Invoering M-decreet: gevreesde revolutie bleef uit

Op 1 september van vorig jaar trad het M-decreet voor meer inclusief onderwijs in werking. Op een zucht van het einde van het schooljaar blijkt dat het al bij al nog meevalt met de gevreesde leegloop in het buitengewoon onderwijs. De gevreesde revolutie bleef uit, klinkt het bij het kabinet Onderwijs.

De bedoeling van het M-decreet (M staat voor maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, red.) was om zoveel mogelijk kinderen met een beperking les te laten volgen in het gewoon onderwijs, mits de nodige ondersteuning. In vergelijking met andere landen lag het aantal kinderen in het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen een stuk hoger. Als gevolg van de invoering van het decreet kunnen scholen in het gewoon onderwijs niet langer leerlingen met een beperking weigeren. De achterliggende gedachte is dat ook mensen met een beperking recht hebben op een volwaardige deelname aan de maatschappij, en dus ook het onderwijs.

Heel wat leerkrachten in het reguliere onderwijs zagen de hervorming met lede ogen tegemoet. Uit angst dat ze onvoldoende opgeleid waren om de leerlingen met een beperking te begeleiden of omdat ze vreesden voor de gevolgen voor de rest van de klas. In het buitengewoon onderwijs leefde de angst voor leegloop, doordat leerlingen die in het buitengewoon onderwijs goed omkaderd werden toch de overstap zouden maken. Leerkrachten in het buitengewoon onderwijs vreesden voor hun baan.

Evolutie, geen revolutie

Uit cijfers van het kabinet Onderwijs blijkt nu dat het allemaal nogal meevalt. In het buitengewoon lager onderwijs waren op 1 februari 2015 nog 29.661 kinderen ingeschreven. Op dezelfde datum dit jaar was dat aantal gezakt tot 27.730, een verschil van 1.931 leerlingen. In het buitengewoon secundair onderwijs bedroegen de aantallen respectievelijk 20.947 en 20.557, een verschil van 390.

Uit een eerste blik op de cijfers lijkt het alsof vooral kinderen met een licht mentale beperking (type 1) of een leerstoornis (type 8) de overstap hebben gemaakt. Maar het kabinet Onderwijs nuanceert. De cijfers worden namelijk beïnvloed door het feit dat die leerlingen sinds de start van het M-decreet worden ingeschreven in het type basisaanbod. Stellen dat de daling louter te wijten is aan het feit dat meer kinderen met een leerstoornis of een licht mentale beperking overgeschakeld zijn naar het gewoon onderwijs, klopt dus niet.

Voor de invoering van het M-decreet liepen normaal begaafde leerlingen met autisme les in verschillende types van het buitengewoon onderwijs, in de praktijk gebeurde dat vooral in het type 4 (motorische beperking) en type 7-onderwijs voor leerlingen met een auditieve beperking. Door de oprichting dit jaar van type 9-onderwijs, gericht op normaal begaafde leerlingen met autisme, is er dus ook een daling merkbaar in het type 4 en type 7-onderwijs.