Vandeput: “Inzet Belgische F-16’s boven Syrië is haalbaar”

Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) wil Belgische F-16’s inzetten boven Syrië. “Ik zie het haalbaar, met een aantal beperkingen die we moeten bespreken in de regering en daarna in het parlement.” In “De ochtend” op Radio 1 zei de minister dat hij persoonlijk voorstander is van zo’n missie.
Nicolas Lambert

Trekt België ook ten oorlog tegen IS boven Syrië? Dat is de vraag waar het kernkabinet zich binnen twee weken over zal buigen, kondigde minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) gisteren aan. Zijn collega van Defensie toont zich vandaag alvast een voorstander van een uitbreiding van de missie.

Als onderdeel van de internationale coalitie tegen IS waren de Belgische F-16’s tot nog toe alleen actief boven Irak. Dat gebeurt in een beurtrol met Nederland. Volgens die regeling neemt ons land op 1 juni de fakkel weer over van de Nederlanders, “dus tegen dan moeten we beslist hebben”, zei minister Vandeput vanochtend op de radio. Maar dat de Belgische F-16’s weer actief worden in de regio staat volgens Vandeput buiten kijf. “Deze opdracht is vorig jaar al ingepland, toen we de afspraak met de Nederlanders hebben gemaakt en we houden ons aan die afspraak.”

Persoonlijk voorstander

Bij de vorige beurt werden de Belgische F-16’s al ingezet om IS-stellingen in Irak te bombarderen. Of ze nu ook boven Syrië actief zullen worden, dat moet de politiek de komende weken beslissen. Vandeput toont zich persoonlijk voorstander van een uitbreiding van de missie, naar het Syrische luchtruim, maar hij vindt ook dat die beslissing zo laat mogelijk genomen moet worden, “zodat we de laatste details hebben van de situatie ter plaatse”.

Gisteren werd bekend dat de Nederlandse gevechtsvliegtuigen in de strijd tegen IS amper worden ingezet boven Syrië. Het ontbreekt hen aan de benodigde communicatieapparatuur: ze kunnen alleen via de radio communiceren, terwijl ze dat eigenlijk via de satelliet zouden moeten doen. Daardoor is het heel gevaarlijk om boven Syrië te vliegen.

De Belgische F-16’s zijn in hetzelfde bedje ziek, want het zijn exact dezelfde toestellen als de Nederlandse. Daarom wil minister Vandeput vooraf duidelijk afgelijnde afspraken maken over de eventuele inzet van onze F-16’s. “De risicoanalyse moet in orde zijn. Het moet veilig zijn. En als het niet veilig is, doen we het niet.”

Geen boots on the ground

Intussen zijn Belgische militairen ook nog altijd actief op de grond in Irak om lokale collega’s te trainen. Dat gebeurt niet in oorlogsgebied, maar in veilige trainingskampen. De regering denkt eraan om hen dichter bij het front in te zetten, zij het nog altijd in beveiligde compounds, verzekerde minister Vandeput vanochtend. Maar dat er daardoor Belgische “boots on the ground” zouden komen, ontkent de minister stellig.

“Het fundamentele verschil met wat we bijvoorbeeld hebben gedaan in Afghanistan is dat we daar effectief op het terrein gingen. Daarvan is vandaag geen sprake”, meent de minister. “Het gaat er juist om dat Iraki’s zelf het werk opknappen.”

Wat doen onze jongens daar dan? Iraakse militairen opleiden, adviseren en hen helpen bij hun planning. “Het gaat niet om zelf aan het gevecht deelnemen, het gaat over plannen en een goed contact verzorgen aan de luchtsteun die uiteraard wel verzorgd wordt door de internationale coalitie.”

De overtuiging van Vandeput om deel uit te maken van die internationale coalitie is door de aanslagen in Brussel alleen maar sterker geworden. "Mijn persoonlijke mening is dat IS heel veel schade kan aanrichten. Dat hebben we gezien op 22 maart en dat moeten we stoppen. En we moeten hen bestrijden waar zij zich bevinden, dus ook in Syrië als de internationale coalitie dat ons vraagt."