Vakbonden niet op één lijn over inzet sociale verkiezingen

De twee grote vakbonden ACV en ABVV hebben duidelijk een andere inzet voor de sociale verkiezingen, die morgen van start gaan. Het ABVV zegt dat het "asociale regeringsbeleid" deels onderwerp is van de verkiezingen. Voor de christelijke bond ACV gaat het puur en alleen om het kiezen van vertegenwoordigers in de bedrijven, die de belangen van hun collega's kunnen behartigen.

"Het zijn in de eerste plaats sociale verkiezingen, maar het beleid dat nu alleen in het voordeel van werkgevers en van de rijken wordt gevoerd, dat houden mensen toch voor een stuk in hun achterhoofd´", zegt ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw. "De sociale verkiezingen gaan dus zowel om wat gebeurt in de bedrijven, de organisaties en de instellingen als om het asociale beleid dat gevoerd wordt."

Zijn ACV-collega Marc Leemans zegt dat het alleen ´"over het werk op de vloer" gaat. ´"Men kiest in een onderneming bij de sociale verkiezingen niet voor grote programma´s van vakbonden, niet voor verklaringen van voorzitters. Het gaat om mensen die naast hen werken, die in dezelfde ploeg werken en het zijn aan die mensen aan wie zijn hun vertrouwen moeten geven."

Het ABVV kiest dus duidelijk voor een veel meer politieke koers, waarbij het poogt om de onvrede over het regeringsbeleid op de werkvloer ook te vertalen in meer zetels in de ondernemingsraden en veiligheidscomité´s. Het ABVV poogt met een hardere toon ook verloren terrein terug te winnen. De socialistische bond is van de twee de kleinere als het gaat om mandaten in de ondernemingen.

Zorginstellingen

Vooral doordat er minder industriebedrijven zijn, waar het ABVV sterk stond, daalde het stemmenaantal bij de sociale verkiezingen ongeveer 60 procent in de jaren vijftig tot gemiddeld zo´n 36 procent de laatste jaren. Het ACV boekte juist een grote vooruitgang, zeker door de steun in kleinere bedrijven en zorginstellingen, en is al jaren de grootste vakbond. In 2012 kwam de christelijke bond uit op zo´n 52 procent. Het ABVV hoopt dan ook in de kleinere ondernemingen in kmo-zone´s een inhaalslag te kunnen maken.

In de onvrede over het regeringsbeleid trekken ABVV, ACV en de liberale bond ACLVB wel gezamenlijk op. De liberale bond hanteert overigens al jaren een gematigde toon in de ondernemingsraden en veiligheidscomités en spint daar gestaag garen bij. Van zo´n 3 procent in de jaren 50 is het ACLVB gegroeid naar ruim 11 procent. Met een stijging van het aantal kandidaten willen de liberalen hun groei geleidelijk voortzetten.

Hoezeer Leemans ook benadrukt dat het niet gaat om een schoonheidswedstrijd tussen bonden en dat het gaat om de kwaliteit van de vertegenwoordigers in de bedrijven, toch kijken alle bondsvoorzitters natuurlijk naar de uitslagen. Grote verliezen of winsten bepalen toch hun positie, zeker in individuele bedrijven en tegenover de werkgevers, die kritisch staan ten opzichte van de sociale verkiezingen.

Opkomst

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de koepel van kleine werkgevers Unizo trekken het principe van de verkiezingen niet in twijfel, maar denken wel dat veel kandidaten het alleen maar te doen is om de sociale bescherming die is gemoeid met een mandaat. Unizo-voorzitter Karel Van Eetvelt, die de bonden al tegenover zich kreeg door hun aangekondigde acties een daad van terrorisme te noemen, benadrukte dat eind vorige week nog eens. Van Eetvelt vindt ook dat de bonden hun kandidaten veel te weinig screenen. Van Eetvelt verontschuldigde zich in het VRT Nieuws-programma "De vrije markt" overigens wel voor zijn uitspraak over terrorisme.

De bonden brengen daar tegenin dat zij wel degelijk goed letten op wie zij toe laten op hun lijsten en dat wie zich kandidaat stelt ook uitgebreide vorming krijgt. Uit vakbondshoek is ook te horen dat goede kandidaten van levensbelang zijn voor hen, omdat ook personeelsleden die niet zijn aangesloten bij de bond mogen stemmen. Hun keuze gaat bijna altijd uit naar de collega, waarvan zij vinden dat hij of zij hun belangen op de werkvloer het best behartigt.

De grootste graadmeter bij de uitslag, waarvan pas eind mei of begin juni voorlopige resultaten te verwachten zijn, is overigens niet de eindscore van de individuele bonden. Zeker de werkgevers zullen sterk letten op het opkomstpercentage, dat de laatste verkiezingen altijd rond de 70 procent lag. Als dit sterk zou dalen, geeft dit VBO, Unizo en ook de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA een motief om de sociale verkiezingen nog verder in twijfel te trekken.