Premier Davutoglu, zondebok en waarschuwing

In Turkije heeft premier Davutoglu aangekondigd dat hij geen kandidaat meer is om zichzelf op te volgen. Volgens waarnemers vormde Davutoglu geen bedreiging voor de positie van de machtsbeluste president Erdogan, maar hij is in elk geval een nuttige zondebok, en een duidelijke waarschuwing voor mogelijke dissidenten in de AK-partij.
Verkiezingsbanieren van Davutoglu (links) en Erdogan.

Gisteren hadden de Turken redenen om feest te vieren, de Europese Commissie had immers aanbevolen om de visumplicht voor Turken af te schaffen, maar in Ankara hadden president Recep Tayyip Erdogan en premier Ahmet Davutoglu andere zaken aan hun hoofd.

De beide mannen hielde een spoedvergadering in het omstreden nieuwe presidentiële paleis van Erdogan, en na 90 minuten volgde het bericht dat de regerende AK-partij later deze maand een congres zal houden, en dat verwacht werd dat Davutoglu geen kandidaat meer zou zijn om zichzelf op te volgen.

Vandaag heeft Davutoglu dat bevestigd, en er meteen bij gezegd dat hij niet uit eigen wil opstapt, wat de vraag oproept wat er aan de hand is in de Turkse politieke wandelgangen.

Rivaal?

Niemand twijfelt er aan dat Davutoglu opstapt onder druk van Erdogan. Was de premier een rivaal geworden voor de machtsbeluste Erdogan? Niet echt, Davutoglu is geen stemmenkanon en het ontbreekt hem ook aan getrouwen in het partijapparaat. Op een kleine kring aanhangers na, heeft hij nooit een stevige machtsbasis gehad in de partij.

En toen hij zijn bevoegdheid begon te gebruiken en plaatselijke partijleiders begon te vervangen - omdat ze verdacht werden van corruptie, omdat hij ze wilde vervangen door zijn eigen mensen, of om beide redenen tegelijk -, ontnam het door Erdogan-getrouwen gedomineerde partijbestuur hem die bevoegdheid, wat meteen het begin van het einde was.

Presidentieel

Erdogan, zonder enige twijfel de meest invloedrijke Turkse politicus sinds de stichter van het moderne Turkije Ataturk, is zeer ambitieus en wil absoluut zijn macht vergroten.

Erdogan werd in 2014 tot president verkozen, nadat hij eerder elf jaar premier was geweest. In Turkije is het presidentschap echter voornamelijk ceremonieel. Erdogan is dan ook vastbesloten om het Turkse parlementaire systeem om te vormen tot een presidentieel regime. Dat zou het Turkije mogelijk maken om efficiënter te functioneren zegt hij, maar het zou ook zijn macht, die hij nu vooral achter de schermen uitoefent, aanzienlijk vergroten.

En dus had hij als president een premier gekozen, van wie hij dacht dat die volgzaam zou zijn, de gewezen minister van Buitenlandse Zaken en professor Internationale Betrekkingen met het uiterlijk van een boekenwurm, Ahmet Davutoglu. Maar het lijkt erop dat Erdogan zich misrekend heeft.

Geen marionet

Davutoglu blijkt immers geen marionet van Erdogan, hij drukt ook zijn eigen stempel op de politiek in Turkije. Zo is hij het brein achter de heroriëntering van de buitenlandse politiek van Turkije naar de islamitische wereld, en heeft hij de "neo-Ottomaanse" droom van een Groot-Turkije nieuw leven ingeblazen, waarbij hij welwillend stond tegenover de terreurgroep IS, die hij lange tijd beschouwde als een stel "nuttige idioten" tegen de Syrische president Bashar al-Assad en tegen de Syrische Koerden.

Ook voelde de premier zich blijkbaar ongemakkelijk over het repressieve optreden van de president tegenover journalisten en academici en was er onenigheid over een aantal kandidaten voor het parlement bij de laatste verkiezingen. 

Wat echter zwaarder door woog,  was het persoonlijke initiatief  van Davutoglu om de overeenkomst over de vluchtelingen met de EU rond te krijgen, door aan te bieden uitgezette vluchtelingen opnieuw op te nemen, zonder dat te bespreken met Erdogan. 

En zo goed als onvergeeflijk voor Erdogan, Davutoglu was het presidentiële systeem dat Erdogan wil invoeren, niet erg genegen. 

Reactie

En dus kwam Erdogan in actie. Alleen al het idee dat Davutoglu met gewezen president Abdullah Gül, die na zijn ambtstermijn voorzichtig afstand genomen heeft van Erdogan, en met gewezen parlementsvoorzitter Bülent Arinc, die duidelijk afstand genomen heeft en intussen persona non grata is bij de AK-partijleiding, zou kunnen samenwerken om de invoering van een presidentieel systeem te verhinderen, kan genoeg geweest zijn om Erdogans paranoia aan te wakkeren.

Een eerste aanwijzing was, zoals gezegd, dat de partij verleden week Davutoglu de bevoegdheid ontnam om lokale partijleiders te benoemen. Dat was een duidelijke waarschuwing aan het adres van de premier vanwege de aanhangers van Erdogan in de partijtop.

