De Culturele Revolutie, 50 jaar een litteken in China

Vijftig jaar geleden ontketende de Chinese leider Mao Zedong tijdens een speciale zitting van het politburo van de communistische partij een vernietigende aanval op "elementen van de bourgeoisie die binnengeslopen zijn in de partij, de regering en het leger". Met andere woorden: zijn rivalen binnen het regime. Wat volgde, was een orkaan die tot vandaag zijn sporen heeft nagelaten.
1967 AP

Sinds Mao in 1949 de communistische Volksrepubliek in China had uitgeroepen, was zijn macht niet zo onbeperkt als velen dachten. Mao was als partijleider het onbetwiste symbool van de Chinese communistische revolutie, maar binnen het regime was hij niet almachtig.

Na de totale mislukking van zijn "Grote Sprong Voorwaarts" in 1958 en de nasleep daarvan, een diepgaande sociaaleconomische crisis met de laatste grote hongersnood in China tot gevolg, was Mao zelfs politiek aan de zijlijn geschoven door meer gematigde communisten zoals president Liu Shaoqi (foto in tekst) en diens volgeling Deng Xiaoping.

De machtspoliticus Mao broedde evenwel op wraak en verzamelde geleidelijk een groep radicale aanhangers rond zich, zoals zijn vrouw Jiang Qing, minister van Defensie en stafchef Lin Biao en anderen. Midden de jaren 60 slaagde die groep erin om een aantal KP-kopstukken van ideologische "onzuiverheid" te betichten en ten val te brengen. De comeback van Mao was begonnen.

Op 16 mei 1966 lanceerde Mao op de zitting van het politburo van de KP een oproep om de partij "te zuiveren" van "valse" communisten. Hij stelde daarbij uitdrukkelijk Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov als voorbeeld, maar haalde ook uit naar "elementen"  binnen het Chinese regime zelf. Mao noemde nog geen namen, maar viseerde duidelijk de regerende groep rond president Liu.

De "revolutie binnen de revolutie" richtte zich ook duidelijk op scholieren en studenten, jonge mensen die met posters werden opgehitst om zelf het "'recht" in eigen handen te nemen en hun schooldirecties af te zetten en te bekritiseren. Uit die beweging ontstond de "Rode Garde", een samenraapsel van allerlei groepen jongeren die de speerpunt zouden worden van de beweging.

1980 AP

Een rode orkaan raast over China

In de zomer van 1966 radicaliseerde de beweging en de personencultus rond Mao Zedong nam alsmaar toe. Op 8 augustus riep het Centraal Comité van de KP officieel "de Grote Proletarische Culturele Revolutie" uit. Naast studenten werden nu ook arbeiders, boeren, soldaten en lage partijfunctionarissen opgeroepen om alle autoriteit uit te dagen en te bekritiseren.

Eerder dan te steunen op een geheime politie of gestructureerde militie zoals Hitler of Stalin, rekende Mao op spontane instincten nu de onderkant van de maatschappij de kans kreeg om zich af te reageren op hoger geplaatsten.

Honderdduizenden vielen ten prooi aan met muziek en slogans opgehitste menigten. Tijdens publieke lynchpartijen werden mensen gedood, gemarteld, vernederd en tot "bekentenissen" en "zelfkritiek" gedwongen. Duizenden pleegden zelfmoord uit wanhoop. "De wereld hoort jullie toe, de toekomst van China hoort jullie toe", zo schreeuwde een citaat uit het "Rode Boekje", een verzameling uitspraken van Mao, de Rode Gardisten toe.

De partijtop ontsnapte niet aan de ondergang: president Liu Shaoqi viel in ongenade, werd gevangen gezet en overleed in 1969. Deng Xiaoping en vele anderen -onder hen de vader van huidig president Xi Jinping- werden openlijk belachelijk gemaakt en naar werkkampen gestuurd.

