"Ondersteuning M-decreet is ondermaats"

De ondersteuning die scholen krijgen in het kader van het M-decreet is ondermaats. Dat concludeert de Vereniging Leidinggevenden Vlaams Onderwijs (VLVO) uit een enquête onder directeurs en beleidsmedewerkers.

Het M-decreet zorgt ervoor dat meer leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften naar het gewone onderwijs kunnen gaan. Vlaanderen is momenteel koplopers in het aantal leerlingen dat school loopt in het buitengewoon onderwijs. Door het M-decreet moeten gewone scholen zoeken naar redelijke aanpassingen, zoals langere tijden om een toets te maken, technische hulpmiddelen of rustmomenten tijdens de dag. Het M-decreet is sinds dit jaar stapsgewijs ingevoerd en voor het eerst is er een daling bij het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wil dit trimester het decreet evalueren. De VLVO hield in maart en april een enquête bij directeurs en beleidsondersteuners in het basis-, secundair en deeltijds kunstonderwijs. Meer dan 6.000 mensen werden aangeschreven, bijna 1.400 mensen hebben gereageerd.

De VLVO concludeert dat de inclusiegedachte van het decreet op grote bijval kan rekenen. Heel wat scholen schreven al voor de invoering van het M-decreet leerlingen met allerhande beperkingen in. 230 scholen, of 37 procent van de respondenten, schreef al kinderen in die ze vóór het decreet niet zouden ingeschreven hebben.

Planlast

Heel wat van deze scholen klagen over de ondersteuning, vooral op de klasvloer. Bijna twee op de drie respondenten geeft aan te weinig steun van de pedagogische begeleiding te hebben gekregen. Bijna zestig procent van de scholen zegt geen ondersteuning te hebben gekregen van een school voor buitengewoon onderwijs.

De grote meerderheid van de betrokken leidinggevenden zegt extra planlast te hebben ondervonden. Bijna 94 procent van de respondenten geeft aan dat het hebben van meer leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften invloed had op het functioneren en welzijn van leerkrachten.

De VLVO vraagt dat de overheid voor voldoende middelen zorgt. "Er is enorm veel goede wil, maar enkel met goede wil komen we er niet", klinkt het.