De schreeuw van De Wever - Van Dievel Consulting

Louis Van Dievel kijkt als marketeer, "verkoper van gebakken lucht", met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit van de week. Nu bemoeit hij zich met de staking van de cipiers.

'Louis, het schijnt dat Bart De Wever bij u is, kunt ge hem een half uur missen?' Aan de lijn was Dirk Van den Bogaert, de geblondeerde éminence grise van de VTM-nieuwsdienst. 'Ik wil hem een reactie ontlokken op onze politieke peiling, dat zult ge wel verstaan.' Ik probeerde de toon van mijn antwoord niet al te meewarig te laten klinken. 'Ik ken maar één betrouwbare politieke peiling, kameraad Dirk, en dat is die van VDC, de VRT en De Standaard. En waar Bart De Wever uithangt, ik zou het begot niet weten.' Op dat moment weerklonk een door merg en been snijdende gil uit een belendende ruimte. 'Maar dat is de stem van De Wever!' kreet Van den Bogaert, 'zijt gij die aan het folteren soms?' Waarna ik snel de verbinding verbrak.

Onder meer ook omdat de VRT in de wachtrij stond. Ik glimlachte onwillekeurig. Ieder keer als een hoofdredacteur de bons krijgt of zogezegd in onderling overleg vertrekt, hangt de directie bij mij aan de lijn: of ik een goede opvolger in gedachten heb en of ik dat dan misschien zelf ben. Voor een aalmoes kom ik niet werken, luidt mijn standaardantwoord. Maar nu ik aan het sparen ben voor een nieuw motorjacht... Soit, we zien wel.
Maar terug naar de kern van de zaak.

'Lowie, kom ons alstublieft redden!' klonk de wanhopige stem van minister van Justitie Koen Geens, eerder die week aan de telefoon.
'Wat is er aan de hand, beste Koen?' informeerde ik vrolijk, 'zijt ge in een verdwijngat gevallen?'
'Wij hebben ons met veertien mensen verstopt in de WC van mijn kabinet,' sprak Geens met een gesmoorde en bibberende stem,'wij zijn op de vlucht voor de woede van de stakende cipiers die momenteel de inboedel van mijn schone bureau kort en klein aan het slaan zijn.'
'Doe uw elleboog uit mijn oog,' hoorde ik een andere stem zeggen.
'Als gij uw hand uit mijn broek haalt,' luidde het korzelige antwoord.
'Ik kan niet want dan kan de Jef onder mij niet meer ademen.'
'Jef, waarom ziet gij zo paars?'
Pas toen viel mijn frank: ze zaten met zijn veertienen verschanst in één en het zelfde WC-hokje!

Een masterplan

Een dag later zaten wij in een kring op de met rotzooi en vieze rare vlekken ontsierde parketvloer van het kabinet van Justitie. Meubels waren niet meer aanwezig, of waren nog net goed genoeg om op te stoken in de kabinetskachel. Het behang was van de muren gescheurd en de luster uit het plafond getrokken.
'Daar zullen die stakers voor boeten!' sprak Koen Geens wraaklustig. Zijn hals vertoonde wurgsporen.
'Boeten en bloeden,' voegde zijn kabinetschef eraan toe en zwaaide dreigend met zijn gipsarm.
'Vuige Franstaligen!' siste de vice-kabinetschef met een bepleisterd hoofd.
'Opgeruid door de PS!' sliste een tandeloze onder-vice-kabinetschef.
Zijn neus stond scheef en zijn linkeroog zat dicht. Hij had de meeste slagen opgevangen die voor zijn minister waren bestemd. Hoe nobel.
'Kalmte alleen kan u redden,' zeide ik om de gemoederen te bedaren, 'wat we nodig hebben is een combinatie van empathie, sympathie, vasthoudendheid, creativiteit, moed, opoffering en doortastendheid. Ziehier mijn masterplan om een einde te maken aan de gevangeniscrisis.'

De VIP-vleugel

Koen Geens had al zijn Jezuïetentrucs boven moeten halen om zijn collega's in de regering te overtuigen van het welslagen van mijn geniale idee. Zelf had ik niet zonder moeite de partijvoorzitters over de streep getrokken, alsmede enige vooraanstaande parlementsleden en de voorzitters der syndicaten en andere middenvelden. Het was dan ook geen risicoloos plan.
'Dames en heren,' zei ik op de binnenkoer van de gevangenis van Vorst, 'welkom en dank voor uw medewerking. U zult zo dadelijk door vrijwilligers van onze strijdkrachten naar de VIP-vleugel van deze penitentiaire instelling worden overgebracht, na het volbrengen van enige kleine formaliteiten evenwel.'
Dat het onder meer om een grondig lijfonderzoek ging, besloot ik zedig te verzwijgen.
'U zult vervolgens uw werkzaamheden als beleidsman of partijleider of whatever kunnen voortzetten in een knusse tweepersoonscel, voorzien van alle comfort. U hebt dan ook voor de formule CEL PLUS gekozen, waarbij u zelf dagelijks 100 euro bijdraagt voor een menswaardige behandeling.'

Ik liet mijn blik over mijn Pappenheimers dwalen. Helemaal gerust leken ze er toch niet op. Vooral omdat uit de getraliede ramen van de gewone gevangenis kreten van wanhoop en woede opstegen en er zwarte rook uit de gebroken ramen opsteeg.

Het doel is driewerf

'Het doel van uw verblijf hier is driewerf,' vervolgde ik op educatieve toon. 'Ten eerste breken wij hier een lans voor de privatisering van het gevangeniswezen, wat de liberalen onder u zeker zal plezieren. Ten tweede toont u zich met uw vrijwillige opsluiting meer dan solidair met de gedetineerden die nu al wekenlang als beesten moeten leven. Het zal u goede punten opleveren bij de Gutmenschen. En ten derde kunt u ervan op aan dat de stakende cipiers zullen staan springen & dringen om hun actie op te geven, teneinde u met de nodige goede zorgen te kunnen omringen in uw cel.'
En hoewel ik dat derde aspect zo omfloerst mogelijk had geformuleerd, zag ik toch enkele gezichten bleek wegtrekken. Voor twijfel en uitstel was evenwel geen plaats nu.
'Soldaten!' riep ik de vervangers van de stakers toe, 'breng deze gedetineerden naar hun cellen, en wel volgens deze verdeling: Kris Peeters en Rudy De Leeuw, Zuhal Demir en Marc Leemans, Jan Jambon en Meryame Kitir, Pieter De Crem en Meyrem Almaci, Siegfried Bracke en Abou Jahjah, Gwendolientje Rutten en Lieven Boeve, Wouter Beke en Theo Francken, ....

Te laat beseften de twee overblijvende kopstukken dat zij de komende dagen en nachten een cel zouden moeten delen. Vergeefs en met veel misbaar verzetten zij zich nog tegen de grijpgrage armen van de enthousiaste militairen. Met een hol geluid viel de ijzeren deur achter hen dicht.
En Bart De Wever mag nog gillen en krijsen tot hij een ons weegt, hij blijft in de cel bij Elio Di Rupo.

lees ook