Dat de beste moge winnen - Pieter Timmermans

Vandaag starten de sociale verkiezingen. Volgens de vakbonden het ultieme hoogtepunt van sociale democratie. Volgens de werkgeversorganisatie VBO zijn deze verkiezignen verouderd en is er nood aan modernisering.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
Lies Willaert

Pieter Timmermans is afgevaardigd bestuurder van het VBO.

In om en bij de 6.500 ondernemingen stellen zich ongeveer 125.000 personen kandidaat om tot lid van de Ondernemingsraad (OR) of van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) verkozen te worden. Daar al deze kandidaten van een bijzonder beschermingsregime genieten, betekent dit dat gemiddeld 10% van de werknemers in de betrokken ondernemingen beschermd zijn, met uitschieters tot boven het kwart.

En volgens de wetgeving kunnen er zich zelf situaties voordoen waar meer dan twee derde van de werknemers een bijzondere bescherming tegen afdanking bekomen door zich simpelweg kandidaat te stellen. En dan rekenen we er nog niet de leden van de vakbondsafvaardiging bij, die ook beschermd zijn.

Langs de andere kant neemt het aantal werknemers dat effectief gaat stemmen, keer op keer af. Bij de arbeiders ging bij de vorige verkiezingen (2012) nog slechts 67% stemmen; bij de jongeren zelfs maar iets meer dan 30%. Het wordt duidelijk tijd om voor een modernisering.

Samewerking

Zoals bij elke vorm van verkiezingen, hoopt iedereen altijd dat de beste kandidaat het haalt. Ook zo bij sociale verkiezingen. De werkgever hoopt dat hij met verkozenen kan werken op een constructieve wijze.

Dit betekent: werknemersvertegenwoordigers die hun collega’s effectief vertegenwoordigen en dus voorop lopen en niet achteraan, die eerst sociaal overleg voeren en pas in laatste instantie tot het stakingswapen grijpen en niet andersom, die het welzijn van de onderneming en zijn werknemers verkiezen boven hun eigenbelang, die (terecht!) opkomen voor de belangen in goede dagen en niet de andere kant opkijken in kwade dagen, die met hand en tand de belangen van hun collega’s verdedigen maar in fine het compromis voor ogen hebben.

Laat ons niet vergeten dat zowel de OR als het CPBW samenwerkingsorganen in het beheer van de onderneming zijn, en dus geen strijdorganen zijn.

Duurt te lang

Het hoogfeest van de sociale democratie bestaat al decennia lang en heeft quasi geen verandering ondergaan. Men is niet mee geëvolueerd met zijn tijd. Dit blijkt uit verschillende aspecten.

Vooreerst. Een verkiezing voor het parlement wordt in 40 dagen georganiseerd voor meer dan 6 miljoen kiezers, en kent zijn verloop op 1 zondag. ’s Avonds kent men reeds de uitslag. De sociale verkiezingen nemen minstens 5 maanden in beslag, met 30 tussenstappen, vereisen een effectieve kiesperiode (meestal nog met potlood en papier) van meer dan 10 dagen (van 9 tot 22 mei) en de definitieve uitslag zal allicht pas in september aanstaande gekend zijn.

De kostprijs voor de ondernemingen om dit alles te organiseren, situeert zich tussen 160 à 200 miljoen euro. Kortere periodes met een uitgebreider elektronisch stemmen geconcentreerd op 1 dag zou in deze 21ste eeuw met zijn ‘internet of things’ toch onze ambitie mogen zijn?

Te veel beschermden

Maar ook op andere vlakken kan de verkiezingsprocedure voor parlementaire verkiezingen ons inspireren. Vandaag worden er bij de sociale verkiezingen lijsten ingediend met evenveel effectieven als plaatsvervangers. Hoe meer kandidaten, hoe meer beschermden!

