Hereniging Cyprus lijkt weer wat dichterbij

De gesprekken over de hereniging van Cyprus lijken op de goede weg. In een gezamenlijke verklaring zeggen de Grieks-Cypriotische president Nicos Anastasiades en zijn Turkse collega Mustafa Akinci dat er nog maar over twee kwesties onenigheid blijft bestaan.

De verklaring van Anastiades en Akinci komt er ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de nieuwe gesprekken tussen Grieks- en Turks-Cyprus. "We willen onze vaste wil benadrukken om nog dit jaar een allesomvattend akkoord te bereiken", luidt het. "Het afgelopen jaar hebben we onze uiterste best gedaan om respect te tonen voor de tegenpartij, zonder de bezorgdheden van onze eigen gemeenschap uit het oog te verkiezen."

Cyprus is sinds 1974 opgedeeld in een Grieks en en Turks deel, het gevolg van een Turkse invasie en de daaropvolgende bezetting van het noordelijke deel van het eiland.

Sinds de toetreding van Grieks-Cyprus tot de Europese Unie, in 2004, wordt geregeld gepraat over een hereniging. Dat heeft veel te maken met het isolement waarin Turks-Cyprus sinds 1974 is terechtgekomen.

Hoe dan ook zal de bevolking zich nog in een referendum moeten uitspreken over een akkoord over de hereniging. Zoiets gebeurde al eens in 2004, maar toen stemde een meerderheid van de Grieks-Cyprioten tegen. Vooral aan Griekse zijde leeft nog heel wat ongenoegen over bezittingen die burgers zijn kwijtgeraakt nadat ze noodgedwongen het noordelijke deel moesten verlaten, over de aanwezigheid van Turkse immigranten en over de aanwezigheid van Turkse militairen op het eiland.

Een eiland op de scheidingslijn tussen oost en west

Cyprus ligt in het oostelijke deel van de Middellandse Zee en wordt ook wel de geboorteplaats van Afrodite genoemd, de Griekse godin van de liefde. Desondanks heeft de recente geschiedenis deze voormalige Britse kolonie weinig liefde gebracht, wel integendeel. Dat heeft veel te maken met de samenstelling van de bevolking, die vooral uit Grieks-orthodoxe christenen (68 procent) en islamitische Turken (27 procent) bestaat.

Na de onafhankelijkheid was er een moeizame machtsdeling, waarbij de president uit de Griekse gemeenschap kwam, de vicepresident uit de Turkse gemeenschap. Aartsbisschop Makarios kon als president niet verhinderen dat de spanningen tussen beide gemeenschappen geregeld opborrelden. Door zijn politiek van ongebondenheid kreeg hij maar weinig internationale steun.

In 1974 sloeg de vlam in de pan toen Griekse officieren een staatsgreep pleegden, met steun van het Griekse kolonelsregime in Athene en van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. De Turks-Cyprioten vreesden de enosis (aansluiting bij Griekenland, nvdr.) en riepen de hulp in van het Turkse moederland. Na enkele dagen volgde een Turkse invasie.

Het eiland werd in twee gedeeld na een korte, maar felle oorlog. Zowat alle Grieks-Cyprioten verlieten het noordelijke deel dat door de Turken werd bezet, de meeste Turks-Cyprioten verhuisden naar het noorden. Sindsdien loopt een demarcatielijn, de zogenoemde groene lijn, dwars door het eiland. In 1983 stichtten de Turks-Cyprioten de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, maar behalve Turkije wordt die staat door niemand erkend.