N-VA geen voorstander van boete op basis van vermogen

N-VA heeft problemen met boetes opleggen in functie van iemands vermogen. Kamerlid Sophie De Wit vraagt zich af of die mogelijkheid strookt met het gelijkheidsbeginsel en vreest "klassejustitie in alle richtingen". Dat zei ze vandaag in de Kamer, tijdens een gedachtewisseling over de hervorming van het strafrecht.

Specialisten buigen zich momenteel, op vraag van Justitieminister Koen Geens (CD&V), over de hervorming van het strafwetboek. Dat dateert al uit de negentiende eeuw, maar werd intussen aangevuld met tal van nieuwe regels. Bedoeling is tot een eenvoudiger en beter leesbaar wetboek te komen. Experten Damien Vandermeersch en Joëlle Rozie zakten vanmorgen opnieuw naar de Kamer af voor meer tekst en uitleg aan de leden van de commissie Justitie.

Een van de voorstellen houdt in dat voortaan een rechter bij het opleggen van een boete, rekening kan houden met de financiële draagkracht van een beklaagde. Stefaan Van Hecke (Groen) had geen problemen met dat principe, maar waarschuwde dat dit niet tot te veel extra werk voor de rechtbanken mag leiden. Zijn N-VA-collega De Wit was veel minder enthousiast. "Ik heb het daar moeilijk mee", luidde het. Ze haalde ook aan dat beklaagden dat zouden kunnen omzeilen door zich als weinig vermogend voor te doen.

 

"Gelijke straf weegt niet voor iedereen evenveel door"

Een andere mogelijkheid is dat een rechter een geldstraf kan opleggen op basis van de verwachte voordelen die iemand zou halen of hoopte te behalen. Dat kan zelfs gaan tot het drievoudige van het vermogensvoordeel. Carina Van Cauter (Open VLD) stelde de vraag of dat proportioneel is en merkte op dat "verhoopte te behalen" wel erg uitgebreid is qua beoordelingsmarge. Wat met iemand die zonder de juiste vergunning zijn huis onderverdeelt in vier appartementen om die te verhuren? Wat is daar het verhoopte voordeel, haalde ze als voorbeeld aan.

Damien Vandermeersch reageerde dat het om een facultatieve mogelijkheid gaat voor de rechter, die zelfs met uitstel zou kunnen gelden. Hij merkte ook op dat een gelijke straf voor iedereen, niet op dezelfde manier doorweegt in ieders portefeuille. Bovendien "hebben we nooit gezegd dat de financiële capaciteit gelijk staat aan het officiële inkomen", aldus Vandermeersch. "Een rechter beoordeelt op basis van de voorgelegde elementen".

Terbeschikkingstelling op de wip

De experten voorzien ook niet langer de terbeschikkingstelling van de regering na afloop van de straf. Dat is een bijkomende straf die bij ernstige feiten kan worden opgelegd om de maatschappij te beschermen. Zowel binnen meerderheid als oppositie bleken Kamerleden die terbeschikkingstelling toch nog zinvol te vinden, bijvoorbeeld bij seksueel delinquenten. "De commissie seksueel misbruik heeft het nut daarvan onderstreept", zei Van Cauter.

Volgens Joëlle Rozie was het een bewuste keuze om die mogelijkheid niet meer op te lijsten. Het is volgens haar een ietwat willekeurig systeem, waarmee een straf kunstmatig wordt opgedreven. Het behoud ervan moet een politieke keuze zijn, al waarschuwde ze meteen waakzaam te zijn voor het toepassingsgebied. "Ik weet dat seksuele delinquentie politiek gevoelig ligt, maar er bestaat niet één definitie van seksuele delinquentie of seksueel misbruik".

Alternatieven voor celstraffen

Christian Brotcorne (CDH) merkte op dat een aantal punten in tegenstrijd is met wetteksten die nog deze legislatuur werden goedgekeurd. Hij haalde het voorbeeld aan van de zogenoemde Potpourri II, waardoor veel minder zaken naar het hof van assisen worden verwezen. Bijna alle misdaden kunnen immers worden gecorrectionaliseerd, maar in het expertenvoorstel bestaat die correctionalisering niet meer.

Misdrijven vallen momenteel uiteen in drie categorieën: overtredingen, wanbedrijven en misdaden. In het nieuwe strafrecht zouden zeven strafniveaus overeind blijven, waarvan vijf voor wanbedrijven en twee voor misdaden. Overtredingen - die bestraft worden met boetes tot 25 euro en celstraffen tot zeven dagen - zouden dus verdwijnen uit de penale sfeer. Van Hecke begrijpt de keuze niet om de de beoordeling van inbreuken en straffen door te schuiven naar het gemeentelijk niveau, via de zogenaamde GAS-boetes.

Het voorstel voorziet een pak alternatieven voor celstraffen. Een gevangenisstraf wordt immers gezien als een ultiem middel. Celstraffen van minder dan één jaar zouden daardoor verdwijnen. De Wit gelooft toch dat in sommige gevallen een heel kort verblijf in de gevangenis als "wake-upcall" kan werken. Vandermeersch merkte op dat die "schok" er komt via de voorlopige hechtenis, al wees De Wit er dan weer op dat die voorlopige hechtenis net wordt teruggeschroefd.

Wat van de voorstellen zal overeind blijven, moet volgens Brotcorne nog blijken, nadat de regering zich er over heeft gebogen. Belangrijk is ook de volgende stap in de hervorming, wanneer wordt getrancheerd over de straffen die voor de misdrijven zullen gelden.