Antwerpen, ooit stad aan de vluchtelingenstroom

In New York is een tentoonstelling geopend van het Antwerpse Red Star Line Museum over de massale migratie vanuit Europa naar de Verenigde Staten. Van 1873 tot 1934 reisden zo’n 2 miljoen migranten via Antwerpen naar de Nieuwe Wereld. Wie waren deze landverhuizers? Ordinaire gelukzoekers of gewoon mensen op zoek naar een beter leven? De tocht die ze ondernamen, bleek niet bepaald een gemakkelijke onderneming.

Van 1815 tot 1940 verlieten ongeveer 60 miljoen landverhuizers van over heel Europa hun land en trokken ze naar Amerika. Van 1873 tot 1934 vervoerde de Belgische rederij Red Star Line bijna 2 miljoen van deze landverhuizers van Antwerpen naar de Verenigde Staten. De meesten van hen kwamen aan in New York.

Bij die migranten vinden we enkele bekende namen terug: ene Israël Beilin, die in 1893 uit Rusland via Antwerpen naar New York reisde en later wereldberoemd werd als de componist Irving Berlin, en de toen bekende wetenschapper Albert Einstein, die in 1933 op de vlucht ging voor de nazi’s in Duitsland. De meeste migranten die via Antwerpen naar de VS reisden, kwamen trouwens uit Oost-Europa. In de periode 1850-1930 zijn ook zo’n 150.000 landgenoten naar de Verenigde Staten geëmigreerd.

Het verhaal van de reizigers van de Red Star Line is een verhaal van mensen die hun geluk elders zoeken. Het is een verhaal van alle tijden: mensen laten alles achter wat ze kennen, op zoek naar een nieuwe - betere - toekomst. De verhalen van de passagiers van de Red Star Line getuigen van moed, verlies, angst, vrees, dromen en verwachtingen. In zekere zin weerspiegelen ze ook de verhalen van vluchtelingen die vandaag vanuit onder meer het Midden-Oosten of Afrika in Europa aankomen.

De lokroep van het land van melk en honing

Oorlog, hongersnood en discriminatie: het kon een omschrijving zijn van wat er vandaag aan de gang is in Syrië, maar eind 19e–begin 20e eeuw is dat het lot van veel Oost-Europeanen. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan lijkt het leven iets aantrekkelijker. Vrienden en familieleden die de oversteek al hebben gemaakt, schrijven brieven naar het thuisfront over hun leven in het nieuwe land. Velen van hen sturen zelfs vooruitbetaalde tickets voor de reis op. Dat schept verwachtingen.

Rederijen zoals de Red Star Line hebben agenten over heel Europa, vaak lokale winkeleigenaars die naast hun gewone koopwaar ook nog tickets verkopen. Ze geven ook informatie over hoe je in Antwerpen kan raken en bieden zelfs echte package deals aan, met treinkaartjes en hotels inbegrepen.

Veel landverhuizers moeten eerst een lange en vermoeiende treinreis doorstaan om in Antwerpen te raken. Ze reizen in vierde klasse, op houten banken in onverwarmde rijtuigen. Ze worden van de andere treinreizigers gescheiden gehouden. Ze kunnen zich niet wassen en worden geregeld op luizen en ziektes gecontroleerd. Aan de Duitse grens moeten ze hun ticket voor de trans-Atlantische overtocht kunnen tonen om te bewijzen dat ze op doorreis zijn. Bij aankomst in Antwerpen wordt hun bagage in het station ontsmet. Voor ze de boot op mogen, moeten reizigers ook een medische controle ondergaan.

De meeste migranten blijven maar even in Antwerpen, maar soms duurt dat verblijf langer dan gepland. Wie door de lokale inspecteurs wordt tegengehouden, zoekt noodgedwongen zijn toevlucht tot lokale hulporganisaties of ziekenhuizen. In de logementshuizen bij de haven is vaak niet genoeg ruimte voor de vele gasten. De hygiënische omstandigheden laten er veel te wensen over. Antwerpenaren bekijken de gelukzoekers met een mengeling van nieuwsgierigheid en medelijden. De landverhuizers mogen zich trouwens niet mengen onder de lokale bevolking om de verspreiding van ziektes te voorkomen.

De trans-Atlantische oversteek is niet bepaald een pleziervaart. Tussendekspassagiers worden gescheiden van de andere passagiers en zitten benedendeks bijeengepakt. Tot ver in de 19de eeuw overnachten ze in grote slaapzalen. Velen hebben last van zeeziekte.

Hello Liberty

De grote stoomschepen van de Red Star Line doen er een 10-tal dagen over om New York te bereiken. Veel vluchtelingen slaken ongetwijfeld een zucht van opluchting als ze het Vrijheidsbeeld zien opdoemen. Maar Lady Liberty betekent nog niet het einde van hun ellende, want nu wacht hen nog het immigratiecentrum van Ellis Island.

De meeste nieuwelingen brengen maar enkele uren door op het eiland, maar sommigen worden vastgehouden voor verdere inspectie. Gaandeweg stellen de Amerikanen alsmaar strengere eisen aan de medische controle die de landverhuizers in hun haven van vertrek moeten ondergaan. Dat blijft niet zonder gevolg: tussen 1921 en 1924 daalt het aantal migranten met twee derden.

Immigranten krijgen een kans om in de Verenigde Staten een nieuw leven op te bouwen, maar gemakkelijk is die Amerikaanse droom zeker niet. De meeste nieuwelingen leven jaren in onzekerheid en moeten hard zwoegen voor ze er eindelijk op vooruit gaan.

Sommigen keren na een paar jaar ontgoocheld terug naar huis, terug naar af. Anderen keren terug omdat ze verteerd worden door heimwee. In sommige families is er decennialang nog een intense trans-Atlantische communicatie, met familiebezoek of brieven. Maar eens de eerste generatie in de Nieuwe Wereld overleden is, wordt de taalbarrière een probleem omdat de familie in Europa geen Engels spreekt en de nazaten van de migranten hun moedertaal nooit hebben geleerd. Het contact vervaagt.

Het einde van de big business

Door de strengere immigratieregels droogt de vluchtelingenstroom richting Amerika geleidelijk op en wordt de landverhuizerstrafiek voor veel rederijen minder interessant.

De Red Star Line moet op zoek naar een nieuw doelpubliek. De Belgenland II, die in 1923 voor het eerst binnenloopt in de Antwerpse haven, is het negende grootste schip ter wereld. Maar de mastodont rendeert niet op de lijn Antwerpen-New York en wordt weldra ingezet voor cruises vanuit New York naar het Caraibische gebied. De beurscrash van 1929 zou uiteindelijk fataal worden voor de rederij, die er in 1935 de brui aan geeft.

Meest gelezen