Het Palmuseum of het eerste museum over het Palestijnse volk

Morgen opent in Ramallah, de feitelijke hoofdstad van het toekomstige Palestina, het Palmuseum. Het is het eerste echte groot museum in Palestina dat geheel en al gewijd zal zijn aan het Palestijnse volk en zijn verhaal. Nicky Aerts liet er zich alvast eens rondleiden.

Een paar oorringen, een familiefoto uit 1929, schoenen, een vetplantje, ze hebben één ding gemeen: een persoonlijk verhaal en bij uitbreiding het verhaal van een volk. Meer bepaald van de Palestijnen.

Toen het idee voor een Palestijns museum voor het eerst opgeworpen werd in 1997 was het de bedoeling om met het museum de Nakba te herdenken. De Nakba, ofwel catastrofe, is het moment in 1948 waarop 750.000 Palestijnen op de vlucht gedreven werden door de Israeli’s, die op dat moment hun staat stichtten.

Zestig procent van de Palestijnen is op die manier uit het historische Palestina verdwenen. Met hen is een groot deel van de cultuur en de geschiedenis van het Palestijnse volk geëxporteerd, en verdeeld geraakt over verschillende staten en zelfs verschillende continenten. Daar wil het Palestijns museum, dat zijn deuren opent, iets aan veranderen.

Wat betekent het om een Palestijn te zijn

Eén van de eerste projecten bestond erin het verhaal van het Palestijnse volk te brengen via allerlei persoonlijke objecten, objecten waar Palestijnen geen afstand konden van doen, waar ze om welke reden dan ook aan gehecht waren. Dat project is uiteindelijk afgevoerd samen met de oorspronkelijke directeur, maar het idee dat erachter zat, blijft behouden.

"Het project rond de objecten, is een voorbeeld van wat we willen doen om het Palestijnse verhaal of beter de Palestijnse verhalen, samen te brengen", zegt Reem Abdelhadi. Ze is pas sinds een paar maanden betrokken bij de hele organisatie en trekt wat tijd uit om me rond te leiden.

"Al het materiaal dat we verzamelen (op dit moment familiefoto’s), komt terecht in ons audiovisueel archief", aldus Reem. "Dat kan hier ter plekke alsook online geraadpleegd worden. We willen inzicht geven in de Palestijnse geschiedenis en cultuur. Dat is tot nu toe geen gemakkelijke opgave geweest, omdat we (het Palestijnse volk) zo uiteengedreven zijn."

Ondertussen is het oorspronkelijke idee geëvolueerd en wil het museum het verhaal vertellen van 200 jaar Palestijnse geschiedenis. De nabijheid van één van de grootste Palestijnse universiteiten maakt degelijk wetenschappelijk onderzoek net iets makkelijker.

In de schaduw van de universiteit

In de heuvels van Ramallah, de feitelijke hoofdstad van het toekomstige Palestina, in de schaduw van de Birzeit universiteit, ligt het fonkelnieuwe museumgebouw. Ik bezoek de locatie drie weken voor de officiële opening. Het ruikt er nog naar natte verf en er wordt nog overal aan van alles getimmerd.

Het gebouw is langwerpig en hoekig. Het gaat perfect over in de historische terrasbouw waarvoor Palestina gekend is. Het “Palmuseum" kijkt in de richting van de Middellandse Zee. Op heldere dagen kan je met een goede dosis verbeelding de zee zien. De locatie is symbolisch. Voor de meeste Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever blijft de zee iets waar ze alleen maar kunnen van dromen.

De tuin en de aangelegde terrassen zijn beplant met inheemse planten en kruiden. Ik herken de olijfboom, de vijgenboom, marjolein, salie. De setting is prachtig, maar de plek is helaas moeilijk bereikbaar. "Wordt aan gewerkt", verzekert Reem me.
Waar ook nog aan gewerkt wordt, is een tentoonstelling. Het bestuur heeft een week geleden een nieuwe directeur aangesteld en die moet nu op zoek gaan naar ‘inhoud’, letterlijk.

Groen gebouw

Maar het gebouw staat er en daar is Reem best trots op. "Het museumgebouw is het eerste volledig "groene" gebouw in Palestina", vertelt Reem "en dat volgens de internationale standaarden".

Het museum zal ook in de toekomst geen permanente tentoonstelling hebben. De meeste tentoonstellingen zullen van korte duur zijn en zullen "reizen". Voor een volk dat binnen de eigen landsgrenzen geen bewegingsvrijheid heeft is ook dat behoorlijk symbolisch. "Het virtuele museum met het audiovisuele archief en de satelliet-tentoonstellingen zullen het bovendien mogelijk maken voor elke Palestijn, waar dan ook ter wereld, om er deel van uit te maken", aldus nog Reem.

De eerste satelliet-tentoonstelling in de rij opent in Beiroet (Libanon) op 25 mei en zal het politieke en culturele belang van het Palestijnse borduurwerk centraal stellen. De eerste echt grote tentoonstelling in Birzeit is gepland voor oktober en voor alle duidelijkheid: het museum is niet alleen bedoeld voor Palestijnen, iedereen is welkom. Het museum heeft geen grenzen.