België veilige haven voor holebi’s en transgenders

De juridische en maatschappelijke positie van holebi’s en transgenders in België behoort tot de beste van Europa. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek van de UGent in opdracht van de Nederlandse overheid. Opvallend: de wetgeving en het beleid in ons land zijn progressiever dan de attitudes van de bevolking.

Hoe goed is het leven als homoseksueel, lesbienne, biseksueel of transgender (LGBT) in de verschillende Europese landen? Over die vraag hebben het consortium klinische psychologie (PSYNC) en de CuDOS onderzoeksgroep van de vakgroep sociologie van de UGent zich de afgelopen maanden gebogen in opdracht van de Nederlandse overheid. Het resultaat is een index waarbij de onderzoeksteams 24 landen een score geven. Hoe hoger die score, hoe beter de juridische en maatschappelijke positie van holebi’s en transgenders.

Zweden spant de kroon met een score van 86 procent. Op plaats twee en drie staan het Verenigd Koninkrijk (85 procent) en Nederland (84 procent). België eindigt vierde met een score van 82 procent. Wat transgenders afzonderlijk betreft, doet ons land het nog beter met een derde plaats. Onderaan de lijst bengelen Litouwen (31 procent), Cyprus (31 procent), Roemenië (31 procent) en Bulgarije (26 procent).

Wetgeving, beleid en attitudes

“Dit onderzoek is gebaseerd op drie pijlers”, vertelt professor Alexis Dewaele (kleine foto) van de UGent aan deredactie.be. Samen met Hanne Roelandt, professor Ann Buysse en professor Mieke Van Houtte heeft hij de index samengesteld. “We hebben gegevens over de wetgeving in verschillende landen vergeleken met het specifieke beleid dat de overheden voeren. Daarnaast hebben we ook data over de attitudes van de bevolking opgenomen. Voor sommige landen waren de gegevens van één of meerdere van deze pijlers niet voorhanden. Die zijn daarom niet in het onderzoek opgenomen. Voor 24 landen hadden we wél alle data. Zo zijn we tot deze rangschikking gekomen.”

“Voor het luik wetgeving hebben we de zogenoemde Rainbow Index van de internationale belangenvereniging ILGA Europe als vertrekpunt genomen. Die vat wetgeving ruim op. Zo kijkt ILGA Europa naar zaken als het homohuwelijk of het recht op adoptie voor holebi’s, maar ook naar wetgeving over discriminatie of over bescherming op de arbeidsvloer of de huurmarkt. Ook wetgeving over haatmisdrijven jegens holebi’s en transgenders zitten in de index vervat.”

“Op vlak van beleid zijn we vertrokken bij de Practical Public Policy Index. Die heeft ons inzicht verschaft over het al dan niet bestaan van structureel overleg tussen overheden en LGBT-belangenorganisaties, actieplannen, bewustwordingscampagnes, discriminatiemeldpunten en zo meer. Voor het luik attitudes hebben we ons gebaseerd op de Eurobarometer die in verschillende landen een representatief staal van de bevolking vragenlijsten heeft voorgelegd. Vragen als “Hoe comfortabel zou u zich voelen mocht uw baas transgender zijn? Of mocht uw zoon een relatie met een jongen beginnen?”, bijvoorbeeld.”

© Lehtikuva / Reporters

België

Is een vierde plaats een goed resultaat voor een land als België? “Het is zeker positief”, meent Dewaele. “Sinds de eerste paarsgroene regering in 1999 is onze overheid zich duidelijk op ethische thema’s gaan profileren met wetgeving rond euthanasie en het homohuwelijk. Op vlak van juridische gelijkheid voor holebi’s en transgenders zijn sindsdien grote stappen vooruit gezet. Daarnaast trekt de regering middelen voor beleid uit. Deze score is het gevolg van een coalitie tussen een progressieve overheid, doorgedreven wetenschappelijk onderzoek en een uitstekend georganiseerd verenigingsleven.”

Eén kanttekening: uit het onderzoek van de UGent blijkt dat de attitudes van de Belgische bevolking over holebi’s en transgenders minder progressief zijn dan de wetgeving en het beleid. “Mogelijk speelt hier een noord-zuid-verschil”, zegt Dewaele. “Vlaanderen kent sterke belangenverenigingen onder de solide koepel van Çavaria. Dit sluit nauw aan bij de progressieve Nederlandse traditie. In het Franstalige landsgedeelte is de organisatiestructuur zwakker en is de socio-economische situatie ook slechter, zeker in de steden. Dit heeft mogelijk een impact op de attitudes.”

Welvaart en religie

Dewaele grijpt de socio-economische context tevens aan om de verschillen tussen Noordwest-Europa en Zuidoost-Europa in de rangschikking te verklaren. “Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de attitudes van inwoners van welvarende landen over holebi’s en transgenders vaak progressiever zijn en omgekeerd. Landen als Roemenië en Bulgarije hebben een lagere levensstandaard wat hun lagere score verklaart. Ook religie speelt een rol. Een grote invloed van religie op het leven van mensen leidt tot een minder positieve attitude. Wellicht is het wederom in de Oost-Europese landen dat religie meer de doorslag geeft.”

Dewaele en zijn onderzoeksteam stellen de resultaten van hun onderzoek donderdag voor op het IDAHO Forum in Kopenhagen naar aanleiding van de internationale dag tegen homofobie en transfobie. “Met meer tijd en middelen kunnen we deze index verder verfijnen. Zo willen we ook de economische situatie van holebi’s en transgenders in de rangschikking opnemen want ook die heeft een grote impact op hun maatschappelijke positie. We hopen dat dit onderzoek op termijn een hefboomfunctie zal hebben en landen onderaan de lijst tot actie zal aanzetten.”

Rainbow Map

Net vandaag stelt ILGA Europa de nieuwe versie van de Rainbow Map voor, één van de pijlers van het vergelijkend onderzoek van de UGent. De Rainbow Map brengt de wetgeving met betrekking tot holebi's en transgenders in verschillende Europese landen in kaart en krijgt elk jaar een update. Voor 2016 scoort België een tweede plaats met een score van 82 procent. Malta staat op 1 met 88 procent. Onderaan de lijst staan Armenië (7 procent), Rusland (7 procent) en Azerbeidzjan (5 procent).