12 vragen voor de parlementaire onderzoekscommissie

De onderzoekscommissie over de aanslagen in Brussel schiet vandaag echt op gang. Politiek journalist Ivan De Vadder formuleert twaalf pertinente vragen waarop een antwoord moet komen.

1. Wanneer kwam het bevel om het verkeer in de metro in Brussel stil te leggen? 

Op 22 maart kondigt minister van Binnenlandse Zaken Jambon om 9.04 uur -meer dan een uur na de aanslagen op de luchthaven- aan dat het OCAD het dreigingsniveau voor het hele land optrekt naar niveau 4.

“De opdracht werd gegeven om de metrostations en de vijf treinstations in Brussel te ontruimen en af te sluiten voor het publiek. Op basis van de toen reeds gekende informatie werd om 9.05 uur de federale fase van crisisbeheer afgekondigd. Dat betekent het activeren van het nationaal noodplan voor een terroristische aanslag.”

Enkele minuten later blaast Khalid El Bakraoui zich op in het metrostation Maalbeek. Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon heeft in het parlement al verklaard dat het bevel om de metro stil te leggen is gegeven om 8.50 uur. In De Standaard lezen we dat de Brusselse minister-president Rudy Vervoort al eerder -iets over halfnegen- zelf laat bellen naar het federale crisiscentrum.

Het affirmatieve antwoord (om het metroverkeer stil te leggen) komt om 8.45 uur. Vervoort krijgt dat te horen om 8.57 uur. Twee minuten later herhaalt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon dat nog eens tegenover Vervoort: "De metro gaat dicht, we nemen geen enkel risico." Khalid El Bakraoui en Osama Krayem zitten op dat ogenblik al op de metro.

Beslissing al vroeger genomen?

Maar John Crombez, de voorzitter van de SP.A, vermoedt dat de beslissing op het crisiscentrum om de metro te evacueren wellicht nog iets vroeger is genomen. Crombez zat die ochtend op de trein van Oostende naar Brussel en baseert zich op zijn eigen wedervaren.

‘Nog voor tien voor negen is er iemand op de trein die het bericht krijgt: alle stations in Brussel gaan dicht, de metro gaat dicht. Dus ik stuur een mail naar mijn secretariaat: zeg maar de eerste afspraken af, want alles gaat dicht.’

Crombez raakt nog zonder enige probleem in het station van Brussel-Centraal.

"Als ik het achteraf allemaal bekijk, vind ik het raar dat ik zelf om tien voor negen aan mijn secretariaat laat weten dat alles toe gaat en ik zelf nog om tien over negen uit Brussel-Centraal geraak."
Op het moment van de ontploffing –om 9.11 uur- is het openbaar vervoer in Brussel nog altijd niet stilgelegd.

 2. Wie is er verantwoordelijk om de metro stil te leggen?

Op een persconferentie vlak na de aanslagen liet minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) verstaan dat het stilleggen van de Brusselse metro de verantwoordelijkheid is van het Brussels Gewest. Ook de reactie van minister-president Vervoort (PS), die zelf laat bellen naar het crisiscentrum, wijst in diezelfde richting.

Maar in het Brussels Parlement schuift de Brusselse minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) elke verantwoordelijkheid van zich af. "Het Brussels Gewest is verantwoordelijk voor de exploitatie van de metro, maar de beslissing –in het geval van terrorisme of veiligheidsproblemen- om het metroverkeer te laten rijden is een federale verantwoordelijkheid, en geen gewestelijke."

 3. Waarom duurde het zo lang om de metro stil te leggen?

Uiteindelijk is het de CEO van de MIVB, Brieuc de Meeûs, die om 9.12 uur – na de aanslag in Maalbeek - aan de telefoon tegen het hoofd van de Brusselse metro zegt: "Leg alles stil." Het stilleggen van 55 metrostellen en het evacueren van ruim 30.000 passagiers neemt zo’n half uur in beslag.

Uit onze chronologische reconstructie lijkt alsof het leger veel alerter heeft gereageerd. Op het moment van de bomaanslag zijn in Maalbeek al een aantal militairen aanwezig. Zij hebben hun bewakingsopdracht aan de Noorse ambassade afgerond, en krijgen rond 9.05 uur het bevel zich naar het dichtstbijzijnde metrostation te begeven.

