"Nieuwe regels transgenders goed, maar liefst geen inmenging zorgverleners"

"Het is goed nieuws dat er een regeling komt om juridisch van geslacht te kunnen veranderen zonder noodzakelijke medische ingrepen. Er is echter geen enkele reden om zorgverleners bij die procedure te betrekken." Dat zegt dokter Joz Motmans van het Transgender Infopunt van het UZ Gent.

Justitieminister Koen Geens (CD&V) en staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) werken aan nieuwe regels om juridisch van geslacht te kunnen veranderen. Allebei willen ze af van de zware medische ingrepen die daar tot op vandaag voor nodig zijn. Niet alle transgenders willen die immers doorlopen, ook al hebben ze het gevoel dat het geslacht op hun identiteitskaart niet klopt.

CD&V wil de eenvoudige juridische omschakeling wel nog koppelen aan begeleiding door een genderteam, door middel van minstens één gesprek. Dat team zou de transgender dan volledig informeren over de juridische, sociale en psychologische gevolgen van een geslachtsverandering.

De N-VA haalt de zorgverleners liefst volledig uit de procedure. Zo voorziet Sleurs slechts een gestandaardiseerde brief met alle info. "Er is dan zekerheid dat de informatie op een heldere, kosteloze en neutrale manier wordt aangeleverd zonder oordeel", merkt ze op.

Joz Motmans van het Transgender Infopunt van het UZ Gent zit op de lijn van Sleurs. "Er bestaat geen enkele behandeling of diagnose die ons in staat stelt om over iemands genderidentiteit te oordelen. Dat is een volledig persoonlijk gevoel", verduidelijkt hij. "Er is geen enkele reden om de hele groep transpersonen naar de zorgverlening te sturen. Dat is wat onzinnig."

 

CHASSENET / BSIP

Liever gesprek dan brief

 CD&V-Kamerlid Els Van Hoof verduidelijkt intussen dat het gesprek niet met zorgverleners zou moeten gebeuren. De genderteams zouden net zo goed uit juristen, maatschappelijk medewerkers of mensen van de transgenderbeweging kunnen bestaan, klinkt het. Ze vermoedt dat wat verwarring ontstond door de term 'genderteam', aangezien die ook gebruikt wordt in het UZ Gent.

"Een gesprek lijkt ons simpelweg beter dan een brief", besluit Van Hoof. "Dan kunnen de mensen vragen stellen, je kan hen makkelijker wijzen op de impact op hun omgeving en je kan hen vlotter doorverwijzen indien ze nood hebben aan meer begeleiding. Het zou bovendien nogal een lange brief worden, als je echt alles uitgelegd wil krijgen."