Een intieme en bedaarde "Chet": liever vliegen dan vallen

Ik weet niet of het bewust is of niet. Maar dag op dag 28 jaar geleden kwam Chet Baker om na een val uit het raam van zijn hotelkamer in Amsterdam. Gisteren ging "Chet" van Compagnie Cecilia in première in het atelier De Expeditie van CC, op de wonderlijke DOK-Noord-site in Gent. Die site moet een hippe en creatieve plek worden aan de meest zuidelijke havenkaaien in de stad. Onze reporter Peter Decroubele was erbij.

Tom Vermeir, bekend van de film "Belgica" van Felix Van Groeningen, is een fan van Chet Baker. De Amerikaanse virtuoze trompettist en melancholieke zanger stierf op 58-jarige leeftijd. Na een parcours vol heroïne, maar ook vol hemelse muziek, met zijn melancholieke stem als dekzeil.

Baker was verre van oud, maar wel te oud om jong te sterven, klinkt het. Vermeir mocht bij Compagnie Cecilia zijn ode aan Chet Baker componeren. En het is een lange soundscape geworden, een duistere trip, een symbiose van tragiek en muziek.

Tom Vermeir is een man van vele kunstjes. Wist ik al en bewijst hij nu ook in de voorstelling: hij acteert, debiteert, orakelt, roept en fluistert. Staat en struikelt. Gebruikt stemmetjes en accentjes. Zingt en dat doet hij meer dan gewoon goed.

Vermeir deed dat ook al bij A Brand, de rockgroep die toch een vijftal cd’s heeft gemaakt en af en toe boven Vlaamse rockoppervlak schoot. Zingen dus, maar ook musiceren. Niet de trompet waar Chet Baker zo mee glorieerde, wel een saxofoon die hij tijdens de voorstelling amper loslaat.

Met achter hem trouwens twee andere mannen van A Brand (Dag Taeldeman op gitaar en bas en Fred Heuvinck op drums) én ook contrabassist Ben Brunin. Om maar te zeggen, er staat een band op het podium, geen compagnie acteurs.

Woordenspelerij

Mooi jazzy bij het begin, geel-oranje logelampen, blauwige sfeer, rook en nevel, grote spiegels aan de zijkanten en een groezelige gezelligheid.

Vergeet de klassieke theatertekst met dialogen, vergeet zelfs de monoloog, “Chet” vermengt muziek met een monoloog van een getormenteerde jazzman die liever een vogel zou willen zijn. En dat is soms ook, als de wankele beheersing de “dope” niet langer kan tegenhouden.

Het is leuker om te vliegen dan te vallen. Vermeir vertolkt de liefde voor de muziek, die de pijn van de waanzin stilt. Genialiteit en gekheid, ze gaan hand in hand en wanneer ze elkaar loslaten, krijgt je gensters en extremen.

De voorstelling is verre van een biografie van Chet Baker. Gelukkig maar. De man, de muzikant, het personage en de getalenteerde “good looking guy” die een magere heroïnespriet werd, staat centraal. Vermeir staat zo goed als continu frontaal en steekt zijn monoloog af. Daar herken ik de regie van Koen De Sutter in.

De woordenspelerij, de pauzes, de verwarring, de directheid en de liefde voor het woord, eerder dan voor de theatrale beweging. De Sutter, een oude bekende van Arne Sierens, want hij regisseerde al vaker zijn teksten. En nu knutselt hij samen met Vermeir de tekst en de voorstelling ineen. Een concert met lange bindteksten, zeggen ze zelf. Of een monoloog met veel muziek. Niet overdonderend, maar dat willen ze ook niet. Eerder intiem, teder en nu en dan pijnlijk.

De tekst zet een getormenteerde ziel vooraan, een Hamlet van de moderne tijden. Mooi gedaan, jazzy gebracht, al had ik misschien nog net iets meer muziek willen horen. En de setting van een theatertribune is normaal, maar wat had ik het graag echt in een café-setting gezien.

Toen de man voor mij onbedaard aan zijn elektronische sigaret begon te lurken tijdens de voorstelling, paste dat wonderwel. Maar het dient gezegd, een strakke regie duidelijk en een voorstelling die op de première al goed was ingespeeld.

Met Vermeir als de “leader of the band”, een band die heel mooi en (letterlijk) vanuit de achtergrond de verhalen van de man ondersteunde. Met -nog eens- Tom Vermeir die het podium kaapt, die zingt en zwijmelt, die met mooie woorden en een treffende timing Chet, zijn Chet, neerzet.

Doorleefd

Het is van dat theater waar Compagnie Cecilia het patent op heeft. Niet het intellectualistisch geneuzel van sommige auteursstukken, maar doorleefd theater. Warm. De mens tonen zoals hij is. Met zijn kleine kantjes, met de hoogtepunten en de gebreken. Anderhalf uur en stop, meer hoeft het vaak niet te zijn.

Om te kijken in de ziel van een zanger. Om de overgave te merken van een acteur. Om een bad te krijgen in de jazz (wie niets met jazz heeft, krijgt in "Chet" een welkomspakket aangeboden trouwens).

Ik ben niet omver geblazen, ik ben niet overweldigd. Maar da’s jazz. Waar je het moet hebben van de accenten, van de details, van de overgave en van de pijn van het zijn die kietelt onder je huid. Een mooi stuk, een lieflijke soundscape en een goed gelukte oefening in hoe je een monoloog vol wendingen kan verzoenen met de beheerste slagen van de drum, de slepende snaren van een gitaar en de beats van de bas.

Voor Compagnie Cecilia is het een beetje een probeersel, eens iets doen zonder de vleugels van Arne Sierens erboven. Iets wat ze daar trouwens meer en meer van plan zijn, hoorde ik. Makers hun ding laten doen, los van de huisstijl. Maar wel met de geur, de sfeer en de toon van de compagnie. Inderdaad, heb je zin om terug naar de grond te komen als je al gevlogen hebt?

Tot 2 juni in De Expeditie

De voorstelling "Chet" van Companie Cecilia wordt nog tot 2 juni opgevoerd in De Expeditie in Gent. Daarna gaat de voorstelling op tournee.