Duits-Deense tunnel: contract van 700 miljoen voor Deme/CFE

Een internationale joint venture met daarin het baggerbedrijf Deme en de bouwfirma CFE, het moederbedrijf van Deme, heeft de voorwaardelijke contracten getekend met de Deense regering voor het ontwerp en de bouw van een onderzeese spoor- en wegtunnel tussen Denemarken en Duitsland. Het totale contract is 3,4 miljard euro waard, waarvan 700 miljoen euro voor de Belgische bedrijven.
AP2008
De tunnel loopt van Fehrmarn naar het Deense eiland Lolland.

Deme en CFE zitten samen met onder meer het Franse Vinci en BAM uit Nederland in "Femern Link Contractors". Zij moeten de Fehmarnbelt-verbinding tussen Denemarken en Duitsland,"'s werelds langste afgezonken weg- en spoortunnel", ontwerpen en bouwen.

Femern Link Contractors heeft drie van de vier contracten in de wacht gesleept: twee voor de bouw van de tunnel en de fabriek voor de prefabtunnelelementen, en een derde voor de bouw van de toegangsstructuren, tolgebouwen, bruggen en hellingen.

CFE is een van de bouwpartners en Dredging International, een onderdeel van Deme, is onderaannemer voor de tunnelcontracten.

De partners spreken van voorwaardelijke contracten omdat de definitieve en bindende contracten worden gesloten met de succesvolle aannemers, maar de bouw kan worden uitgesteld tot de Duitse bouwvergunning is verleend.

De Fehmarnbelt-verbinding wordt met 18 kilometer de langste verkeers- en spoortunnel ter wereld. Naast een dubbele spoorlijn wordt in de tunnel een vierbaansweg aangelegd. De tunnel wordt opgebouwd uit 89 voorgefabriceerde betonnen elementen. Die worden gemaakt in een speciaal daarvoor te bouwen fabriek en daarna ingegraven in de zeebodem.

De tunnel loopt over de Fehrmarnbelt van Fehmarn, een Duits eiland vlakbij het vasteland, naar Lolland, een van de grote Deense eilanden. De opening zou er in 2028 komen.

Bij het graven van de geul voor de tunnel, het vierde contract, zijn geen Belgische bedrijven gemoeid.