De verantwoordelijke voor de operaties van het Belgische leger, Guy Schotte, zegt daarover: "Communicatie in crisissituatie is een beroep. En dat is niet iedereen gegeven. En wij trainen daar dagelijks op." Hij heeft veel begrip voor de tragere reacties bij de vervoersmaatschappij MIVB: "Ik weet niet hoeveel mensen er bij de MIVB werken, dat gaat over honderden mensen die je moet bereiken. Die niet allemaal een radio hebben zoals een politieman bijvoorbeeld. Dus dat neemt tijd. Dus dat verbaast mij niet. En ik denk dat het ook onvermijdbaar is. Als men een opdracht geeft om tien voor 9 bij wijze van spreken, dan kan men niet verwachten dat die op 9 uur is uitgevoerd."

4. Waarom zaten de broers El Bakraoui niet (meer) in de gevangenis? Moet de voorwaardelijke vrijlating worden hervormd?

De broers El Bakraoui waren criminelen. Ze werden opgepakt voor hun misdrijven, veroordeeld en hebben een tijd in de gevangenis doorgebracht. Maar zeker bij Ibrahim El Bakraoui duikt de vraag naar de vervroegde vrijlating op.

In de jaren 90 woedde dezelfde discussie naar aanleiding van Marc Dutroux. Ook die was destijds na een eerder vergrijp vervroegd vrijgekomen. In die periode werd zo’n beslissing nog genomen (ondertekend) door de minister. Het kostte de toenmalig verantwoordelijke minister van Justitie Melchior Wathelet (CDH) heel veel kritiek. Eén van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie Dutroux was om de beslissing om gevangenen vervroegd vrij te laten over te laten aan een rechtbank, een strafuitvoeringsrechtbank.

Het is dan ook de Strafuitvoeringsrechtbank van Brussel die Ibrahim El Bakraoui vrijlaat na iets meer dan 4 jaar. Hij is nochtans veroordeeld tot 10 jaar voor een gewapende overval in 2010. In de zomer van 2014 komt hij vrij. Dat gebeurt in fasen: eerst penitentiair verlof, dan vrij met een elektronische enkelband en dan vrij door een beslissing van de Strafuitvoeringsrechtbank van Brussel. Die voorwaardelijke vrijlating wordt herroepen op 21 augustus 2015, door dezelfde Strafuitvoeringsrechtbank van Brussel. El Bakraoui houdt zich niet aan de voorwaarden van de voorwaardelijke vrijlating, hij onderhoudt geen contact met zijn justitieassistente. Vanaf die herroeping in augustus 2015 staat hij weer geseind, zowel nationaal als internationaal.

Khalid El Bakraoui –de man die zich opblaast in het metrostation Maalbeek- is in 2011 veroordeeld tot 5 jaar voor diefstal met geweld in 2009. Er volgt een tweede veroordeling in 2013 voor feiten uit 2008. Maar de tweede rechter oordeelde dat de eerste straf volstond (het zogenaamde "eenheid van opzet"). Op 6 januari 2016 laat de Strafuitvoeringsrechtbank van Bergen hem vrij. Dat zou dus betekenen dat hij bijna zijn hele straf heeft uitgezeten.

Wet onder vuur

De wet die de voorwaarden regelt voor een voorwaardelijke invrijheidstelling komt weer onder vuur te liggen. Op dit moment kunnen mensen die worden veroordeeld tot een straf van drie jaar of minder, vrijkomen nadat ze een derde van de straf hebben ondergaan. Als de straf zwaarder is dan drie jaar, kan de opgelegde gevangenisperiode - als er sprake is van recidive- worden opgetrokken tot twee derde. Iemand die veroordeeld is tot een straf van 30 jaar of meer, kan maar vervroegd vrijkomen na 15 jaar. In het geval van recidive wordt dat 19 jaar.

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon pleit er nu voor om veroordeelden minstens vier vijfde van hun straf te laten uitzitten. In zijn Justitieplan stelt minister van Justitie Koen Geens (CD&V) onder meer voor om voor bepaalde zeer zware misdrijven, zoals terrorisme, een "beveiligingsperiode" in het leven te roepen. Rechters zouden terreurverdachten dan kunnen veroordelen en meteen ook uitspreken welke termijn ze ervan effectief moeten uitzitten, met een maximum van twee derde, of 20 jaar voor levenslange straffen.

5. Waarom wist niemand in ons land dat Turkije Ibrahim El Bakraoui op 14 juli 2015 op een vlucht naar Nederland heeft gezet? Had Ibrahim El Bakraoui dan opnieuw gearresteerd kunnen worden?

