Bracke wil dat ook parlementsleden tot 67 jaar werken

Als het van Kamervoorzitter Siegfried Bracke afhangt, dan worden de parlementaire pensioenen meteen gelijkgetrokken met de algemene pensioenstelsels. De overgangsmaatregelen blijven beperkt, onder meer voor de huidige zestigplussers, op voorwaarde dat ze minstens 37 jaar gewerkt hebben. Dat blijkt uit het voorstel van Bracke dat het persagentschap Belga onder ogen kreeg.

De gunstige pensioenregeling voor Kamerleden deed vorige week veel stof opwaaien. Terwijl iedereen tot 67 jaar moet werken, geldt dat niet voor parlementsleden. Zo kunnen twee op de drie federale parlementsleden ook in de toekomst op 55 jaar met pensioen.

Als het van Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) afhangt komt er een onmiddellijke gelijkschakeling. Tegen 2030 moet de pensioenleeftijd net als bij de rest van de bevolking worden opgetrokken tot 67 jaar, vindt Bracke. Zijn voorstel:

Huidig 62 jaar
Binnenkort 65 jaar
2025 66 jaar
2030 67 jaar

Vermindering van de parlementaire pensioenen

De ingreep zou betekenen dat het parlementaire pensioen de facto met 55,56 procent zou worden verminderd ten opzichte van de regeling die tot de verkiezingen van 2014 bestond. Daarbij was een volledig pensioen mogelijk na een mandaat van twintig jaar. Vergeleken met de huidige regeling (mandaat van 36 jaar) gaat het om een extra vermindering met 20 procent.

De voorgestelde overgangsmaatregelen zijn dezelfde als die voor de ambtenaren. Wie geboren is voor 1956 kan nog op 62 met pensioen, op voorwaarde dat hij of zij al 37 jaar gewerkt heeft. En wie op om het even welk ogenblik aan de voorwaarden voldoet om op vervroegd pensioen te vertrekken, behoudt deze voorwaarden ongeacht de latere werkelijke ingangsdatum van zijn pensioen.