De Anti-Culturele Revolutie

Behalve tegen mensen werden de Rode Gardisten opgehitst tegen de "vier oude onwaarheden": oude gewoonten, oude cultuur, gebruiken en ideeën. Joelende bendes vielen historische sites en gebouwen aan. Eén van de oudste beschavingen ter wereld leek cultureel zelfmoord te willen plegen in een verwoesting die doet denken aan wat de terreurgroep IS vandaag uitricht.

De oude graven van keizers en hoge ambtenaren werden geschonden, net als bibliotheken met "contrarevolutionaire boeken" en zelfs de algemeen vereerde tombe van de wijze Confucius werd zwaar beschadigd. De oude waarden van Confucius werden overigens bijzonder geviseerd door Mao Zedong.

Religieuze sites zoals tempels, moskeeën en kerken vielen hetzelfde lot te beurt en zowel boeddhistische, confucianistische, taoïstische, christelijke als islamitische geestelijken vielen ten prooi aan de massa. Vooral in Tibet, dat sinds 1950 door China bezet was, werd een enorme schade aangericht in een poging om het Tibetaanse culturele erfgoed te vernietigen. De unieke grottentempels in Dunhuang langs de Zijderoute werden enkel gered doordat premier Zhou Enlai er troepen naartoe stuurde om ze te beschermen.

Het leger schiet de anarchie neer

In de zomer van 1967 verkeerde China in een totale chaos en vond Mao het welletjes. Zijn tegenstanders waren uitgeschakeld, maar tegelijk dreigde de economie en het land verwoest te worden. In september 1967 zette hij het leger in om de orde met harde hand te herstellen.

De  Rode Gardisten werden geneutraliseerd door ze naar het platteland te sturen "om te leren van de boeren", maar samen met hen werden ook duizenden onschuldige jongeren gedeporteerd. Sommigen keerden nooit terug, anderen pas na jaren en zijn getraumatiseerd tot vandaag.

In de nieuwe machtsconstellatie was Mao echter schatplichtig geworden aan de legertop en minister van Defensie Lin Biao (foto in tekst). De machtsstrijd tussen beiden kon niet uitblijven en in 1971 kwam Lin om toen het vliegtuig waarmee hij naar de Sovjet-Unie wou vluchten, in Mongolië neerstortte.

1969 AP

Zoals steeds speelde Mao ook daarna verschillende klieken graag tegen elkaar uit om daar bovenuit te stijgen: nu ging het tussen premier Zhou Enlai en de radicalen rond Mao's vrouw Jiang Qing (foto in tekst). In 1976 stierven zowel Zhou als Mao Zedong en kwam de "Culturele Revolutie" officieel tot een einde. Een jaar later werd de "Bende van Vier" -zoals de radicale kliek rond Jiang Qing nu genoemd werd- afgezet en tot levenslang veroordeeld en keerde de zo verguisde Deng Xiaoping terug naar het centrum van de macht. Mao en diens revolutie waren dood en China ging onder Deng een nieuwe kant op.

AP1980

Officiële cijfers zijn er niet, maar volgens sommige historici zou de Culturele Revolutie 1,5 miljoen mensen direct of indirect de dood hebben ingedreven. Miljoenen anderen zagen hun leven verwoest.

Onderwijs was jarenlang niets anders dan het publiekelijk afdreunen van citaten van Mao en de economische schade was enorm. Het duurde jaren vooraleer China opnieuw voldoende wetenschappers van niveau kon aanleveren, wat de ontwikkeling ook tegenhield.

Naast veel erfgoed werd ook veel van het 5.000 jaar oude culturele en filosofische erfgoed vernietigd in de zoektocht naar het ideaal van "arbeider, boer en soldaat". Bovenal heeft de Culturele Revolutie een scheidingslijn getrokken tussen mensen uit de Volksrepubliek en etnische Chinezen uit Taiwan, Hongkong, Macao, Singapore en "overseas Chinese" die hun cultuur en tradities veel beter bewaard hebben.

AP1966

Dit Boeddhabeeld in een tempel is overplakt met "revolutionaire slogans".