Ibrahim El Bakraoui wordt in 2015 door de Turkse autoriteiten tegengehouden aan de Turks-Syrische grens. Op 14 juli wordt hij het land uitgezet, en op een vlucht naar Nederland gezet. In Nederland noch in eigen land gaan alarmbellen af, en na de landing op Schiphol verdwijnt Ibrahim El Bakraoui. Hij duikt onder.

De eerste zwakke plek zit bij de verbindingsofficier van de federale politie in Istanbul. Hij ziet een mail met de melding over het vliegtuig met El Bakraoui aan boord véél te laat, pas uren na de landing. Die "onzorgvuldigheid" heeft de zaak onwillekeurig vertraagd en – zo blijkt achteraf – geschaad hebben. Dat geeft minister van Binnenlandse Zaken Jambon zelf toe in het parlement.

Maar diezelfde verbindingsofficier heeft de federale gerechtelijke politie in België uiteindelijk wel gebrieft over de informatie. Daar wordt niets mee gedaan, of wat ermee wordt gedaan leidt niet tot het opsporen van El Bakraoui.

Op het moment dat Ibrahim El Bakraoui op Schiphol landt, is hij onbekend voor de Nederlandse autoriteiten. Dat schrijft de Nederlandse minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur in een brief aan het parlement. Nederland kreeg ook geen informatie voor de reden van de uitwijzing. "De gronden daarvoor waren bij de Nederlandse autoriteiten niet bekend", zegt de minister.

Ibrahim El Bakraoui wordt internationaal geseind op 21 augustus 2015 (een maand nadat hij door Turkije het land was uitgezet) omdat hij zich niet houdt aan de voorwaarden van de voorwaardelijke vrijlating, hij onderhoudt geen contact met zijn justitieassistente. Daardoor wordt zijn voorwaardelijke vrijlating herroepen door de Strafuitvoeringsrechtbank van Brussel. Vanaf die herroeping staat hij geseind, zowel nationaal als internationaal.

Minister van Justitie Geens zei in Terzake onlangs dat, toen de strafuitvoeringsrechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling van El Bakraoui in augustus 2015 introk, er "niet veel ijver aan de dag werd gelegd om hem op te sporen".

 6. Werden de geradicaliseerde broers Abdeslam voldoende in de gaten gehouden?

De twee broers worden begin 2015 door de politie ondervraagd, omdat ze ervan verdacht worden naar Syrië te willen trekken. Na het verhoor worden ze weer vrijgelaten. Dat blijkt volgens Le Soir uit een tweede tussentijds rapport van het Comité P over het onderzoek naar de aanslagen in Parijs.

Het is een inspecteur van zone Brussel West die via een pv de de antiterreurcel van de federale politie op de hoogte zou hebben gebracht. Het parket, dat op de hoogte was gebracht van de feiten, zou aan die antiterreurcel gevraagd hebben om het telefoonverkeer van de broers af te luisteren onderzoeken en hun e-mails in de gaten te houden. Maar het dossier belandt op de stapel weliswaar dringende dossiers waarvoor de antiterreurcel onvoldoende middelen heeft. Op 21 april 2015 wordt het dossier zonder gevolg geklasseerd.

7. Is de lijst met "foreign fighters" actueel genoeg? Wie kan die lijst raadplegen? Welke informatie bevat die?

Op 27 augustus 2015 meldt de minister van Justitie Koen Geens op zijn website dat de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie een nieuwe omzendbrief "foreign fighters" lanceren.

"De Omzendbrief voorziet in een gepersonaliseerde dreigingsanalyse voor elke Foreign Terrorist Fighter op basis van informatie afkomstig van de verschillende diensten, verenigd in een unieke databank met daaraan gekoppeld een gestandaardiseerd pakket van maatregelen en specifieke begeleidende maatregelen op lokaal niveau. De databank zal gevoed worden met informatie van de inlichtingen- en politiediensten en andere relevante partners."

Volgens Minister van Binnenlandse Zaken Jambon zal "voortaan elke Foreign Terrorist Fighter individueel gescreend en door OCAD geëvalueerd worden. Op basis van deze analyse zullen de lokale autoriteiten weten op welke manier ze elk dossier moeten opvolgen. Hun werk zal daardoor veel efficiënter worden, en dat in het belang van de veiligheid van ons allemaal."

De vraag is of deze lijst "foreign fighters" een instrument is geweest in de strijd tegen het terrorisme.

