Belgische F-16's niet goed geschikt voor bombardementen op Syrië

Belgische F-16’s zullen vanaf 1 juli de Nederlandse F-16’s aflossen bij de bombardementen op IS in Irak én Syrië. Maar de kans dat Belgische F-16’s effectief bommen gaan droppen boven Syrië, is relatief klein, door het gebrek aan de juiste communicatieapparatuur.

Nederlandse F-16’s zouden het afgelopen jaar nauwelijks ingezet zijn boven Syrië. Dat hadden enkele Nederlandse Kamerleden twee weken geleden opgevangen na een bezoek aan de Nederlandse missie in Irak en Syrië. De Nederlandse F-16’s zijn namelijk niet uitgerust met moderne satellietcommunicatietechnologie die de Amerikanen gebruiken om IS-stellingen in Syrië te bombarderen.

De Nederlandse gevechtsvliegtuigen gebruiken radioapparatuur om te communiceren over de doelen die ze moeten gebruiken. En het geval wil dat de Belgische F-16’s identiek zijn aan de Nederlandse, en daarom acht VRT-defensiespecialist Jens Franssen de kans ook klein dat de Belgische F-16’s “op grote schaal Syrië zal bombarderen”.

“Geen belemmering”

“Zoals bekend, wordt om veiligheidsredenen in het weekoverzicht Defensieoperaties geen uitsplitsing van inzet in Irak of Syrië gegeven. Wel kan ik u in antwoord op uw specifieke vraag mededelen dat Nederlandse F-16’s tot op heden zeven missies hebben gevlogen boven Oost-Syrië, waarvan vier met wapeninzet.

Hennis voegde eraan toe dat het merendeel van de luchtaanvallen van de coalitie op dit moment nog steeds in Irak wordt uitgevoerd.

De minister ontkent dat de ontbrekende satellietapparatuur een belemmering zou zijn voor de inzet van de Nederlandse - en dus ook Belgische - F-16’s. Volgens de minister voeren de Nederlandse toestellen vooral missies uit waarvoor geen satellietcommunicatie nodig is. En dat is vooral in Irak het geval, waar verkenners op de grond via de radio instructies kunnen aan de F-16-piloten.

Waar is dat voor nodig?

De dure satellietapparatuur die de Belgische en Nederlandse F-16’s niet mee uitgerust zijn, is nodig bij missies in West-Syrië omdat de coalitie daar vooral bewegende doelwitten wil bombarderen. Waarschijnlijk gaat het hier om aanvoerlijnen van IS. Om daar accuraat bommen op te droppen, moet iemand vanop de grond de coördinaten doorgeven. Dat gebeurt via satellietcommunicatie. Het kan ook via radiocommunicatie, maar dat is omslachtiger en daarom zal de internationale coalitie voor zulke missies niet geneigd zijn om Belgische of Nederlandse toestellen in te zetten.

Dat onze F-16’s niet uitgerust zijn met de dure satellietapparatuur wil overigens niet zeggen dat onze toestellen slecht zijn. De F-16 gaat sinds 1975 mee, maar de Belgische vloot werd doorheen de jaren voortdurend geüpdatet om mee te kunnen met de NAVO-vloot.

Het is echter weinig waarschijnlijk dat België miljoenen zou investeren in de satellietapparatuur, want de meeste landen waarmee we militair samenwerken, hebben zich geëngageerd om nieuwe straaljagers te kopen: de hoogtechnologische, maar ook heel dure F-35, beter bekend als de Joint Strike Fighter. Of België ook zal overstappen op de F-35, is nog niet beslist.