Erdogan weigert antiterreurbeleid aan te passen

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan weigert om de terreurwetgeving in zijn land aan te passen. Hierdoor komt de afschaffing van de visumplicht voor Turken in het gedrang. Als voorwaarde voor die afschaffing had de Europese Unie een aanpassing van de antiterrorismewet gevraagd.

"De EU vraagt ons om de antiterrorismewet aan te passen. In dit geval zeggen we: 'Wij gaan onze kant uit, jullie de jouwe'", verklaarde Erdogan tijdens een toespraak in Istanboel.

Turkije heeft voldaan aan de meeste van de 28 voorwaarden die de EU had gevraagd om de visumplicht af te schaffen. Woensdag maakte de Europese Commissie bekend dat wat haar betreft de visumvereisten voor Turkse burgers eind juni mogen worden afgeschaft, op voorwaarde dat Turkije ook vijf laatste wettelijke criteria vervult. Ze vraagt onder andere dat de juridische definitie van 'terrorisme' aangepast wordt aan de Europese standaarden.

In het rapport van de Commissie staat onder meer dat deelnemers aan manifestaties in Turkije al te gemakkelijk aan terroristische organisaties worden gelinkt. Ook zouden de "weerkerende arrestaties en vervolgingen" van journalisten en academici de vrijheid van meningsuiting aantasten en zelfcensuur in de hand werken.

De belofte van de EU om de visumplicht voor de Turken die voor een kort verblijf naar de Schengenzone komen onder bepaalde voorwaarden af te schaffen, is een onderdeel van het akkoord tussen Europa en Turkije over de terugname van vluchtelingen die vanuit Turkije de oversteek naar Griekenland maken.

Referendum

Erdogan kondigde ook aan dat hij zo snel mogelijk een referendum wil uitschrijven over de invoering van een presidentieel regime in Turkije. Daardoor zou hij zijn macht kunnen bestendigen.

Volgens Erdogan is een presidentieel systeem een garantie voor stabiliteit en zekerheid. "De benodigde aanpassing van de grondwet moet door de regering zo snel mogelijk aan het volk worden voorgelegd".

Een parlementscommissie buigt zich momenteel over een wijziging van de grondwet, maar de AK-partij van Erdogan beschikt niet over de benodigde bijzondere meerderheid om zijn wil op te leggen. De oppositie is fel gekant tegen wijziging.

De aanhangers van Erdogan verweten de gisteren opgestapte premier Davutoglu niet genoeg nadruk te hebben gelegd op de invoering van een presidentieel systeem. Met een referendum probeert Erdogan nu toch zijn wil door te drijven.

De AKP heeft in het Turkse parlement 317 zetels op 550, dertien te weinig om eigenhandig een referendum door te drukken.