De Munt, Bozar en het Nationaal Orkest van België vrijgesteld van besparingen

De Munt, Bozar en het Nationaal Orkest van België worden tot 2019 vrijgesteld van de besparingen. Dat zijn de directeurs van de drie federale culturele instellingen en vicepremier Didier Reynders (MR) overeengekomen in een beheersovereenkomst.

Sinds 2014 wordt door de regering verplicht 2 procent bespaard op de federale instellingen, maar voor de drie culturele instellingen wordt er nu een uitzondering gemaakt. Zo worden de werkingskosten, de personeelskosten en de artistieke uitgaven ontzien van de besparingen.

"De ambitie is drie performante culturele instellingen te verkrijgen wier cultureel en muzikaal niveau voldoet aan de hoogste standaarden en die blijk geven van Belgische en Europese kwaliteit. Dat is de beste garantie op een positieve en duurzame evolutie van het artistieke werk", verklaart Reynders.

De beheersovereenkomst betekent ook dat de drie culturele instellingen nauwer moeten gaan samenwerken op alle gebieden. "Op vlak van organisatie denken we nu samen na over IT, administratieve systemen of gezamenlijke box offices. Die zijn trouwens al geïnstalleerd", zegt Peter De Caluwe, directeur van De Munt. "Maar we denken eveneens aan het uitwisselen van musici. Dat betekent dat we mensen die al gesubsidieerd worden om in een orkest te spelen nog eens extra gaan engageren. Zo vullen we de contracten opnieuw in en dat is iets wat we al jaren hadden moeten doen. Onder enige druk gebeurt dat nu en dat vind ik niet erg."

Eerder werd al beslist dat de cultuurinstellingen maar de helft zouden moeten besparen van wat eerst werd aangekondigd. Nu vallen de besparingen dus volledig weg.