kunnen we echter een grote hoop koesteren: de extreme gewelddadige jihad is niet des mensen, niet in onze samenleving en ook niet in de Arabische of islamitische wereld.