8. Stond de "foreign fighter" Salah Abdeslam internationaal geseind op het moment van de aanslagen in Parijs? Als dat zo was, waarom is hij dan niet gearresteerd in Cambrai?

"De internationaal geseinde terreurverdachte Abdeslam Salah is zaterdag tegengehouden bij een politiecontrole in de Franse stad Cambrai, maar is gewoon kunnen doorrijden." Dat melden de media enkele dagen na de aanslagen van 13 november in Parijs.

Abdeslam wordt tegengehouden bij een routinecontrole die als gevolg van de versterkte grensbewaking werd ingevoerd. Er zaten nog twee andere inzittenden in zijn wagen. Het nieuws stemt overeen met informatie die het federaal parket al had verstrekt. Eerder was namelijk al meegedeeld dat een persoon die een van de voertuigen gehuurd had, zaterdagochtend om 9.10 uur gecontroleerd werd in het Noord-Franse Cambrai op autosnelweg A2 richting Brussel. Zaterdag in de late namiddag werd het voertuig onderschept in Sint-Jans-Molenbeek. 

Abdeslam werd bij die politiecontrole niet gearresteerd. Blijkbaar stond Abdeslam–een foreign fighter- niet geseind bij de Franse politie.

9. Waarom bereikt de tip van de Mechelse politie over de schuilplaats van Salah Abdeslam niet de rest van de politiediensten? Had Abdeslam sneller opgespoord kunnen worden?

De Mechelse politie krijgt eind november vanuit Molenbeek een tip over Abid Aberkan, een neef van Salah Abdeslam, die aan het radicaliseren zou zijn. Op 7 december 2015 stelt de vreemdelingenpolitie van Mechelen daarover een informatierapport op. Het rapport vermeldt expliciet dat Aberkan, de zoon van Djamila Mohamed uit de Vierwindenstraat in Molenbeek, volgens hun bronnen "contacten zou hebben gehad met de broers Abdeslam". Het rapport dateert van drie weken na de aanslagen in Parijs, op het moment dat in Brussel terreurniveau 4 van kracht was.

Vier maanden later wordt Abdeslam ook effectief opgepakt in de woning van Mohamed, in de Vierwindenstraat 79 in Molenbeek.

Ondanks het advies van het Antwerpse parket is het rapport nooit doorgestuurd naar de politiedatabank ANG. Dat is nochtans volgens de richtlijnen de gebruikelijke procedure.

In De Morgen vertelde SP.A-politica Yasmine Kherbache onlangs dat de tip over Abdeslam uit de islamitische gemeenschap kwam. "Herinner u de signalen over de schuilplaats van Salah Abdeslam: die kwamen uit de islamitische gemeenschap, maar werden door de Mechelse politie niet serieus genomen."

10. Waarom zijn er zoveel Syriëstrijders in ons land?

Op de persconferentie voor de buitenlandse pers krijgt premier Michel dezelfde vraag voorgeschoteld. Zijn antwoord is opmerkelijk. Michel beweert dat ons land in de statistieken ook buitenlandse "foreign fighters" opneemt die vanuit ons land vertrekken, en dat zou het grote aantal kunnen verklaren.

De parlementaire onderzoekscommissie maakt zich grote zorgen over het fenomeen. "De opdracht van de commissie mag zich niet beperken tot het onderzoek naar de planning, de voorbereiding en vervolgens de uitvoering van de aanslagen van 22 maart 2016." En dus wil de commissie de oorsprong nagaan van de "almaar toenemende radicalisering in ons land."
De commissie wil daarbij ook nagaan hoe de rekrutering is verlopen van de "foreign fighters".

Een van de vragen die de commissie zich zou kunnen stellen is of het dossier van Sharia4Belgium niet te lichtzinnig behandeld is? In Knack zegt Philippe Moureaux, de voormalige burgemeester van Molenbeek daarover: "Het heeft eindeloos geduurd voordat de leden van Sharia4Belgium die het politiecommissariaat van Molenbeek hebben aangevallen, werden vervolgd. Je précise: die kerels kwamen uit Antwerpen. In afwachting van hun proces konden ze rustig doorgaan met rekruteren voor de jihad. Ik was daar ziek van."

11. Waarom kijkt de regering vooral naar de Brusselse Kanaalzone, en meer bepaald naar Molenbeek om op zoek te gaan naar de oorsprong van de radicalisering?