Waarom zou het aantal plaatsvervangers niet kunnen gehalveerd worden? Vandaag kan iemand met 1 stem verkozen worden. Zijn of haar representativiteit voor de collega’s is nul. Waarom niet een of andere vorm van kiesdrempel invoeren?

Vandaag zijn er hier en daar pogingen om langdurig zieken die sinds geruime tijd niet meer in het bedrijf aanwezig waren, op de lijsten te plaatsen. Wellicht niet omdat zij hun collega-werknemers vertegenwoordigen, maar heel zeker omwille van de bescherming die vasthangt aan het zich kandidaat stellen.

Bescherming, maar geen overbescherming

Tot slot de beschermingsgraad waar de voorbije dagen zoveel over te doen was. Dat mensen die zich kandidaat stellen en zich dus zo nodig tegen de werkgever durven afzetten, een zekere vorm van bescherming moeten genieten, stelt niemand in vraag.

Als bescherming een campagnemiddel wordt om werknemers te overhalen zich kandidaat te stellen, stoot dat vele werkgevers tegen de borst.

Ook de overdreven graad van bescherming – veel breder dan in de buurlanden – roept ernstige vragen op. Is het normaal dat een niet-verkozen kandidaat tot 4 jaar beschermd kan zijn, terwijl dat in Duitsland en in Frankrijk 6 maanden bedraagt? Is het normaal dat een pestende vakbondsdélégué door zijn beschermd statuut pas kan ontslagen worden mits 250.000 euro ontslagvergoeding omdat de wet forfaitaire ontslagvergoedingen van 2 tot 8 jaar loon voorziet?

Is het nog van deze tijd dat een délégué die niet naar behoren zijn echte job in het bedrijf uitvoert, niet omwille van disfunctioneren ontslagen kan worden? Bescherming ja, maar het is een wet van Meden en Perzen dat overbescherming leidt tot oneigenlijk gebruik van macht!

Goeie afspraken maken goede vrienden

Volgens een recente enquête van SD Worx en VBO, in het kader van de VBO Social Academy, is een werknemersvertegenwoordiger 17 à 18 dagen in de weer voor zijn mandaat en kwalificeert meer dan 90% van de ondernemingen het sociaal klimaat op de werkvloer als ‘goed’.

De hoofdreden voor dit laatste is dat er in die gevallen waar er een hoge score van tevredenheid is, ook duidelijke afspraken rond tijdsbesteding van het vakbondsmandaat gemaakt zijn.

De belangrijkste uitdaging voor de komende 4 jaar is evenwel een ander, verontrustend resultaat van deze enquête: nauwelijks een kwart van de werkgevers vindt dat de officiële overlegorganen bijdragen tot een betere communicatie tussen werkgever en werknemer. Meer nog: bijna 1 of 5 spreekt zich daar negatief over uit. Iets meer dan 18% zegt ook dat de overlegstructuren een betere werking en productiviteit van het bedrijf tot stand brengen, terwijl dat volgens een kwart veeleer omgekeerd is.

Geen struisvogelpolitiek

De maanden na de sociale verkiezingen evalueren de sociale partners in de schoot van de Nationale Arbeidsraad de organisatie, de procedure en het verloop van de sociale verkiezingen, en vragen ze zich af waar er bijsturingen nodig zijn. De voorbije keren mondde dit meestal uit in meer complexiteit en langdradigheid, en werden de echte knelpunten niet aangesneden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het boek met regels en procedures die het VBO bij elke verkiezing uitgeeft, bijna 400 bladzijden in klein lettertype omvat.

De sociale partners – zowel werkgevers als werknemers – zouden aan sérieux winnen mochten de volgende sociale verkiezingen met minder paperasserij, met een 21ste eeuwse verkiezingswetgeving en dito beschermingsregeling, en vooral over een kortere tijdsspanne kunnen georganiseerd worden. Wordt het opnieuw struisvogelpolitiek en het ontkennen van problemen? Of zijn de geesten gerijpt?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.