Verleden week verscheen er dan een mysterieuze blog online,"The Pelican Brief", waarin Davutoglu omschreven wordt als een "pion in het schaakspel van de grootmachten" tegen Turkije. De blog is geschreven door iemand die zich "een van diegenen die hun ziel zouden opofferen voor de LEIDER" noemt, en de leider is duidelijk president Erdogan.

In de blog wordt geschreven over "verraders" die plannen smeden tegen Turkije, en er wordt er een nieuwe genoemd, Ahmet Davutoglu. Er wordt gedacht dat de schrijver een pro-Erdogan journalist is, die waarschijnlijk de zegen heeft gekregen van de getrouwen van de president. 

En nu is Davutoglu dus opgestapt onder druk van Erdogan.

Premier Davutoglu is duidelijk het slachtoffer geworden van president Erdogan, en dat versterkt het beeld van een president die machtiger is, en nog meer belust op macht, dan velen gedacht hadden.

Onvrede

Erdogan is nog steeds enorm populair bij zijn aanhangers, want de moderne AKP is immers zijn werk: een partij die een politieke stem gegeven heeft aan de gelovigen in het land, gelovigen die tientallen jaren door de seculieren uitgestoten werden, die het verbod op hoofddoeken voor vrouwen in openbare instellingen opgeheven heeft, die ziekenhuizen, scholen en vliegvelden gebouwd heeft doorheen het hele land, en daarbij de middenklasse enorm uitgebreid heeft. En hij heeft de partij van verkiezingszege naar verkiezingszege geleid.

Maar Erdogan is ook president van een land in een diepe crisis: het conflict met de Koerdische PKK woedt opnieuw in alle hevigheid, op een jaar tijd zijn er zeven bomaanslagen geweest die toegeschreven worden aan IS of de PKK, de werkloosheid is boven tien procent gestegen, verwacht wordt dat het aantal toeristen met veertig procent zal dalen dit jaar, er is een hevige politieke polarisatie en de vrijheid van meningsuiting is fel beknot.

En dus is er toenemende onvrede in de AKP, ook over de machtshonger van de president. En die wordt niet getolereerd, de AKP-leden worden onder druk gezet om hun trouw aan Erdogan te betuigen en zelfs te benadrukken. Een parlementslid uit Konya tweette eerder deze week: Turkije= RTE=AK-partij, waarbij RTE uiteraard voor Reccep Tayip Erdogan staat.

Davutoglu is een goede zondebok om te beladen met alle problemen, van de strijd met de PKK tot de economische moeilijkheden, en bovendien is hij ook een afschrikwekkend voorbeeld voor wie binnen de partij niet wil buigen voor Erdogan.

Verkiezingen?

Hoe moet het nu verder? Davutoglu zal ongetwijfeld vervangen worden door iemand die de plannen van president Erdogan meer genegen is, en een van de favorieten is Erdogans schoonzoon, minister van Energie Berat Albayrak.

Mocht dat nog niet volstaan om voldoende parlementsleden te vinden die zijn presidentieel systeem willen steunen, dan wordt het voor Erdogan zeer verleidelijk om vervroegde verkiezingen af te dwingen in de herfst.

De oppositie heeft het immers erg moeilijk, en Erdogan kan hopen om zowel de HDP als de MHP uit het parlement te wippen.

De pro-Koerdische HDP loopt immers het risico om tientallen van haar parlementsleden in de gevangenis te zien verdwijnen, op beschuldiging van het steunen van terrorisme, en het lijkt waarschijnlijk dat ze bij nieuwe verkiezingen die kiesdrempel van tien procent niet zal halen.

De rechtse, nationalistische MHR wordt dan weer verscheurd door een strijd om het leiderschap. Als de partij er in slaagt een nieuwe leider te installeren, waarschijnlijk de centrumfiguur Meral Aksener, zou ze haar stemmenaantal kunnen verdubbelen en de opmars van Erdogan een halt kunnen toeroepen. De aanhangers van de AKP doen er dan ook alles aan wat ze kunnen, om dat te verhinderen.

Van de seculiere, sociaal-democratische CHP hebben ze immers minder te vrezen. Die partij zou in het gat kunnen springen dat de problemen bij de andere partijen veroorzaakt hebben, maar het lijkt erop dat ze geen vooruitgang zal boeken en niet boven 25 procent zal komen, een percentage dat ze zowat bij elke verkiezing haalt.

En dus zou Erdogan zijn aanhang in het parlement aanzienlijk kunnen uitbreiden, en zo toch de meerderheid kunnen halen om het presidentieel regime in te voeren dat hij zo graag wil.

Het klinkt alsof het gaat om de ambities van één man, en intern politiek gekonkel binnen een partij, maar de komende gebeurtenissen zijn beslissend voor de politieke richting die Turkije zal uitgaan. En Turkije, dat betekent de 17e economie ter wereld, het op een na grootste leger in de NAVO en een cruciale bondgenoot van het Westen die grenst aan Syrië en Irak. De inzet is dus hoog.