Buit spectaculaire kunstroof Italië duikt op in Oekraïne

Zeventien waardevolle schilderijen die vorig jaar in een museum in Verona zijn gestolen, zijn opgedoken in Oekraïne. Dat meldt de Oekraïense president Petro Porosjenko. Het gaat om werk van topnamen als Pieter Paul Rubens, Jacopo Tintoretto en Andrea Mantegna.
Petro Porosjenko inspecteert de teruggevonden schilderijen.

Het was een ronduit spectaculaire kunstroof in het Museo di Castelvecchio in Verona in november vorig jaar. Drie gemaskerde en gewapende mannen drongen het museum na sluitingstijd binnen. Ze knevelden een bewakingsagent en een onthaalmedewerker, haalden zeventien waardevolle schilderijen van de muur en reden weg in de wagen van de bewakingsagent.

In maart meldden de Italiaanse autoriteiten al dat ze 13 verdachten in de zaak hadden gearresteerd, zowel in Italië als in Moldavië. Opvallend: onder hen was ook de bewakingsagent die van dienst was tijdens de overval. Zijn tweelingbroer en diens vrouw van Moldavische afkomst werden eveneens opgepakt.

Alles samen hebben de onderzoekers vierduizend uren audio- en video-opnames beluisterd en geanalyseerd. Uiteindelijk zijn de schilderijen in Oekraïne opgedoken, zo meldt president Porosjenko vandaag. De werken waren verstuurd van Moldavië naar de buurt van Odessa waar een criminele groep ze in bewaring nam.

Volgens Porosjenko is de vondst het bewijs dat Oekraïne efficiënt vecht tegen diefstal en smokkel van kunst. Hij noemt de operatie dan ook "briljant".

De totale waarde van de teruggevonden schilderijen bedraagt zowat 16 miljoen euro. Het gaat om topwerken van grote namen als Pieter Paul Rubens, Jacopo Tintoretto en Andrea Mantegna.