Aleppo: tientallen doden en geen hulpverlening

Bij gevechten tussen rebellen en het overheidsleger in Aleppo zijn alweer tientallen mensen om het leven gekomen. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten is het de hevigste strijd in meer dan een jaar. Rusland wijst de jihadisten van al-Nusra met de vinger.

Gisteren werd nog gedacht aan een staakt-het-vuren of een tijdelijk bestand in Syrië. Maar die plannen bleven niet lang overeind. Damascus ligt onder vuur en Turkije ziet terreurgroep IS letterlijk oprukken tot in de grensstad Kilis. In Aleppo dreigt dan weer een nieuwe grote humanitaire ramp. De provincie onderging de bloedigste week in een jaar tijd met tientallen doden.

Gevechten tussen rebellengroepen en het overheidsleger flakkeren op. Nochtans stonden Russen en Amerikanen volgens de Russische minister van Defensie Lavrov dicht bij een doorbraak. Volgens Moskou hebben de jihadisten van al-Nusra de besprekingen gedwarsboomd door onder meer residentiële wijken met raketten te bestoken en grondgevechten uit te voeren.

Noodhulp zit vast

Intussen wordt op verschillende niveaus druk overlegd in Syrië. De VN-veiligheidsraad kwam op Britse vraag vanmiddag samen, in Berlijn was de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier gastheer. Samen met zijn Franse collega en de speciale VN-gezant de Mistura zat hij samen met de belangrijkste vertegenwoordiger van de Syrische oppositie.

Ondanks het geweld, de voorbije twee weken, weigert de Syrische overheid VN-hulp voor meer dan 900.000 mensen, waaronder ook inwoners van Aleppo. “Honderden hulpverleners staan staan klaar. Maar ze mogen nergens naartoe en de bevolking in Aleppo kan geen enkele kant uit”, zegt VN-adviseur Jan Egeland.