De parlementaire onderzoekscommissie wil ook enkele fenomenen onderzoeken die de oorsprong van de radicalisering zouden kunnen verklaren. Zo wil de commissie "de opkomst van het zich opsluiten in de eigen leefomgeving en de toenemende gettovorming in sommige wijken en hoe het beleid hiermee is omgegaan". Voor een stuk is dat een politieke kwestie. In Molenbeek bijvoorbeeld is de burgemeester heel lang van PS-signatuur geweest, een partij die op dit moment federaal in de oppositie zit. Die voormalige burgemeester Moureaux ontkent in Knack dat onder zijn bewind sprake is geweest van gettovorming. "Toen ik begon in Molenbeek heb ik meteen gezegd: "Ik tolereer geen no-gozones meer." Weet u dat mensen ’s nachts niet over de parvis Saint-Jean Baptiste durfden, ook al ligt het politiecommissariaat net om de hoek? Als burgemeester gaf ik het goede voorbeeld en wandelde ik waar en wanneer ik wilde. In het begin riepen jonge gasten me na: "Tu n’as pas peur, Philippe?""

Niemand kan wel ontkennen dat de meeste politieacties de afgelopen maanden hebben plaatsgevonden in die Kanaalzone, met de arrestatie van Abdeslam in Molenbeek als hoogtepunt. De steun die sommige terroristen daar hebben gekregen, is iedereen een doorn in het oog. Zelfs de voormalige burgemeester verbaast zich over het fenomeen. "Ik geef wel toe dat de omvang van de plaatselijke solidariteit met die terroristen mij soms ook heeft verbaasd." Maar Moureaux heeft ook een verklaring voor de steun in Molenbeek voor iemand als Abdeslam. "In mijn boek geef ik het voorbeeld van een gematigde moslima die heel vijandig staat tegenover de IS en de aanslagen verafschuwt. Maar in haar jonge jaren was ze bevriend met de broers Abdeslam. Toen ik haar vroeg wat zij zou doen als de voortvluchtige Salah bij haar zou aankloppen, zei ze: ‘Dan zou ik niet anders kunnen dan hem beschermen."

12. Ligt de snel-Belgwet aan de oorsprong van de radicalisering?

Het was een opmerkelijk zinnetje van N-VA-voorzitter Bart De Wever in Het Nieuwsblad, enkele weken geleden. "Als je de dossiers van die terroristen leest, zie je dat zij hier allemaal heel goed zijn verzorgd. Ze hebben werk en een huis gekregen, én gratis de Belgische nationaliteit. Want het zijn allemaal kinderen van de snel-Belgwet." De snel-Belgwet is een wet van de regering-Verhofstadt I waardoor buitenlanders de nationaliteit sneller konden verwerven.

Johan Leman, voorzitter van het regionaal integratiecentrum Foyer en emeritus hoogleraar KU Leuven, legt in 2012 (op het moment dat de snel-Belgwet wordt verstrengd) uit hoe die wet tot stand is gekomen. "Bij de vorming van Verhofstadt I in 1999 was er een probleem. De groenen, na de dioxinecrisis een van de winnaars van de verkiezingen, zouden nooit in een regering stappen die het gemeentelijk stemrecht niet zou toekennen. Maar de liberalen hadden zich net verzet tegen dat gemeentelijk stemrecht, ook een verkiezingsbelofte. Zij oordeelden dat de nationaliteitswet zoals die toen van kracht was, volstond. Wat kon een compromis worden? Een nieuwe versoepeling van de nationaliteitswet."

Maar de versoepeling heeft nefaste gevolgen voor de controle op wie Belg wordt. Door de nieuwe versoepeling krijgen parket en Staatsveiligheid nauwelijks nog drie maanden de tijd om verzet aan te tekenen tegen een kandidaat die de nationaliteit aanvraagt. Komt er binnen die termijn geen reactie, dan wordt het akkoord van parket en Staatsveiligheid verondersteld, zo stelde de nieuwe wet. "Maar zie je een parket als dat van Brussel of Antwerpen binnen de drie maanden reageren?", zegt Johan Leman. "Je kon zo voorspellen dat dat tot misbruiken zou leiden en dat sommige mensen de nationaliteit zouden kunnen krijgen die ze echt beter niet kregen."

De vraag is of de snel-Belgwet aan "de oorsprong ligt van de alsmaar toenemende radicalisering", die de commissie wil onderzoeken. De uitspraak van Bart De Wever doet vermoeden dat de N-VA alvast die mening is toegedaan.