Heel wat communicatieproblemen met Astrid op 22 maart

Op 22 maart, de dag van de aanslagen in Brussel en Zaventem, zijn er verschillende communicatieproblemen geweest bij de hulpverleners. Maar meestal lag dat aan de hulpverleners zelf en niet aan het communicatienetwerk Astrid. Dat heeft Marc De Buyser, de directeur-generaal van Astrid, gezegd in de parlementaire onderzoekscommissie over de aanslagen.
Archieffoto

Op de dag van de aanslagen hebben de politiediensten en hulpverleners op het terrein 34.000 keer geprobeerd om te communiceren via het Astrid-netwerk. Zowat 8.400 keer lukte dat niet.

Kort na de aanslagen bleek al dat de communicatie een pijnpunt was. Zowat alle hulpverleners die de parlementaire onderzoekscommissie al te woord stonden, botsten in meer of mindere mate op problemen met het Astrid-netwerk waar ze beroep op doen.

Extra capaciteit

De nood aan communicatie was dan ook ongezien, zei De Buyser in de commissie. Met twee grote crisissen op hetzelfde moment en 2.000 extra hulpverleners op het terrein, kregen de zendmasten van Astrid in Brussel en Vlaams-Brabant tot tien keer meer trafiek te verwerken.

Extra capaciteit is nodig, erkende de Astrid-topman. Sinds de aanslagen is al beslist om de technische capaciteit in Brussel op te voeren. Eind juni zou dat klaar moeten zijn. Astrid zal ook een satellietwagen aankopen. Maar om dat ook te laten renderen, zijn extra frequenties nodig, klonk het. In het verleden kwam daar echter meermaals een negatief antwoord op.

Fout gebruik van toestellen

De technische kant is echter niet alles. Volgens De Buyser was er ook veel foutief gebruik door de hulpverleners. Zo zijn duizenden mensen individuele gesprekken aangegaan via het netwerk, terwijl de regels bepalen "dat dit bij crisissen niet mag". Al erkent men bij Astrid dat het platliggen van het gsm-verkeer hier wellicht niet vreemd aan was.

Nog een probleem was een fout gebruik van de toestellen. Hulpverleners moeten de knop op hun toestel blijven indrukken, willen ze in de wachtrij blijven om te kunnen communiceren. 7.000 van de ruim 8.000 mislukte oproepen gingen fout omdat de knop weer werd gelost. Slechts 900 keer was echt sprake van een capaciteitstekort. "Ofwel kennen ze het niet, ofwel kunnen ze het niet", besloot De Buyser, die het belang van opleidingen bij de verschillende hulpdiensten onderstreepte.

Intussen wordt volop gezocht naar alternatieven. Zo wordt met de gsm-operatoren bekeken of en hoe de hulpdiensten prioriteit zouden kunnen krijgen op hun netwerken, zowel voor spraak als voor dataverkeer.